.
Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.
Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.
De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!
Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.
In deze voordracht gaat het over:
Dankbaarheid, liefde, plicht <1>
Geen wereldbeschouwelijke school <2>
Ontstaan antroposofisch godsdienstonderwijs <3> <4>
Het christelijke karakter van de vrijeschool <5>
Wat wil de vrijeschool <6>
Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst
Opvoeding en onderwijs
Voordracht 8, Oxford 24 augustus 1922 (In de vert. abusievelijk: 25 aug.)
Über physische und moralische Erziehung
Over lichamelijke en morele opvoeding
Blz. 155/157 vert. 145/147
Sie sehen, es beruht alles bei uns auf der Ausbildung der Methodik,
weil wir realistisch und nicht nebulose Mystiker sind. Wenn wir auch mit
dem anderen Leben eben Kompromisse schließen müssen, so bringen wir
es doch durch die Methodik dazu, dasjenige, was in den Kindern individuell veranlagt ist, wirklich aus ihnen herauszuholen; wenigstens für die paar Jahre, die wir wirken konnten, hat sich ja manches Gute gezeigt.
Uns ist allerdings, weil wir die Kompromisse schließen müssen, zum
Beispiel für viele Kinder der Religionsunterricht nicht ermöglicht. Wir
können das Kind durch das Moralische führen. Das Moralische bringen
wir dem Kinde dadurch nahe, daß wir es vor allen Dingen aus der
Dankbarkeit heraus erwachsen lassen. Die Dankbarkeit ist das konkrete Erleben dem Menschen gegenüber im Moralischen. Was im Menschengemüte nicht von der Dankbarkeit ausgehen kann, bringt es in der Moralität auch höchstens zu abstrakten Grundsätzen. Aber aus der Dankbarkeit entwickelt sich alles heraus. Und wir entwickeln dann die Liebefähigkeit der Menschen und die Pflichtfähigkeit aus der Dankbarkeit heraus. Dadurch führt man das Moralische zum religiösen Leben.
U ziet, bij ons berust alles op de ontwikkeling van de methodiek, omdat wij realisten zijn en geen vage mystici. Ook al moeten wij compromissen sluiten met het leven buiten de school, via de methodiek brengen wij het zover de individuele aanleg van de kinderen werkelijk te voorschijn te halen. Althans, in de paar jaar
dat wij zo hebben kunnen werken, is er al veel goeds te zien geweest.
Wel is het zo dat wij vanwege de compromissen die we hebben moeten sluiten een groot aantal kinderen geen godsdienstonderwijs kunnen geven.<1> Wij kunnen het kind de weg wijzen op het gebied van het morele. Het morele brengen wij het kind in de eerste plaats bij door dat uit de dankbaarheid te laten ontstaan.
Dankbaarheid is voor de mens een concrete morele belevenis.
Wat in het menselijke gemoed niet op dankbaarheid is gebaseerd, brengt het in het morele ook niet verder dan abstracte principes.
Maar uit de dankbaarheid ontwikkelt zich alles. Wij ontwikkelen onze menselijke vermogens op het gebied van liefde en plicht uit de dankbaarheid. En langs die weg voert men het morele tot het gebied van het religieuze leven. <1>
Aber es machten die äußeren Verhältnisse notwendig, daß wir nicht als Himmelstürmer auftraten, daß wir also den katholischen Unterricht in die Hände der katholischen Religionsgemeinde gaben. Die schickt uns in die Schule ihren Vertrauensmann. Und wir lassen die katholischen Kinder von dem katholischen Pfarrer, die evangelischen Kinder von dem evangelischen Pfarrer unterrichten. Es ist die Waldorfschule keine Weltanschauungsschule, sondern eine Methodenschule.
Es hat sich nur herausgestellt, daß eine Anzahl von Kindern Dissidentenkinder waren, die gar keinen Religionsunterricht auf diese Weise bekommen würden. Aber durch den ganzen Geist, der in die Waldorfschule hereinzog, entstand gerade bei denjenigen Eltern, die sonst ihre Kinder in keinen Religionsunterricht geschickt hätten, das Bedürfnis, daß das Moralische ins Religiöse übergeführt wurde. So waren wir genötigt, einen besonderen Religionsunterricht zu geben vom anthro-
<2> De uiterlijke omstandigheden noodzaakten ons echter niet als hemelbestormers op te treden, maar het katholieke godsdienstonderwijs over te laten aan de katholieke geloofsgemeenschap. Die stuurt een vertegenwoordiger naar onze school. En wij laten de katholieke kinderen dus les geven door een pastoor en de protestantse kinderen door een dominee. De Waldorfschool is niet een school met een bepaalde wereldbeschouwing, maar een school met een bepaalde methodiek. <2>
<3> Een aantal kinderen bleek echter uit buitenkerkelijke gezinnen afkomstig te zijn en zou op die manier dus helemaal geen godsdienstonderwijs krijgen. Maar door de hele geest die de Waldorfschool is gaan doortrekken, ontstond nu juist bij de ouders die anders hun kinderen niet naar een godsdienstles hadden gestuurd, de behoefte om het morele door te trekken naar het religieuze. Zo zagen wij ons genoodzaakt een speciaal godsdienstonderwijs te gaan geven vanuit antroposofische
°De Waldorfschool … school met een bepaalde methodiek: Ook deze uitspraak
keert telkens terug in Steiners pedagogische voordrachten, en vooral ook
op de avonden waarop Steiner de ouders van de Waldorfschool in Stuttgart toespreekt. De herhaling maakt wel duidelijk dat er misverstanden
leefden. Men had vaak het idee – of men leefde met het vooroordeel – dat
op een vrijeschool kleine antroposofen werden gekweekt. Maar Steiner
benadrukte het met kracht: er wordt geen antroposofie onderwezen! Dat
is duidelijke taal, voor de aanwezige toehoorders, en dus ook gericht tot de
vrijeschoolleraren in het gezelschap. In hun enthousiasme zouden zij
misschien in de verleiding kunnen komen om antroposofische inzichten
als lesstof naar voren te brengen.
.
posophischen Gesichtspunkte aus. Das ist nicht, um Anthroposophie in
die Schule hineinzutragen. Selbst im anthroposophischen Religionsunterricht lehren wir den kleinen Kindern nicht Anthroposophie, sondern wir versuchen in der Natur diejenigen Symbole und Gleichnisse zu finden, die nach dem Religiösen hinleiten. Wir versuchen das Evangelium in der Weise, wie man es verstehen muß aus einer spirituellen Erfassung der Religion, dem Kinde beizubringen und so weiter. Wer meint, daß es uns mit der Waldorfschule um eine Anthroposophenschule zu tun ist, der versteht weder die Waldorfschul-Pädagogik, noch versteht er die Anthroposophie.
gezichtspunten.
Dat is niet om antroposofie in de school te brengen. Zelfs in het
antroposofische godsdienstonderwijs geven wij de kinderen geen les in antroposofie, maar wij proberen in de natuur beelden en symbolen te vinden, die naar het religieuze leiden. Wij proberen het kind het evangelie bij te brengen zoals daar naar gekeken kan worden vanuit een spirituele opvatting van religie, enzovoort. <3>
<4> Wie denkt dat het ons met de Waldorfschool om een school voor
antroposofen te doen is, die begrijpt niets van de Waldorfpedagogie, noch van de antroposofie.
Blz. 156/157 vert. 147/148
So ist es, indem wir hineintragen in die Schule anthroposophischen Religionsunterricht, daß wir uns ebenso hinstellen neben die anderen Religionsunterrichte als etwas, was sich hineinfügt, wie das bei den anderen Religionsunterrichten der Fall ist.
Nun, wirklich, ich meine es nicht böse, aber andere haben es uns
zum Bösen ausgelegt. Der anthroposophische Religionsunterricht, der
vergrößert sich; immer mehr Kinder kommen dazu. Und es sind sogar
schon Kinder von den anderen fortgelaufen, sind zu dem anthroposophischen Religionsunterricht herübergekommen. Es ist doch dann ganz verständlich, daß die Leute sagen: Was sind die Anthroposophen für schlechte Menschen! Sogar die Kinder verführen sie, daß sie aus dem evangelischen oder katholischen Religionsunterricht fortlaufen und dort Religionsunterricht haben wollen. – Wir tun alles, um die Kinder womöglich davon abzuhalten, denn es ist außerordentlich schwierig, gerade auf unserem Gebiete Religionslehrer zu finden. Aber trotzdem wir niemals versucht haben, diese Sache auf etwas anderes hin als auf die Anforderungen der Eltern und der unbewußten Anforderungen der Kinder selbst einzurichten, breitet sich, ich möchte sagen,
zu meinem Jammer das Bedürfnis nach diesem anthroposophischen Religionsunterricht immer mehr und mehr aus. Und da handelt es sich
wirklich darum, daß durch diesen anthroposophischen Religionsunterricht die Waldorfschule einen durch und durch christlichen Charakter bekommen hat.
Daarom heeft het antroposofische godsdienstonderwijs dat wij in onze
school hebben georganiseerd ook gewoon een plaats naast de andere vormen van godsdienstonderwijs als iets dat erbij hoort, precies zoals die andere vormen van godsdienstonderwijs. <4>
Ja, en nu bedoel ik daar echt niets lelijks mee, al hebben anderen het ons wel ten kwade geduid: ‘Het antroposofische godsdienstonderwijs groeit, steeds meer kinderen gaan ernaartoe.’ Er zijn zelfs kinderen bij de anderen weggelopen en overgestapt naar het antroposofische godsdienstonderwijs. Dan is het toch heel
begrijpelijk dat de mensen zeggen: ‘Wat zijn die antroposofen toch een slechte mensen! Die verleiden zelfs de kinderen ertoe om uit het protestantse of katholieke godsdienstonderwijs weg te lopen en bij hen godsdienstonderwijs te gaan volgen.’ Wij doen er al het mogelijke aan om de kinderen daarvan te weerhouden, want het is ontzettend moeilijk om juist op ons gebied godsdienstleraren te vinden. Hoewel wij nooit anders dan op verzoek van de ouders, en op het onbewuste verzoek van de kinderen zelf, aan het opzetten van dit antroposofische godsdienstonderwijs zijn begonnen, wordt de behoefte eraan, tot mijn verdriet, zou ik willen zeggen, steeds groter. En het gaat er daarbij in feite om, dat de Waldorfschool door dit antroposofische godsdienstonderwijs een door en door christelijk karakter heeft gekregen.
Sie werden das fühlen aus dem ganzen Auswirken des Milieus in der Waldorfschule, daß über allem Unterricht ein christlicher Charakter liegt, daß also tatsächlich religiöses Leben in der Waldorfschule waltet, trotzdem wir vom Anfange an es nicht darauf angelegt haben, aus der Waldorfschule irgend etwas zu machen, was mit Konfessionellem etwas zu tun hat. Ich muß es wiederholt und wiederholt sagen:
das Waldorfschul-Prinzip ist nicht ein Prinzip, das eine Weltanschauungsschule machen will, sondern eine Methodenschule. Was erreicht werden soll durch eine Methode, die auf Menschenerkenntnis beruht, ist dasjenige, daß man aus Kindern physisch gesunde und kräftige, seelisch freie und geistig klare Menschen macht.
<5> U zult aan het klimaat dat op de Waldorfschool heerst kunnen voelen hoe heel het onderwijs er een christelijk karakter draagt, hoe er een werkelijk religieus leven heerst in de school, hoewel wij van het begin af aan voor de Waldorfschool iedere relatie met het confessionele hebben willen vermijden. Ik kan het niet genoeg herhalen: het principe van de Waldorfschool is niet dat een school wordt opgezet met een bepaalde wereldbeschouwing, maar met een bepaalde onderwijsmethodiek. <5>
<6> Wat wij willen bereiken met onze methode, die op de menskunde is gebaseerd, is dat kinderen opgroeien tot mensen die fysiek gezond en krachtig zijn, met een vrije ziel en een heldere geest. <6>
GA 305/155-157
Vertaald/145-147
.
Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Opvoedingsvragen: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3507-3294
.
.
.