Tagarchief: 11e klas

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (2)

.

Het netwerk van Parcival

Het middeleeuwse Parcivalverhaal van Wolfram von Eschenbach kan worden gezien als een spiegel van de mens en een leerschool voor het leven.

Maar: de werkelijkheid van het leven kan nooit een exacte kopie van een middeleeuws lot zijn.

In een Arabisch land zag ik enkele malen een echte ‘graalmaan’. De ragdunne, op deze zuidelijk gelegen breedtegraad horizontaal liggende maansikkel ontving als het ware de ‘hostie’. Met dat laatste wordt de vrijwel ronde schijf van het maanoppervlak vergeleken, die niet is belicht. Je hoeft niet eens zo goed te kijken om te zien dat dat laatste niet helemaal het geval is. Dat donkere maanoppervlak wordt namelijk beschenen door de aarde. Vanaf de maan gezien is het dan vrijwel ‘volle aarde’. Daardoor licht boven de schaalvormige maansikkel de door de aarde verlichte schijf op in een zachtrode gloed. Het lijkt wel alsof de Arabische nachtelijke hemelstreken bij uitstek geschikt zijn om dit occulte teken zo indringend boven de werkelijkheid te plaatsen. In deze landen, onder dit teken, streed ook Parcivals vader, de ridder Gahmuret, vermoedelijk voor de Kalief van Baghdad. En hier werd Parcivals halfbroeder geboren, de ‘als een ekster zwart en wit gevlekte’ Feireftz.

De spil van het verhaal van Parcival wordt gevormd door de Graal. Maar, zoals de maan boven Arabië, is ook de Graal niet in één beeld te vatten. Laat staan dat je zomaar
koning wordt van de Graalburcht, gelegen op een plek, ‘zo ver, dat een vogel moeite zou hebben gehad dat helemaal te vliegen’. Behalve als maansikkel wordt de Graal beschreven als een magische steen, als een kostbare schaal, als de scheppende kracht van het woord en als een ‘zijnstoestand’. De koning van de Graalburcht heerst over ‘al wat binnen de baan der planeten valt en door hun schijnsel wordt bestreken’.

Een eenvoudige karakterisering van het verhaal van Parcival is niet te geven. Om te beginnen bestaan er meer versies. De meest uitgebreide en complete is die van Wolfram von Eschenbach uit het begin van de dertiende eeuw. Wolfram noemt op zijn beurt als bron een zekere meester Kyot, die in Toledo geheime boeken zou hebben gevonden, waarin oude joodse wijsheid te vinden was. Wolfram geeft mogelijk ook een verhulde verwijzing naar een onbekend Arabisch boek – het Felek Thani– dat het ontstaan van de wereld zou beschrijven. Richard Wagner maakte er in de vorige eeuw een bewerking van.

Wolfram formuleert de complexe structuur van zijn versie als volgt: ‘Dit verhaal zal er nimmer voor terugschrikken zowel te vluchten als op te jagen, nu eens te ontwijken en dan weer terug te keren, te honen zowel als te loven. Wie iets aan kan vangen met al deze wisselvalligheden is wel bedeeld door het verstand en zal zijn tijd niet verzitten of laten verlopen, maar zal een en ander goed verstaan.’

Dubbele bodem
Als Parcival voor de eerste maal de wereld intrekt, is hij gekleed als nar en rijdt hij op een scharminkelig muildier. Die uitrusting heeft hij te danken aan zijn moeder Herzeloyde.
Zij had hem het liefst in het stille woud Soltane willen houden, ver van de wereld, ver van de strijd tussen ridders. Haar gemaal Gahmuret was in de Oriënt gevallen. Niet alleen wilde zij haar zoon een dergelijk lot besparen, ook voor haarzelf zou een tweede verlies niet te dragen zijn.

Als Parcival uiteindelijk natuurlijk toch onstuitbaar als ridder de wereld tegemoet wil treden, hoopt Herzeloyde dat hij, aldus uitgedost, zonder zijn potsierlijke staat te beseffen en voorzien van verkeerde raadgevingen, snel op zijn schreden zal terugkeren. Maar dat gebeurt niet. Al sticht hij aanvankelijk het nodige onheil, toch overwint deze nar, geheel onverwacht, de gevreesde Rode Ridder Ither, beklimt diens paard, leert alle gevechtstactieken en ridderdeugden van een zekere slotheer Gurnemanz en maakt schone vrouwen het hof. Vervolgens komt hij op de burcht van Koning Arthur en zijn tafelronde aan.

Wat moeten we beginnen met zo’n ridderverhaal uit de gotiek, waarin de personages weliswaar dramatische belevenissen meemaken, maar toch schematisch blijven in hun hoofse etiquette en gestileerde uitweidingen over details? We kunnen ons verwonderen over de nobele en tegelijkertijd niets verhullende opvattingen over liefde en seksualiteit in de cultuur van de hoofse minne. Met enig heimwee kunnen we dit verhaal bezien als een tijdsbeeld waarin het goede, het schone en het ware nog herkenbaar waren aan fraaie gelaatstrekken, sierlijk gebouwde lichamen en nobele witte paarden. We kunnen ons verbazen over het internationale karakter van deze vertelling, die zich niet alleen over grote delen van Midden- en Zuid-Europa uitstrekt, maar ook vertakkingen heeft tot in Arabië, China en Noorwegen. Maar dan?

Naar aanleiding van enkele concrete aanwijzingen van Rudolf Steiner, heeft de historicus Walter Johannes Stein door middel van een minutieus onderzoek aannemelijk gemaakt, dat dit hoofse ridderverhaal niet op fantasie berust. De historische werkelijkheid van Parcival en de zijnen, situeert zich namelijk in een tijd die zo’n vierhonderd jaar vóór de tijd ligt, waarin het werd opgeschreven. Het betreft bepaalde lotgevallen van vooraanstaande persoonlijkheden uit het Europa van de negende eeuw. Geschiedenissen uit de dagen van Karel de Grote en de tijd daarna zijn dus door Wolfram en anderen naverteld, waarbij zij gebruik hebben gemaakt van andere namen en het verhaal hebben gekleed in de hoofse etiquette van rond het jaar 1200.

Zo’n historische dubbele bodem maakt het verhaal fascinerender, maar je moet wel een uitgesproken interesse voor geschiedenis hebben om aan de complexe netwerken van dit ‘wie-is-wie’ iets te beleven. Er zullen niet veel mensen zijn die bij het horen van namen als Hugo van Tours, Karel de Dikke of Charibert van Laon uit hun stoel opveren. De middeleeuwen zijn voor ons in mist gehuld.

Sinistere zwarte magiër
Parcival zou zonder meer in de kring van Koning Arthur en diens ridders en jonkvrouwen zijn opgenomen, als de vervloeking van een tovenares niet had ingegrepen. Cundrie la Sorcière – ‘haar ruig gelaat was niet zoals de minne het van een geliefde verlangt’ – ontmaskert Parcival in het openbaar. Tijdens zijn omzwervingen was Parcival namelijk, zonder dit ten volle te beseffen, op de Graalburcht ontvangen. Gedurende die ontvangst was hij ooggetuige geweest van een hartverscheurend ritueel. Daarbij werd een processie rond de duidelijk zwaar lijdende Graalkoning Anfortas gevoerd. De Graal zelf werd door een schone jonkvrouw gedragen. Niet alleen de Graal, maar ook een bebloede speer, die temidden van dit zwijgende gezelschap kennelijk de smart nog opvoerde, ging aan zijn oog voorbij.

Parcival, die juist geleerd had van zijn opvoeder Gurnemanz dat het niet netjes was om teveel nieuwsgierige vragen te stellen, hield in dat gezelschap dus zijn mond. En uitgerekend dit zwijgen wordt hem nu voor de voeten geworpen en zal hem met schande overladen, God doen afzweren en tot eindeloos lijkende omzwervingen en beproevingen leiden.
Er komt zelfs een andere ridder aan te pas, Gawan geheten, die zich juist onderscheidt doordat hij voortdurend vragen stelt. Hij zal het fantastische kasteel Schastel marveile verlossen van de toverkracht van Clinschor, de meest sinistere zwarte magiër die de wereld kent.

Er zijn nog vele verwikkelingen nodig voordat Parcival tenslotte, samen met zijn gevlekte halfbroeder Feirefiz, opnieuw de Graalburcht betreedt. Hij komt daar ook ditmaal onverwacht, want de Graal ‘kan men niet najagen’. Maar nu is hij rijp genoeg en voldoende door medelijden met de lijdende koning bewogen om de vraag te stellen die hij eerder verzuimde.

Binnen die hoofse ridderroman met haar historische dubbele bodem, doemt geleidelijk een laag op waarin de werkelijkheid nog een andere dimensie blijkt te bezitten. Het ‘Land Anjou’ is dan niet alleen de geografisch bepaalde streek in Frankrijk waaruit het geslacht van Parcival stamt, maar tevens de aanduiding van een bovenzinnelijk waarnemingsorgaan. Vandaar dat ‘Anjou’ evengoed vertaald kan worden met ‘aanschouwen’. Heel het verhaal wemelt van dit soort symbolieken en getalswetmatigheden. Bovendien blijkt dat diverse lotgevallen in een gemetamorfoseerde herhaling terugkomen. Daarmee worden al die ontmoetingen en beproevingen opeens herkenbaar als ‘opdrachten’. Die opdrachten zijn op hun beurt weer te beschouwen als stadia in een reeks. Wolfram schrijft, ietwat cryptisch: ‘Ook heb ik nooit een man gekend zo wijs dat hij niet gaarne zou vernemen in welke richting dit verhaal streeft en welke goede leer het biedt.’ De ‘goede leer’ die het verhaal wil aanreiken, is een algemene. Daarmee is die derde laag van het Parcivalverhaal de meest interessante en actuele. Die laag onthult iets over de menselijke levensloop en over hoe ver de vermogens van de mens uiteindelijk reiken. De mens ontwikkelt zich van een nar die niet ziet hoe potsierlijk hij is, tot het kosmische koningschap. Hoewel die richting dus is bepaald, is de gewezen weg toch ook een vrije. De werkelijkheid van het leven kan nooit een exacte kopie van een middeleeuws lot zijn en elke gebeurtenis vraagt om een nieuw soort inzicht, een nieuw soort handeling. Medelijden werkt niet, als je dankzij Parcival uit het hoofd hebt geleerd dat dat belangrijk is. Een echte vraag naar een ander die met een probleem worstelt, kan alleen verlossend zijn als die vraag ook uit het hart komt. In die zin kan de ‘goede leer’ van belang zijn als een wonderbaarlijk hulpmiddel, als oriëntatiepunt, al is het alleen maar om te beseffen hoezeer je in je eigen leven nog aan het begin staat.

Mark Mastenbroek, Jonas 1 07-09-1990

L.Beuger ‘Parzival’

Een middeleeuws epos als begeleider op een bewustzijnsweg [1]   [2]   [3]

11e klas – Parcival  -impressie van een periode

11e klas – Parzival – impressie van een periode

11e klas – Parcival: over de 3 bloeddruppels in de sneeuw

Vrije Opvoedkunst:

De mens in ontwikkeling tussen omgeving en wereld: Parcival
W.A. Mees (Wijnand)
Juli 1974

Parsifal
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1941

De beteekenis der Parzivalsage voor onzen tijd
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1937

Afbeeldingen op Wikipedia

1089-1011

.

.

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parzival (1)

.

Mijn laatste periode Parzival

 

Groots en meeslepend wil ik leven!
.

Henk Spijker* deed in ‘Lerarenbrieven’ 24-01 (2013) verslag van een 11e-klasperiode ‘Parzival’. In november 2012 gaf hij deze periode voor de 25e keer.
.

Voor deze periode maak ik gebruik van de bijzondere en authentieke vertaling van onze oud-collega Leonard Beuger. Ik lees de 16 avonturen (hoofdstukken of delen) elk jaar opnieuw, enerzijds om mijn beleving levend te houden, anderzijds om te ervaren dat ik elk jaar weer ontdekkingen in de tekst doe. Ik herinner me nog de eerste keer dat ik me er doorheen worstelde. Het viel toen niet mee om de avonturen zo tot me te nemen dat ik er de volgende dag ook meteen levendig over kon vertellen. Toch kan ik iedereen aanraden er wel op die manier mee te beginnen. Bij de navertellingen of samen­vattingen mis je de magie van de tekst. Juist de stijl van vertellen, de woorden, de uitweidingen helpen enorm. Een rijkdom.

De elfde klas van dit jaar is er een van het midden: geen extremen. Eerst nadenken dan doen. Als ze binnen komen (allemaal tegelijkertijd), gaan ze zitten, pakken hun spullen en wachten rustig tot ik voor de klas ga staan om te beginnen met de ochtendspreuk. Ik hoef die niet aan te kondigen; ze staan uit zichzelf op.

We zijn de periode begonnen met terug te kij­ken naar de werkweek. Die heeft veel raakvlak­ken met de Parzivalperiode. De werkweek was in het begin van het schooljaar onder leiding van de leraar kunstzinnige vakken, Rob Hoek. De leerlingen hebben verschillende films beke­ken en naar aanleiding daarvan met elkaar ge­sproken. De beleving van de inhoud werd on­derzocht, er werd over geschreven, geschilderd en getekend. Belangrijk was daarbij dat de leer­lingen meningen en eigen gevoelens durfden te delen met elkaar. De eerste stappen in de ont­dekking van de eigen binnenwereld.

Gedurende de drie weken vertel ik iedere dag minstens één avontuur. Ik doe dat vrij gede­tailleerd. Tijdens het vertellen leg ik verbanden op thematisch niveau om het denken te richten.

Verder heb ik aan het begin van de periode verteld dat ze iedere dag opdrachten krijgen. Deze vind ik het belangrijkst. De samenvattin­gen van de verhalen die ze ook in hun schrift schrijven kunnen beknopt zijn en vormen slechts het werkmateriaal.

Natuurlijk komen de uitwerkingen van de opdrachten in de klas ter bespreking.

Het eerste avontuur vertelt over Gahmuret de vader van Parzival die niet kiest voor de veilige beschutting van het ouderlijk huis, maar de wijde wereld in trekt om daar zijn bestemming te vinden.

Voor de eerste opdracht lezen we het ge­dicht van Hendrik Marsman: “de grijsaard en de jongeling”: de jongeling die groots en meesle­pend wil leven trekt de wereld in zonder er veel over na te denken; de grijsaard, teleurgesteld in het leven, wil hem tegenhouden.

Ik laat ze voor de volgende dag opschrijven met wie ze zich het meest verbonden voelen. Geschreven wordt o.a.:

  • (ik kies wel voor de jongeling, maar) ik wil de wereld in, maar niet “zonder mij te bera­den”
  • Ik ben denk ik iets minder impulsief dan die jongen, ik zou er langer over nadenken
  • Als alles gewoon, normaal en goed verloopt hoef je niet groots de wereld in te stappen
  • Ik wil wel avontuur, maar ben er toch te bang voor…
  • Ook denk ik dat als je iets spannends wil on­dernemen er altijd het stemmetje van de grijsaard in je zit….

Bij het tweede avontuur, waarin Gahmuret Herzeloyde wint, komen we onder andere te praten over elkaar vrij laten in een relatie.

Herzeloyde staat haar man toe om maande­lijks naar een toernooi te gaan. Een ridder moet strijden, dat is zijn roeping. Maar dan moet hij wel de gelegenheid krijgen.

Iedereen is het ermee eens dat vrijheid een noodzakelijke voorwaarde is voor ontwikkeling en dat is waar het om gaat.

Binnen die vrijheid, waarbij je je eigen weg gaat naar je eigen bestemming, is twijfel een onvermijdelijk verschijnsel. Soms weet je het niet, moet je gokken. Niet toevallig dat de Par­zival begint met een opmerking over de twijfel:

” als twijfel nabij het hart is… “

Leerlingen schrijven hun reactie op over de re­gels van de Parzival:

  • de twijfel is nodig om het “ik” te ontwikke­len
  • alles is relatief, zelfs het leven
  • .. .ontwikkel je een eigen innerlijk oordeel. Dat zorgt ervoor hoe je denkt, en zo word je wie je bent
  • Doordat we altijd maar streven vinden we twijfelen slecht, volgens mij…

Aan het eind van het tweede avontuur wordt Parzival geboren. Zijn moeder is wanhopig: haar man is omgekomen in een strijd. Zij wil haar zoon grootbrengen in een woud, ver van de bewoonde wereld en vooral van de ridder­schap. Maar het lot is niet te keren en Parzival komt uiteindelijk bij koning Arthur terecht, als een dwaas zonder inzicht in de wereld. Hij is twee dagen op weg of hij heeft al twee doden op zijn geweten, onbewust weliswaar, maar ze zul­len hem toch aangerekend worden. Schuld treedt in zijn leven in.

Het kwade laat zich zien. De opdracht gaat over goed en kwaad. Naar aanleiding hiervan schrijft een leerling, die geïnteresseerd is geraakt in de oorsprong van het kwaad en leest over Atlantis:

  • Er was alleen liefde, alleen positiviteit op Atlantis, maar hierdoor was er geen verdere ontwikkeling mogelijk, omdat, doordat alles goed was, er geen behoefte was aan verande­ring

Parzival is aan het eind van het derde avontuur bij Gurnemanz geweest en is de fase van de dwaasheid voorbij. Hij heeft geleerd hoe een ridder zich moet gedragen en wat de ridder­deugden zijn.

Leerlingen gaan kiezen welke deugd zij de belangrijkste vinden:

  • Trouw zijn is belangrijk. Ik vind dit wel de belangrijkste. Want ook medelijden hoort hier bij … als je trouw bent krijg je er ook iets voor terug. Liefde en een stap richting je eigen ik
  • Matigheid vind ik het belangrijkste. Mijn opa zei altijd: “Té is nooit goed, behalve te­vreden.”
  • Al die deugden beschrijven eigenlijk een perfect mens.. .Daarom moet men niet stre­ven naar menselijke perfectie, maar naar een leergierige mens

In het volgende avontuur wint Parzival zijn vrouw, Kondwir Amurs. Hij levert een heftige strijd met Clamidé, die Kondwir door dwang voor zich opeist. Dit is een motief dat een aan­tal keren in het verhaal voorkomt. Die vrouw bevindt zich dan altijd binnen de afgesloten mu­ren van haar, belegerde, stad. Parzival eist niet op, maar strijdt voor een vrouw. Hij bevrijdt Kondwir Amurs.

Door veel leerlingen werd de ommuurde stad met een vrouw er in gezien als het ik dat opgesloten zit. Buiten de muren is de vijandige buitenwereld die je “ik” wil roven. Parzival (jij zelf dus !) komt je bevrijden en dan kun je weer verder.

Na het huwelijk gaat Parzival zijn moeder opzoeken. Hij weet niet dat ze, toen hij wegreed, van verdriet gestorven is.

We onderzoeken wat het begrip va­der/moeder voor je betekent.

  • Op zoek zijn naar je moeder zie ik hier als beeldspraak, als symboliek voor de zoek­tocht naar het moederdeel in jezelf. Naar datgene dat je draagt…
  • Je roots betekenen de eigenschappen die jou jou maken.. .maar misschien vinden anderen juist dat je roots er al vanaf je geboorte zijn. Maar dat is niet hoe ik erover denk…
  • Op zoek zijn naar je familie doe je.. .om daar antwoorden te vinden op vragen waarom doe ik zoiets…
  • Mijn zussen zeggen dat ik innerlijk veel meer op mijn moeder lijk…

En dan komt het vijfde avontuur, waarin Parzival de eerste keer in de graalburcht komt en al­les aan zich voorbij laat trekken en daarmee een zeer grote schuld op zich laadt.
De zoektocht neemt dan een aanvang: Parzival heeft zijn bestemming gezien, maar ver­slapen. Hij kwam te vroeg. Hij zal nog een lan­ge weg moeten gaan totdat hij eindelijk de vraag: “Wat deert u oom? ” kan stellen. Daar­voor zal hij die liefde in zichzelf moeten ontwik­kelen die Plato de hoogste vorm van liefde noemt: de belangeloze liefde.

Parzival zal een “levens- ‘weg moeten gaan vol distels en doornen, vol strijd en eenzaam­heid. Hij zal zich met het kwaad moeten verbin­den om het van binnenuit te bevechten.

Op dit punt praten we over geloof en hoop. Eigenlijk bij toeval komt het onderwerp op de ochtendspreuk die ze al een aantal jaren elke dag zeggen. Ik vraag hun: wat zeg je er eigen­lijk mee? We onderwerpen de spreuk aan “close reading”. Dit leidt tot een grotere bewustheid van de woorden: stenen die rusten… wat ver­onderstelt dit? De mens, bezield, die de geest een woning geeft.. .wat is ziel, wat is geest. Als we praten over de Godesgeest die weeft komen we op het geloof; wat stel jij je daarbij voor.

Sommige leerlingen denken dat ze dit beter niet meer kunnen zeggen, want God bestaat toch niet…

Hoop kun je in die spreuk vinden, omdat je als mens een onderdeel van een groter geheel bent. Je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat dit grotere geheel uit is op je ondergang. Hoewel W.F. Hermans daar zeker anders over denkt.

In het negende avontuur komt in zijn leven een keerpunt vanuit een nulpunt: kou, eenzaamheid, wanhoop zijn zijn deel; God heeft hij zijn dienst opgezegd. En vanuit dat nulpunt geeft hij zijn paard, zijn onderbewuste wezen, de vrije teugel. Als de nood het hoogst is… Het paard brengt zijn berijder bij Trevrizent. Deze kluizenaar, broer van Amfortas, zal zijn geestelijke leids­man worden.

De leerlingen krijgen de opdracht om een verhaal te schrijven over iemand die zich in zo’n nulpunt bevindt. Komt die er uit ? Enkele verhalen eindigen in zelfmoord. Het verhaal over het meisje met anorexia dat zich dagen verbergt in haar bed, maakt diepe indruk.

En zo, op deze manier, gaan we drie weken lang langs de wegen van Parzival en ontdekken we allerlei levenslessen. Maar mooie lessen blijken niet voldoende. Uiteindelijk komt alles neer op de strijd met jezelf.

De hevigste strijd die Parzival aan het eind van het verhaal zal moeten strijden is met zijn broer Feirefiz, zoon van de eerste vrouw van zijn vader, de zwart/witte.

“dan heb ik met mijzelf gestreden… “

Alle strijd is te doen, maar de strijd met jezelf is de moeilijkste.

De laatste dag heb ik de leerlingen de graal la­ten boetseren, zoals zij deze voor zich zien. En­kele opmerkingen over hun eigen werk:

  • Ik heb een cilinder gemaakt… omdat die hol is en van alles bevat
  • De graalkoning zit in een holte c.q. de graal.. .omdat ik dat (zelf) heerlijk vind. Er­gens veilig zitten en weten dat alles goed komt
  • Mijn boetseerwerk stelt een meteoriet voor. Dit beeldt het kosmische, het niet-aardse uit en geeft ook aan dat de graal een diepe im­pact heeft
  • Dit is een steen; uit de steen groeit leven…
  • Dit is mijn heilige graal; het staat voor aan­passingsvermogen en leven dat de graal geeft

 

Uiteraard is dit artikel maar een kleine afspiege­ling van wat er allemaal voorbij is gekomen. Parzival is dan ook een onuitputtelijke bron, die zelfs na 25 jaar nog niet verveelt. Omdat elke elfde klas anders is, maar ook omdat ik er ieder jaar zelf weer nieuw in sta. Dat maakt ons werk spannend elke dag, elk uur.

*Henk Spijker

Henk Spijker is op het middernachtelijk uur van de Kerstnacht ingeslapen, na ernstig hersenlet­sel door onbekende oorzaak. De redactie wenst degenen om hem heen sterkte met dit onver­wachte en grote verlies.

Henk Spijker wist al in 1985 dat hij de overstap wilde maken als leraar Nederlands in het regu­liere onderwijs (in Den Bosch destijds) naar het vrijeschoolonderwijs. Hij bereidde zich degelijk daarop voor en begon ermee in 1989 in Breda. Daar werd hij al snel één van de dragende le­den van het college. Hij zette zich intensief in voor de inhoud van het onderwijs en de antro­posofie. Trouw en vaak in een actieve rol nam hij deel aan nationale en internationale orga­nen en conferenties van vrijeschoolleraren, zo­als in het project 2000 voor Nederlands, de landelijke Conferentie van de Pedagogische Sectie en het Oberstufencolloquium aan het Goetheanum.

Met dank aan mevrouw Spijker-Netten en de redactie van de Lerarenbrieven voor de toestemming dit artikel te mogen plaatsen.

 

L.Beuger ‘Parzival’

Een middeleeuws epos als begeleider op een bewustzijnsweg [1]   [2]   [3]

11e klas – Parzival – impressie van een periode

11e klas – Parcival

11e klas – Parcival: over de 3 bloeddruppels in de sneeuw

Vrije Opvoedkunst:

De mens in ontwikkeling tussen omgeving en wereld: Parcival
W.A. Mees (Wijnand)
Juli 1974

Parsifal
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1941

De beteekenis der Parzivalsage voor onzen tijd
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1937

Afbeeldingen op Wikipedia

.

11e klas: alle artikelen

617-567

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.