.
Dit verhaaltje schreef Leo voor een lagere klas, dat kan klas 1 of 2 zijn geweest, gezien het sprookjessfeerkarakter. Een aanwijzing voor welke klas is niet vermeld.
Verteltijd ca 5 min.
DE DRIE VRAGEN
Een jonge prins gaat op weg om de drie vragen van de wereld te ontmoeten.
Hij gaat over bergen en dalen, door rivieren en onder de sterren.
Dan ontmoet hij Idoha, een lichtwezen. ‘Ik weet wat je zoekt, Prins’, zegt deze.
Ik geef je drie raadsels.
Na drie dagen zullen we elkaar hier weer ontmoeten, als je de antwoorden hebt gevonden.
‘Wanneer zijn oog en oor vrienden?
Wanneer is het oog en wanneer is het oor de poort voor wonderlijke gevoelens?’
De prins ziet Idoha daarna verdwijnen in het eigen licht.
Hij gaat op weg met kloppend hart.
Hij ziet de kristallen, vallend water, vogels, een hert.
De mooiste kleuren heeft hij nog niet gevonden.
Op het eind van de dag ziet hij hoe elfen, serafijnen en cherubijnen zich losmaken van de ondergaande zon en weven en zweven door het firmament. Zij golven in de kleuren die hun sporen zijn.
De prins zuigt het tafereel in zich op als water in een droge spons. Ten slotte ziet hij de serafijnen oplossen in de kleuren.
Bij de ondergaande zon sluit hij zijn ogen en valt in slaap.
De volgende morgen beseft hij dat hij al één deel van het raadsel heeft opgelost.
Hij gaat op weg en hoort het vallende water, de wind door de bomen, de vogels, zijn eigen stap. Soms zit hij en luistert alleen maar, soms met gesloten ogen. Hij is verheugd dat de geluiden zo mooi zijn, maar hij voelt dat dit nog niet het mooiste is.
Hij valt in slaap en hoort muziek die hij kent.
Op de drempel van de droomwereld die hij nu binnengaat, beseft hij dat de wonderbaarlijke klanken door engelen gemaakt worden. Met een glimlach volgt hij een groot deel van de nacht de muziek.
De volgende morgen besef hij dat hij het antwoord op de tweede vraag heeft gevonden.
Hij ziet en hoort hanengekraai, paardengedraaf, een roepende boer en bliksem en donder. Zou hier het antwoord zijn?
Maar nu ziet hij voor zich een rotsspleet waaruit licht komt. Hij nadeert deze. De wanden wijken en uit de lichtnevel in de grot ontstaat een gestalte die hij als mens herkent. Maar hij hoort ook een stem en hij beleeft een wonder wanneer hij de woorden hoort die de gestalte spreekt. Want bij ieder woord dat hij hoort, ziet hij iets: de wolken, een helling, bergen, mensen, vogels, een ravijn. Hij ziet en hoort ze in het licht van de nevel en de glans waarin de sprekende gestalte is gehuld. Al luiserend worden machtige beelden zichtbaar.
In verbazing lijkt het of hij wegzweeft in het geluid van de nevel.
De derde morgen ontwaakt hij en beseft dat hij nu het laatste antwoord heeft gevonden.
Hij keert terug, kijkend, luisterend, verbeeldend, naar de plek waar hij Idoha heeft ontmoet.
Als hij daar is aangekomen, verschijnt Idoha en spreekt: ‘Ik weet dat je de antwoorden hebt gevonden. Daarvoor zal ik je belonen.
Je zult een dichter, muzikant en schilder worden en met de mensen uit je rijk de schoonheid van je verworvenheden delen.’
Toen verdween Idoha, loste op in het licht, maar liet een warme glans in het hart van de prins achter.
Toen hij was teruggekeerd in het paleis, waren er niet drie dagen, maar vele jaren verstreken.
Kort na zijn thuiskomst stierf zijn vader en werd hij koning.
De mensen uit zijn rijk hielden van hem en vereerden hem omdat hij naast wijsheid en vrede ook het schone in het land tot bloei bracht.
Zo leefden zij vele jaren in geluk en werkten hard.
Velen schilderden, dichtten en musiceerden.
.
Vrijeschool in beeld: Leo Klein [1] [2]
Algemene menskunde: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
.
3512-3298
.
.
.
.