Tagarchief: 1e klas euritmie

VRIJESCHOOL – 1e klas – euritmie

.

De eerste tijdschriften van het blad ‘Erziehungskunst’ – toen nog ‘Zur Pädagogik Rudolf Steiners’ verschenen zo’n 100 jaar geleden.

Het is opvallend en interessant tegelijk hoe de leerkrachten het vrijeschoolonderwijs vorm wilden geven – nu zonder de hulp van Steiner die in 1925 was overleden.

Natuurlijk zijn er ‘dingen’ die niet los gezien kunnen worden van de tijd waarin men toen leefde, maar tegelijkertijd vind je in veel artikelen een inhoud die ook vandaag de dag nog actueel is.

Cläre Rother, Zur Pädagogik Rudolf Steiners, jrg. 2, nr 1 mei 1928

.

Uit de euritmieles voor de kleinere kinderen
.

Het was lente toen ik een groep kleine zes- tot zevenjarige kinderen voor me had om ze kennis te laten maken met wat veel geluk voor hen zou betekenen, namelijk euritmie, de levende taal van de ziel die Rudolf Steiner aan de mensheid heeft gegeven.
Dit is een bijzonder geschenk voor de leraar, want nooit meer zijn de kinderen zo visueel, zo toegewijd alle bewegingen aan het imiteren, zo fantasierijk de wereld aan het beleven als op deze leeftijd.

Het is dus mogelijk om het sprookje als uitgangspunt te nemen. Wat de verbeelding van de kinderen stimuleert, stimuleert ook hun bewegingen en ze bewegen hun ledematen met plezier.
Ik vertelde ze sprookjes over reuzen en dwergen, bloemen, elfen en vlinders, vogels en kevers. We luisterden naar al deze wezens en leerden iets van hen: lange en korte, lichte en zware stappen, rennen en huppelen, alles in harmonie met het muzikale.
Toen probeerde ik de klinkers aan de kinderen in een verhaaltje te geven.
Ik ging uit van een artikel van Dr.Treichler in een mededelingenblad van de school.

Wat ik de kinderen vertelde, wil ik hier graag samenvatten:

Er was eens een klein meisje van jullie leeftijd. Ze was met Pasen* met school begonnen.
De eerste nacht had ze een prachtige droom.
Ze droomde dat er een heldere engel met prachtige vleugels naar haar toekwam die zei: “Kom met me mee, ik wil je de schoonheid van de hele wereld laten zien, de aarde en de hemel, en jij zult me laten zien dat je een open hart hebt voor al deze schoonheid.”
Nu vlogen ze ver omhoog naar het midden van de blauwe hemel. Die was zo groot en wijds en zo stralend helder dat het kleine meisje Ah! wilde roepen van verbazing over deze schoonheid toen ze plotseling besefte dat ze niet kon spreken. Haar woorden vervaagden in de ether. Maar ze dacht aan de woorden van de engel en wilde hem laten zien hoe graag ze de schoonheid wilde ontvangen, ze opende haar armen wijd in een grote zwaai en de engel deed hetzelfde en verheugde zich. A.
Ze vlogen verder, hoger en hoger. De helderheid werd groter en groter, stromen van kleuren vermengden zich, van het zachte blauw ging het over van lichtgroen naar stralend geel. En plotseling stonden ze voor de troon van God.
Daar zat de Moeder van God, gehuld in haar blauwe sterrenmantel, met het stralende kind van God in haar armen, stralend als een zon.
Verblind door het felle licht strekte het kleintje haar armen kruiselings uit als lichte verdediging tegen de al te felle schijn.
Maar langzamerhand kon ze het beter verdragen en ze sloeg haar armen over haar borst in aanbidding en eerbied voor het kind van God, ja, ze bad en kruiste al haar vingers. En ze zag de engel hetzelfde doen en verheugde zich.
Ja, de engel kruiste zelfs zijn vleugels boven en zijn vleugels onder en zijn voeten, zodat hij daar in een viervoudige E stond.
En zij zagen hoe vele engeltjes naar buiten zweefden, helder licht dragend dat rond de troon van het kind van God scheen.
En het mensenkind wilde ook worden als een licht, een kaars op het altaar van het kind van God, en hij maakte een lichtstraal vanuit zijn armen. Het werd zelf een straal, die licht gaf, .I.
Nu vlogen ze weg, terug naar de aarde. Toen hield het kind haar armen rond
alsof het al het moois wilde omarmen en meenemen naar de aarde. O.

Ruisend daalde het af van de uitgestrektheid van de hemel naar de aarde.
En het zag hoe de mensen zo diep in de duisternis leven en niets ervaren van het heldere licht dat het had mogen zien en weer in bed liggend strekte ze haar armen uit met verlangen, met weemoed en diepe eerbied van beneden naar boven, naar de hemel. U.
En de engel glimlachte naar haar in haar slaap en sprak tot haar:
“Je hebt de taal van de engelen goed geleerd, vergeet die nu op aarde niet. Mensen vergeten het zo gemakkelijk omdat ze niet aan het stralende kind van God denken.
Je moet ze ook op aarde oefenen, dan zul je de weg naar het hemelse thuisland weer vinden.”

In haar slaap glimlachend zag het kind hoe de engel opsteeg naar de hemelse wereld van een donkerpaarse U naar een rode O, een al lichtere, diep-blauwe A naar een hoopvolle groene E, tot hij als een heldere, gele I in het stralende licht bij de troon van God stond die zijn verlangen voedde.

Dit verhaal maakte diepe indruk, we oefenden vreugdevol al deze
bewegingen en lange tijd hoorde ik bij de kinderen het woord “engelentaal”.

Tegelijkertijd hadden ze goed begrepen dat je bij de engelentaal niet mee moet spreken, dat de menselijke taal dan stil moet blijven.

Van daaruit kon ik in de loop van het jaar veel klanken blijven ontwikkelen, waaronder de medeklinkers. De kinderen vonden de beelden van de W – het golvende water of de wind, de L van een lelie heel duidelijk, We gebruikten ook het beeld van het vliegen, vooral dat van de engel voor de L.

Met Kerstmis was er grote vreugde toen elk kind een huisje kreeg. Dat was tot dan toe een gekleurde cirkel geweest waarin het tijdens de euritmieles had gestaan. Dat werd nu een ster.

Daarvoor vertelde ik een verhaaltje van het gouden sterrenhuis en we bewogen met onze handen mee op de maat of onze voeten liepen het ritme:

“Wenn ich meine Äuglein schließe,
führt ein Englein mich hinaus,
auf die grüne Himmelswiese,
vor das goldene Sternenhaus;
und die Sterne, groß und kleine,
nehmen mich in ihren Tanz,
daß ich ihnen mich vereine
Zu dem schönen Himmelsglanz.”

Sluit ik mijn ogen beide,
leidt een engel mij zo verre,
over de groene hemelweide,
naar het gouden huis der sterren;
en de sterren groot en klein
leiden mij in hunne dans
dat ik bij hen kan zijn
naar de mooie hemelglans.

(eigen vertaling, een proberen)

Het volgende uur vertelde ik verder.
De sterren leiden het kind naar Maria met het Kerstkind dat omringd is door spelende engelen. 
Toen kwam er ook weer iets terug van het eerste verhaal en met veel plezier oefenden we elk uur tot aan Kerstmis  – met de engelentaal – het volgende gedichtje 

“Im Himmel beim Christkind
sind Freuden soviel,
Da spielen die Englein
gar liebliche Spiel.
Da sitzet im Glanze
auf himmlischer Au
die hohe, die sanfte
demütige Frau.
Maria, die reine,
voll seliger Lust,
Hält Jesu, das Kindlein,
an heiliger Brust.”

De sterren vormden een cirkel en euritmiseerden de vocalen. 
In het midden van een gouden sterrenhuis stond heel ernstig een klein meisje dat Maria was, omgeven door vijf engelen die de L van de engelvleugel maakten.
De kinderen deden enthousiast mee, ze werden nooit moe, elke les waren ze er vol aandacht bij; de realiteit van dit aparte spel meebelevend.

Zo werd elk euritmie-uur in deze tijd een nieuwe beleving van Kerstmis.

*In die tijd begon het nieuwe schooljaar met Pasen.
(Dat er met Pasen iets nieuws begint, heeft een zekere diepgang.)
Toen ik zelf op de ‘lagere school’ zat, (ca 1952) was dat ook nog zo, maar enige jaren later ‘gingen wij over’ met de grote vakantie).

In het artikel gaat het er niet over, maar ik zou zeggen dat je het aanleren van de klinkers op deze manier niet zonder de klassenleerkracht moet doen, d.w.z. die zal iets soortgelijks moeten doen, zodat er voor de kinderen een vorm van overeenstemming bestaat.

Wat het gebruik van engelen of elementairwezens betreft, zie daarvoor een opmerking hier.

.

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Rudolf Steiner over…: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: euritmiefiguren

.

3360-3161

.

.

.

.