.
Over het waarom van deze berichten.
Krantenbericht ‘De Gelderlander’, 01-11-1995*
.
SPOREN VAN CONTACT
.
Het Leo Kannerhuis in Oosterbeek opent vrijdag* een trainings-en therapiecentrum voor autische jongeren, het eerste in zijn soort in Nederland. Het Leo Kannerhuis is het enige in autisme gespecialiseerde kinder-en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis van ons land. Van elke tienduizend kinderen in ons land zijn er naar schatting 25 autistisch of hebben een aan autisme verwante contactstoornis. Een jongere moet gemiddeld zes jaar wachten op opname.
[de wachttijd is naar weken teruggebracht]
[Inmiddels uiteenlopende cijfers over de jaren]
De film Rain Man, waarin Dustin Hoffman een autist speelt, heeft de ogen van veel mensen geopend voor autisme. Niet die van de autisten zelf. Die staan erbij en kijken ernaar, alsof het hun helemaal niet aangaat. Ze herkennen de zich eindeloos herhalende bizarre spelletjes met voorwerpen, maar betrekken deze niet op zichzelf.
„Ze lijken zich buiten hen af te spelen”, zegt directeur ir. E.J. Borgmeijer van het Leo Kannerhuis in Oosterbeek. De film wordt overigens – als een mogelijk teken van herkenning- nog regelmatig ‘in huis’ gedraaid.
Autisten tonen een beeld van totaal in zichzelf opgesloten zitten. Oogcontact met anderen hebben ze niet. Bij hen krijg je eerder het idee van een muur, waar je doorheen moet. Ze hebben de neiging om veel meer houvast te hebben aan steeds terugkerende dingen dan aan mensen. Als je hier tenminste al van houvast zou kunnen spreken.
Volgens het Geneeskundig woordenboek van Hilfman is autismus ‘een ziekelijke geestestoestand, waarbij de patiënt een sterk afwerende en afsluitende houding aanneemt ten opzichte van de realiteit van de omgeving’.
Autisme, afgeleid van het Griekse woord autos (‘zelf), zou een aangeboren defect in de hersenen zijn waardoor een kind van jongs af aan niet in staat is om nieuwe, ingewikkelde gewaarwordingen te verwerken.
Contact maken met anderen is in die zin dan ook niet of nauwelijks mogelijk. Een autist sluit zich als het ware in zichzelf op als in een fort, waardoor hij de boze buitenwereld buitenhoudt. De omgeving kan daardoor regelmatig voor verrassingen komen te staan. Zo kwam Borgmeyer er op een gegeven dag tot zijn verbazing achter dat een van ‘zijn’ autisten op het punt stond zijn motorrijbewijs te halen. Niemand in huis had er ooit van geweten dat de betreffende autist met rijles bezig was.
Als de autist dan niet uit zijn schulp wil of kan kruipen, dan kruipt het Leo Kannerhuis maar in de huid van de autist. Zo ongeveer moet gedacht zijn met betrekking tot het inrichten van een gespecialiseerd trainings- en therapiecentrum, dat jonge autisten zover wil brengen dat ze – zij het onder begeleiding- op een gegeven moment weer aardig op eigen benen kunnen staan. In Oosterbeek kwamen ze erachter dat autisten wat hebben met treinen. Meer dan met auto’s. Dat bleek eind vorig jaar tijdens een expositie. Daar bleken jonge autisten heel knap treinen te tekenen en te schilderen. Daarop inhakend is het trainings- en therapiecentrum ‘de Wissel’ gedoopt. Het lestijdenschema heet er geen rooster, maar spoorboekje.
Voor het centrum staat sinds maandag een heuse treinwissel, een cadeautje van de Nederlandse Spoorwegen. De autisten konden niet langer wachten en hebben het centrum al dagen voor de officiële opening in gebruik genomen met een soort houseparty. Groepsleiders en groepsleidsters moesten er verschijnen in de kleren van treinconducteur of treinconductrice en het lichtspel bij de dansvloer had alles weg van een seinlichtinstallatie langs de spoorbaan.
Maar ook op zo’n dag pleegt niet elke autist het spelletje mee te spelen. En zo trekt er zich eentje van de hele feestelijkheid niets aan en laat met opgestroopte mouw aan iedereen, die het wel of niet wil, zijn spierballen zien. Een ander staat, alsof er om hem heen geen orkaan van lawaai is, gefascineerd naar een groot schoolbord aan de wand van deze vroegere lagere school te staren.
Volgens de medische definitie is autistisch denken een ernstig gestoord denken met allerlei vreemde, irreële, vaak magische en paranoïde gedachtegangen. Een autist kan vanwege zijn gebrek aan zelfinzicht en een gezonde sociale intelligentie dan ook heel vreemd uit de hoek komen.
Zo krijgt een therapeut in Oosterbeek op zijn vraag hoe de autist denkt dat zijn leven er in de toekomst zal uitzien, als antwoord: ‘Ik ga zelfstandig wonen in een bolwoning. Dat zal wel lukken want ik kan al alleen macaroni en Mexicaanse pannenkoeken maken’.
In het werkmodel van het ruim twintig jaar bestaande Leo Kannerhuis, genoemd naar de Amerikaan die het syndroom een naam – autistic aloneness – gaf, neemt de leefgroep een centrale plaats in. In de leefgroepen zitten steeds vijf à zes pupillen tussen de 14 en 21 jaar van hetzelfde sociaal niveau bijen. Ze mogen hooguit vijf jaar blijven. Er zijn ‘betere’ en ‘slechtere’ groepen. Dat is met opzet gedaan omdat autisten overgevoelig reageren op een omgeving die niet vormvast en strak omlijnd is. Een autist die goed zijn best doet kan op een gegeven moment wel van een lagere naar een hogere leefgroep verhuizen.
In zo’n leefgroep wordt zeer streng de hand gehouden aan roosters en gebruiken. Elke leefgroep heeft een eigen woonruimte met een eigen plekje voor elke pupil. Bij de behandeling voeren zoveel mogelijk vaste mensen vaste functietrainingsprogramma’s op vaste tijden uit. Dank zij de relatief homogene opbouw kunnen in de meeste gevallen alle pupillen binnen de leefgroep aan dezelfde behandelprogramma’s meedoen. Die programma’s behelzen onder meer trainingen in communicatie, sociale vaardigheden en zelfredzaamheid. Omdat bij autisten vaak ook houdingsproblemen voorkomen en haperingen in de motoriek, maken handenarbeid, gymnastiek en motore functietraining deel uit van het standaard behandelingspakket. Ook sport en spel horen erbij. Daarvoor gaan de jongeren wekelijks naar het Nationaal Sportcentrum Papendal.
Deze gezamenlijke en doelgerichte programma-activiteiten zijn zeer gewenst om autisten uit hun isolement te halen. Sommigen zijn zo zwaar contactgestoord dat ze niet of nauwelijks praten. Anderen hebben zich wel een zekere taalvaardigheid eigen gemaakt en stellen zich in bescheiden mate open voor toenaderingspogingen. Maar er zijn er ook die zich tamelijk goed kunnen redden op een school of bij een werkgever.
Hoewel.
Psycholoog dr. H. Berger, die net een nota over de behandeling van autisten heeft afgerond: „Na een twee uur durend ‘gesprek’ met een autist over diens toekomst, bleek dat hij op een totaal andere golflengte zat. Zijn enige vraag bij het afscheid was: ‘Hoe gaat het eigenlijk met de provincie Gelderland?’
.

.
Ontwikkelingsbelemmeringen: alle artikelen
Opvoedingsvragen: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3386-3184
.
.
.