Tagarchief: Golgotha

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (17)

.

HET MYSTERIE VAN PASEN

Fit zijn, dat is de lijfspreuk van miljoe­nen. Wij moeten en willen gezond zijn. Als je maar vitaal blijft! Professor J.H. van den Berg zegt in zijn Metabletica over deze vitaliteit:
‘Wel rijst de (vervelende) vraag, wat het doel is van het nagejaagde vitale le­ven. Kon ook dat gezegd worden, dan was de inspanning bekroond. Doch op deze vraag ontbreekt het antwoord, zelfs principieel, omdat de gezochte vitaliteit doel in zichzelf is. Wie vitaal is, gezond, krachtig en levenslustig, heeft alles bereikt. Hij kan niet verder. Hij mag nog creatief zijn, nodig is dat niet. Het is eigenlijk overbodig en daardoor ook storend. Zo ziet het lichaam er ook uit: het is gebruind om bruin te zijn, vitaal om vitaal te zijn. Er reikt niets boven uit’.
Toch is er wel een onverwacht antwoord op deze vraag: het mysterie van Pasen.
Van den Berg spreekt uitsluitend over de lichamelijke vitaliteit, maar het doel daarvan is de geestelijke vita­liteit.
Steeds meer komt er – óók bij miljoenen -de vraag op: is er niet méér te doen in die weinige jaren tussen geboorte en dood? Waarom zijn wij eigenlijk op deze wereld? Is er geen vitaliteit, geen levenskracht, die ver­der reikt dan dit aardse leven?
Wij zien de zon ondergaan, maar wij weten dat zij weer op zal komen. Wij zien de planten verwelken, maar weten dat er nieuwe planten zullen gaan groeien. Wij zien het winter worden met sneeuw en ijs, maar weten dat eens de dooi weer zal invallen en dat het eens weer lente wordt. Is die vitaliteit dan niets anders dan een sterven en geboren worden, een inslapen en wakker worden,…totdat er geen wakker worden meer bij is?De keren dat je dit in verschillende bewoordingen hebt gehoord, gelezen of gedacht, heb je niet geteld. Maar de vraag is misschien ook nog nooit werkelijk helemaal tot je doorgedrongen: is er iets waaraan geen einde komt? De consequenties van deze vraag heb je misschien nog nooit volledig be­seft. Hoe komt dat? Je hebt de grens bereikt van je hersendenken. Het eindeloze kan de mens met z’n eindige hersenapparaat niet be­reiken. Dan slaat het dicht. Dan wordt alles zwart: niets! Dan komt er op mijn calculator een e. De e van error, vergissing. Of is het de e van eindeloos? Als de mens alleen maar zijn hersens had om na te denken en tot zichzelf te komen, dan was een eindeloos mens, in de hemel of waar dan ook, een ver­gissing. Een eindeloze vergissing is onmoge­lijk. De mens is niet eindeloos en hij is ook geen vergissing.De wijsgeer Kant bewees van tien stellingen zowel de stelling als haar tegendeel. Bijvoor­beeld: ruimte is eindig, én: de ruimte is on­eindig. Daaruit trok hij de conclusie, dat ons denken geen werkelijkheidskarakter heeft.
Maar zó is het niet, zegt Rudolf Steiner. Hij wijst erop, dat in al die tien stellingen het be­grip ‘oneindig’ voorkomt en dat is nu juist de grens van ons denken, voorzover het aan de hersenen gebonden is. Ook de wiskunde bereikt haar grens in het oneindige. Bijvoorbeeld: twee evenwijdige lijnen snijden elkaar in het oneindige. Zijn zij daar dan niet meer evenwijdig? Of: er is een oneindige reeks gewone getallen denkbaar: 1,2,3,4,5,6,7, enzovoort, maar ook een on­eindige reeks even getallen: 2,4,6,8,10,1 2,14 enzovoort. Nu zijn er toch twee maal zoveel gewone getallen als er even getallen zijn, nietwaar? Maar een oneindige reeks kan toch niet twee maal groter zijn dan een andere? Oneindig is oneindig. Minder dan oneindig is niet oneindig en meer dan oneindig is een contradictie in zich. Eindeloos is niet te den­ken. Hier zijn wij aan de grens van het hersengebied.
Een mens is ook geen vergissing. Hoe kan een vader tegen z’n kind zeggen, dat het een vergissing, een ongelukje was? Iets wat ik helaas meerdere malen heb mee­gemaakt. Omdat de vader alleen maar denkt aan de stoffelijke, lichamelijke, en dus eindi­ge bevruchting en geen besef heeft van de conceptie (in het Nederlands ‘ontvangenis’) van een eeuwig wezen.
Tegenwoordig zijn de mensen van mening, dat hun gedachten door hun hersens worden voortgebracht. Dat is bijna net zo vernuftig als te menen dat het water, als ik een glas wa­ter drink, uit m’n tong komt en niet van bui­tenaf. Onze hersens brengen evenmin gedach­ten voort als mijn calculator op eigen initia­tief gaat rekenen. Net zo min als een compu­ter zonder input, zonder software, iets kan presteren.Ons orgaan is alleen maar een vat, waarin wij met ons ik gedachten gieten, die wij vanuit de wereld om ons heen hebben geschept. Levende en vitale gedachten zijn als werken­de krachten in de gehele wereld aanwezig, onzichtbaar en ontelbaar. En de mens schept ze uit die onzichtbare wereld en giet ze in zijn eigen ziel. Maar doordat ons zielevat in de tegenwoordige tijd een apparaat is ge­worden, dat vrijwel uitsluitend werkt met zintuiglijke en vergankelijke voorstellingen, verschralen de gedachten erin en worden ze dood, abstract.Deze vergissing, dat onze hersens gedachten kunnen scheppen, kan ons echter slechts ge­durende ons leven op aarde overkomen. Voordat wij op aarde ontvangen worden, we­ten wij dat een levende gedachtenwereld al­les vervult om ons heen, zoals in ons aardeleven de lucht ons omhult en doordringt. Het abstracte denken van heden ten dage is een dode rest van wat wij vóór onze ont­vangenis aan vitale gedachtenkrachten om ons heen en in ons hadden. Zo is de eeuwigheid voor de aardemens tot eindeloosheid gewor­den. De eeuwigheid der onzichtbare wereld, die vol concrete beweging, vol wording en ontwikkeling is, stierf in de abstractie van een eindeloze herhaling.
De zon komt hier op, de zon gaat hier onder. Wat beleven wij nog van dat onnoemelijke wonder dat, geestelijk gezien, het zonnewezen de hele aarde doordringt, omhult en le­ven doet? Zouden wij nog in een toestand zijn, waarin, zoals bij vele mensen vóór 1500, zulk een belevenis in haar volle hevigheid over ons zou kunnen komen, dan zouden wij ons volkomen gedreven voelen door onzicht­bare krachten, maar wij zouden het ons nooit geheel bewust kunnen worden. Dat de mens vrij kon worden om zichzelf te zijn en zelf te gaan denken, dankt hij aan het feit dat hij uit vrije wil gedachten kan opnemen en als dode gedachten in zijn denken kan gie­ten. Wij danken ons vrije bewustzijn juist aan het doodsproces van ons denken. Het abstrac­te denken brengt ons echter niet over de drempel van de onzichtbare wereld. Het denken brengt ons slechts aan de grens van het land dat wij met een abstract woord ‘on­eindig’ noemen.Wij hebben voor het land, dat buiten het bereik van het zintuiglijk denken ligt, een heel ander begrip nodig. Wij noemen het ‘eeuwig’.
Christelijk gesproken heet het: in God. Het is daar, waar alle tellen ophoudt, daar, waar de tijd in zijn opeenvolging van het een na het ander er niet meer is. In God is geen begin en geen einde. Daar begint de opstanding uit de vergankelijkheid, daar overwint het werkelijke leven het niets van de dood, daar zegeviert het hemelse licht over de aardse duisternis, daar begint het feest van Pasen.
Het is ons bewustzijn, dat ons kan binnenleiden in dat eeuwige land. Want het vrije bewustzijn van de mens wordt veroorzaakt door het eeuwige in de mens: het ik dat geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis en dus goddelijk is. Vóór zijn conceptie ziet de mens nog vanuit de wijde kosmos de goddelijkheid van de geestelijke zon, naar de mate van het bewust­zijn, dat zijn ik heeft kunnen ontwikkelen. Nadat hij in de fysieke wereld is ontvangen en op aarde geboren werd, wordt de zon voor hem steeds meer tot een samenballing van atoomexplosies, een warmtebron, die slechts het fysieke leven in stand houdt. Het vóórgeboortelijke wordt vergeten. Het eeuw­ige godswezen is voor zijn aan het lichaam gebonden verstand meer en meer onbereik­baar geworden. Vreugde en leed, geluk en ongeluk, tijdelijke gebeurtenissen, talloze vergankelijke dingen begeleiden de mens op zijn weg naar een uiteindelijke dood. Het denken zoekt naar het oneindige, maar kan het niet bereiken. Dat geldt in meerdere of mindere mate voor ieder mens op aarde. Vol angst verzet ons hart zich ertegen, maar toch kan ons starre verstand ons niets anders voor­spellen dan een onontkoombare ondergang, een definitieve afsluiting, het einde van ons bestaan: de dood.

Hoe kan ons bewustzijn nog levende gedachten scheppen uit de geestelijke wereld om ons heen? Scheppende gedachten, die ons ik bewust kunnen doen voortbe­staan voorbij de poort van de dood. Hoe kan ons goddelijke, eeuwige wezen hier op deze eindige aarde zijn oorsprong weer terugvin­den? Ons bewustzijn komt met abstracte ge­dachten niet verder dan de drempel. Daar­mee kunnen wij God nooit bereiken. Wel zegt ons de stem van ons hart, wanneer wij ernaar willen luisteren, dat wij voor een be­ter leven zijn geboren. Maar is dat geen mooie wensdroom, geen illusie? Door de verstarring van zijn denken, door de chaos in zijn voelen en door de zwakte van zijn willen zal het de mens nooit gelukken om uit zichzelf te komen in het rijk van zijn Vader, die in de hemel, in de buitenzintuig­lijke wereld is. Hoe kan iemand zichzelf aan z’n haren uit het moeras trekken?
Toch is het voor de mensenziel, in zoverre zij behoort tot de wereld van het vóóraardse le­ven, noodzakelijk dat zij gaat inzien dat zij eigenlijk niet kan sterven. Haar gevoel komt ertegen in opstand en zij wil het niet…

Voor de mens is de eeuwigheid der gees­telijke wereld onbereikbaar geworden. Hij ziet zijn onvergankelijke, goddelijke we­zen verloren gaan. Hij kan God niet meer te­rugvinden. Daarom vindt de geweldige ge­beurtenis aller gebeurtenissen plaats, de om­mekeer in de mensheidsontwikkeling op aar­de: het mysterie van Golgotha. Dat vieren wij op Pasen: de opstanding van Christus, de overwinning van Christus op de dood. Een God wordt mens. Een God daalt af in een menselijk lichaam.
Als wij willen, dan kunnen wij dat enorme moment van geluk en vrede inzien. Wij herdenken het van Kerst­mis tot Driekoningen. Het geheim van de goede wil.

Dan begeleidt de mens geworden God, Chris­tus, ons verder vanaf onze eigen conceptie, zodra wij ons in Hem herboren weten, door ons hele aardeleven. Hij geleidt ons als God én mens, door zijn leven op aarde, dat tevens een herscheppend kosmisch leven is, steeds verder op onze weg naar de dood. Terwijl ons contact met ons vooraardse bestaan door ons stervend denken steeds onmogelijker wordt, leidt Christus ons, vrijwillig, van on­schuldig kind-zijn naar bewuste volwassen­heid. Het is de weg, die vele sprookjes be­schrijven. Het is de unieke biografie van ie­der mens. Ons toevertrouwen aan een mens, hoe geestelijk ver gevorderd hij ook mag zijn, zou ons doen afdwalen van die weg. Christus schonk zich aan de mensheid en daarmee schonk Hij haar een begrip voor dat wat in haar eigen bewustzijn niet meer leven kon. Want evenals ieder mens ging Christus door de dood. Maar als God kon Hij de ziele-dood overwinnen, omdat een God niet ster­ven kan. En als God zal Hij aan iedereen, die Zijn leven brengende kracht in zich kan voe­len, het vermogen geven om met levende ziel door de poort van de dood te gaan en steeds bewuster het land van het eeuwige leven te betreden.
Dat is het mysterie van Pasen. Dank zij Christus’ offerdaad op Golgotha kan de mens eeuwig vitaal, dat wil zeggen ‘le­venskrachtig’, zijn en geestelijk steeds levens­krachtiger worden.

Slechts in het licht van die gebeurtenis krijgt alle strijd, ellende en leed hier op aarde zin. Om steeds krachtiger te kunnen worden in het geestelijk leven, daartoe ko­men wij steeds weer op deze aarde. Zo zal ook ons denken weer levend en schep­pend kunnen worden door de kracht van de Geest die Hij ons zendt.
Dat is het feest van Pinksteren, het feest van de Heilige Schepper-Geest.

De antroposofie heeft evenals het christelijk geloof, dat zij niet wil verdringen, maar ver­diepen en versterken, haar hoogtepunt in de vitaliteit van de lentezon, die opkomt in de vroege morgen van Pasen.

.

Henk Sweers , ‘Jonas’ 16 29 maart 1985

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

 

126-121

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (9)

.

PASEN

Pasen is voor ons een bekend, vooral traditioneel jaarfeest.
Vooral traditioneel, omdat tegenwoordig in het algemeen het paasfeest zo weinig inhoudsvolle betekenis voor de mensen heeft.
Als je zo links en rechts vraagt wat er nu eigenlijk gebeurd is met Pasendan weet een enkeling te vertellen dat het het verraad en de kruisiging van Christus betreft.
Bij het kerstfeest kunnen vele mensen zich nog wat voorstellen, het is hen veel duidelijker en tastbaarder wat daar gebeurde in vroeger tijden

Voor ons mensen van deze tijd kost het enorme moeite een voorstelling te hebben van de betekenis van het paasfeest.
Het  “hebben” van een voorstelling kan vaak nog een activiteit van buitenaf zijn, een bijna abstracte bezigheid die tot stand komt vanuit onze zintuiglijke werkelijkheid.

Willen we proberen wat meer van de gebeurtenissen rond Pasen te begrijpen, dan zullen we moeten streven naar een doordrenking van onze zintuiglijke werkelijkheid met bewustzijn van de geestelijke wereld,  zoals men dat in vroeger tijden nog bezat.

Vooral de opstanding is door ons ontwikkeld natuur-wetenschappelijk denken naar het rijk der fabelen verwezen. Hiermee volgen wij eigenlijk het besluit, op het concilie in 869 na Chr. genomen, dat de mens voortaan alleen nog maar bestaat uit een lichaam en een ziel. De geest werd in de ban gedaan, hierdoor kon de ruimte ontstaan voor de grote ontwikkeling van de natuurwetenschap, maar de werkelijke beleving van het paasfeest ging teloor.

In deze tijd moeten we proberen de opstandingsgedachte weer tot leven te wekken, als een realiteit te accepteren. Dat dit niet zomaar gaat, zal eenieder wel kunnen aanvoelen.
Wat wordt ons duidelijk gemaakt door het mysterie van Golgotha?

Toen de Christus op Goede Vrijdag voor de Romein Pilatus gebracht werd, bespot en geslagen, zei Pilatus: ‘Zie hier, de mens!’
Hoe waar zijn deze woorden, al waren ze neerbuigend bedoeld.
De ontwikkelingsweg van de mens treedt voor het voetlicht en in de
gebeurtenissen en verhalen van Pasen hebben wij vóór ons wat de
bestemming van ieder mens is. De vervolmaking van de mens, de vervolmaking van het Ik, de intocht van het Christuswezen in de mens, in ieder mens.
In de biografie van ieder mens is het groeiproces aanwezig – het groeiproces met als doel een werkelijk geestmens te worden.

Wij proberen ons ik-bewustzijn in onze levensloop te bevrijden van zijn sterke binding met ons denken, voelen en willen. Deze binding laat zich het sterkst zien in ons oordelen, daar komt het ik naar binnen in het oordeel, zolang ik mijn denken, voelen en willen samen met mijn ik gebruik bij de waarnemingen die ik doe.
Dat is baatzuchtig.

Lukt het ons bewustzijn vrij te zijn van het oordelende ik, dan kan de wereld zelf binnen ons oordelen. Dat is onbaatzuchtig. Je merkt dan dat je bij de essentie van je ik komt, nooit meteen iets bepaalds al wil, maar meegaat zodra je iets als juist hebt onderkend  (wat een levensopgave is.)

De wereld oordeelt in mij, het ik sluit zich vrijwillig aan bij het handelen dat voortkomt uit dit oordeel.
Deze kracht, deze mogelijkheid die ons gegeven isvieren wij met Pasen.

Aan  “Zie hier, de mens”, kan men dan toevoegen: “De Christus in mij” (de woorden van Paulus: “niet ik, maar Christus in mij”, die hij sprak na de opstanding).

Wij vieren,  behalve het lijden, de graflegging en de opstanding, ook de
palmzondag een week voor de paaszondag.

Een uitbundig feest, vooral op de onderbouw van de vrijescholen, met het kruis, het brood, de takjes en de slingers. Wij vieren de binnenkomst van de Christus in Jeruzalem. Vele juichende mensen met palmbladeren in hun handen, koelte toewuivend, begroeten hem bij zijn intocht op de ezel. De mensen zien met hun eigen ogen hoe Hij straalt, zij nemen deel aan dit stralen en voelen zich zielsenthousiast.

Dit juichen wordt gedeeld met het juichen in de natuur, de aankomende lente, de aarde ademt uit. Juist in deze tijd vindt even later de kruisiging, de dood, plaats.
Hoe tegengesteld aan het juichende, het levende. Welk offer wordt hier gebracht? Wat wordt ons hier getoond?

De dichter Martinus Nijhoff drukte dat o.a.  zo uit:

                                    De soldaat die Jezus kruisigde

Wij sloegen hem aan ’t kruis.
Zijn vingers grepen wild om den spijker toen ‘k den hamer hief –
Maar hij zei zacht mijn naam en: “Heb mij lief”
En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had Hem lief – en sloeg en sloeg en sloeg
Den spijker door zijn hand in ’t hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een visch – zijn naam, zijn monogram –
In ied’ren muur, in ied’ren balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
“Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen”

Niet alleen een spijker door de hand van de soldaat, maar een spijker door de hand van de mens.

Het lichaam van één mens is het toneel geworden, waarop zich een groot herscheppingsdrama afspeelt. Het lijden aan het kruis is het lijden van de mens op zijn weg.

De opstanding laat ons eigenlijk de vervulling van het wezen van de mens zien. De eerste volkomen mens. Opstanding uit de dood, het overwinnen van de dood, is uiterst noodzakelijk voor ons geweest om ’t groot geheim voorgoed te begrijpen. Was dit niet gebeurd, dan kun je je voorstellen dat wij immer een verlangen, een heimwee naar vervolmaking in ons zouden dragen waarmee wij geen kant op zouden kunnen.
De opstanding laat zien dat de geestmens niet weg is, maar juist onder ons, beter gezegd, in ons leeft.
Niet als een vanzelfsprekend iets, niet passief, maar meer actief: je moet  a.h.w. zelf door de dood en de opstanding, sterven en opstaan, gaan.

Vele vragen blijven onbeantwoord, vele dingen nog onduidelijk, maar ik geloof dat we al een eindje op weg zijn als een ieder probeert tot zijn/haar eigen paasbelevenis te komen.

Opstanding van de wereld begint in de mens!

Robin Jansen, vrijeschool Nijmegen, datum onbekend.

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

111-108

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.