VRIJESCHOOL – 100 jaar vrijeschool

.

Naar aanleiding van 100 jaar vrijeschool publiceerde ik in 2017 de eerste artikelen over de impuls van de vrijeschool.

Inmiddels is de eeuwherdenking (2019) voorbij en kon afgelopen september (2023) herdacht worden dat 100 jaar geleden de eerste vrijeschool in Nederland, in Den Haag, werd geopend.

Ter gelegenheid van dit eeuwfeest wordt er een symposium georganiseerd op 30 november 2023. [abusievelijk werd 25-11 vermeld, zie reactie onder]

Het symposium 100 jaar vrijeschool.

Zou het op de bijeenkomst ook hierover gaan?:

Denn die wirklich erzieherischen und unterrichtenden Kräfte des Lehrers können sich nur entwickeln in der freien Schule.

DE ECHTE OPVOEDKUNDIGE EN ONDERWIJSKUNDIGE VERMOGENS VAN DE LEERKRACHT KUNNEN ZICH ALLEEN ONTPLOOIEN IN DE VRIJE* SCHOOL.

*Een vrije school is die school die alles voor de onderwijsgevenden en opvoeders mogelijk maakt om wat zij vanuit hun menskunde, vanuit hun kennis van de wereld, uit hun liefde voor het kind, voor het echt wezenlijke houden en dat dit geïntegreerd moet worden in ons onderwijs en onze opvoeding.
Een onvrije school is een school waarin de leraar moet vragen: wat is er voor de eerste klas voorgeschreven, wat voor de tweede, hoe moet ik het uur organiseren volgens de wet?
Een vrije school is een school waarin de leerkrachten een heel bepaalde kennis hebben die aan hun werk ten grondslag ligt, van hoe een kind zich ontwikkelt, over welke lichamelijke en psychische krachten het beschikt, welke lichamelijke en psychische krachten in het kind ontwikkeld moeten worden.
GA 298/126
Op deze blog vertaald

In het tijdschrift DRIEGONAAL staat een artikel met een ongeveer gelijkluidend opschrift:

John Hogervorst, Driegonaal* jrg. 39 nr.1/2 2023
.

100 Jaar Vrije School in Nederland
.

Honderd jaar geleden gingen de deuren van de eerste Vrije School in Nederland open. De school begon in een Haagse huiskamer met een handjevol leerlingen. Nu (cijfers schooljaar 2021-2022) telt Nederland 124 vrijescholen en volgen 37.501 leerlingen vrijeschoolonderwijs. Het aantal leerlingen steeg in de periode van 2011 tot 2022 met ruim 53% (zie het factsheet op http://www.vrijescholen. nl) – en dat terwijl het totale aantal leerlingen in Nederland dalende is.

Feestvreugde?

Saillant detail: de 100-jarige Haagse vrijeschool verkeert al geruime tijd in een diepe crisis, waarbij de zorg om de inhoud van het onderwijs centraal staat. Daar ziet men weinig reden tot feest.

Een bekend probleem: de gespannen verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit. Een schurend vraagstuk, dat uiteindelijk toch eenvoudig op te vatten is: kwaliteit zonder kwantiteit verdient bestaansrecht; kwantiteit zonder kwaliteit is een lege huls; kwaliteit die gepaard gaat met kwantiteit is het best mogelijke.

Vraag is natuurlijk hoe, en door wie, die kwaliteit wordt waargenomen en beoordeeld. Speelt het oordeel van de Onderwijsinspectie daarin een bepalende rol? Daarmee zit het tegenwoordig op de vrijescholen wel goed. Veel vrijescholen hebben in het afgelopen decennium erg hun best gedaan om de Onderwijsinspectie tevreden te stellen. Maar het oordeel van de Onderwijsinspectie kan natuurlijk op geen enkele manier aangeven of het onderwijs op een vrijeschool ook werkelijk kwalitatief vrijeschoolonderwijs is. Zoals de Voedsel- en Waren Autoriteit weliswaar kan vaststellen of in een restaurant de eisen op het gebied van hygiëne nageleefd worden – maar niet kan beoordelen of er ook lekker gekookt wordt. Want nietwaar, het is mogelijk netjes, schoon en hygiënisch te werken en toch een belabberde maaltijd op tafel te zetten.

Of een vrijeschool in de praktijk werkelijk vrijeschoolonderwijs aanbiedt kan alleen beoordeeld worden door degenen die hun sporen in het vrijeschoolonderwijs verdiend hebben – die thuis én bekwaam zijn in de vrijeschoolpedagogiek en de antroposofische menskunde; die daar kunstzinnig invulling aan kunnen geven – en/of door ouders die een verbinding hebben met waar het in het vrijeschoolonderwijs om gaat en die ervaren hoe hun kind op school al dan niet gedijt.

Dat roept natuurlijk ook de vraag op naar de opleiding van de vrijeschoolleerkracht. Met een groei van zo’n 13.000 leerlingen in een periode van tien jaar, is het de vraag waar de bijbehorende leerkrachten vandaan zijn gekomen, en welke opleiding en ervaring zij meenamen.

In een recent verschenen boekje (Antroposofie DOEN?) neemt Jesse Mulder dit vraagstuk rond de vrijescholen als voorbeeld en opstapje voor het grotere vraagstuk dat hij in dit boekje behandelt. Op de hierna volgende pagina’s vindt u een fragment.

Anekdotisch: toen ik enkele maanden geleden in een gezelschap vertoefde, waaronder enkele tientallen vrijeschoolleerkrachten en studenten van de vrijeschool-pabo, en hen vroeg wat zij in hun opleiding hadden meegekregen over de sociale driegeleding – de bodem waarin Rudolf Steiner de eerste Vrije School plantte -was het antwoord: ‘Niets’.

Het is hen niet aan te rekenen. Maar de vraag laat zich wel stellen: wat kan er voortkomen, wat kan zich ontwikkelen uit een schoolbeweging waarin elk bewustzijn van de eigen oorsprong en de daarmee verbonden idealen en opgave wegsijpelt?

Om iets van de oorsprong en opgave van de Vrije School zoals Rudolf Steiner die oprichtte nog maar weer eens te doen oplichten, vindt u hierna – na de tekst van Jesse Mulder – een deel van een artikel van Herbert Hahn, leerkracht op de eerste Vrije School in Stuttgart, waarin hij zijn herinneringen beschrijft aan een gesprek met Rudolf Steiner en anderen, in april 1919, waarin tot het oprichten van die school besloten werd.

De herinneringen van Herbert Hahn worden hier gevolgd door enkele fragmenten uit In school we trust – een blik op verborgen ontwikkelingslijnen in het internationale onderwijs van Philip Bakker, een uitgave die in de komende weken bij Nearchus verschijnt. Op basis van uitvoerig onderzoek laat Philip Bakker zien welke belangengroepen sinds het begin van de 20e eeuw richting geven aan de ontwikkeling van het onderwijs. ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ … – de vraag is echter: welke toekomst heeft de jeugd nog?

Overigens, ergens aan de rand van de vrijeschoolbeweging bevinden zich degenen die betrokken zijn bij een klein maar groeiend aantal zgn. ‘staatsvrije’ vrije scholen. Zonder subsidie, gedreven door het verlangen de beloften van het vrijeschoolonderwijs waar te maken, richten zij zich vol op de kwaliteit van het vrijeschoolonderwijs. Dat zij bestaansrecht hebben, bewijzen enkele van hen al vele jaren.

Hierbij nog een interessante ‘voetnoot’; in Zutphen gaat na de zomer een nieuwe school van start, gesubsidieerd maar mét de overtuiging dat het ook binnen de bestaande wet- en regelgeving mogelijk is veel meer vanuit de kern van het vrijeschoolonderwijs te werken dan nu vaak het geval is. Daarover leest u meer in het volgende nummer*.

*DRIEGONAAL

Sociale driegeledingalle artikelen

Vrijheid van onderwijsalle artikelen

100 jaar vrijeschoolalle artikelen

.

3097-2911

.

.

.

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – 100 jaar vrijeschool

  1. Correctie: het symposium vindt plaats op donderdag 30 november.

Geef een reactie op phawitvliet Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.