VRIJESCHOOL – Het Kerstspel

.
De kop boven dit artikel had ook ‘Het Kerstspel en de puber‘ kunnen heten. Marcel Seelen, leraar te midden van pubers, kijkt naar het ‘trage’ Kerstspel en de snel levende puber. Past dit bij elkaar?

Marcel Seelen BC Broekhin, Roermond in . Lerarenbrieven 26-1

HET KERSTSPEL

Het is nog vroeg in de ochtend als we voor het lesbegin samen zingen in het klaslokaal. Het is nog november, het moet nog eerste Advent worden. Er zijn vier leraren en vier leerlingen, waarvan Elisa uit de zevende klas achter de piano zit om ons opvallend professioneel te begeleiden. We maken deel uit van de spelersgroep die het Kerstspel gaan opvoeren, op de dag voor dat de Kerstvakantie begint. Samen klinken onze stemmen, die vertellen over het de geboorte van het kind. Krachtig klinkt het:

Juicht nu juicht, zo arm als rijk!
ons is op deze dag
een kind geboren heugelijk…

Mijn hart stroomt vol van warmte. Wat een heerlijk begin van de dag, zo samen te zingen met de stralende kinderen erbij. In het voorgaande schooljaar was er hier in Roermond niets dan een zevende klas met kinderen in een uithoek van het gebouw, en hoe eenzaam was dat bij momenten. Nu zijn er dierbare collega’s en vormen we een heus vrijeschoolteam! Na een kwartier gaan we uit elkaar; gesterkt gaan we de lesdag tegemoet.

Rudolf Steiner

In Wenen studeerde Rudolf Steiner, 19 jaar oud, aan de Technische Hogeschool, waar hij in de winter van 1878 colleges volgde over de Duitse literatuur. De germanist Karl Julius Schröer vertelde er meeslepend over Goethe en Schiller. Steiner bracht vaak een bezoek bij hem aan huis, waar hij lange gesprekken voerde en boeken meekreeg die hij beslist lezen moest.

Op een van die avonden vertelde Schröer over een ontdekking die hij had gedaan. Hij was als man van zijn tijd – de 19e eeuw met haar interesse voor de Middeleeuwen – op het spoor gekomen van een oude traditie. Ooit waren er Duitse boeren geëmigreerd naar Pressburg in Hongarije, waar ze sinds eeuwen de Middeleeuwse spelen opvoerden, in een oud Duits dialect. Schröer vertaalde ze en ze gaf ze uit onder de titel: ‘Duitse Kerstspelen uit Hongarije’. Deze zogenaamde Oberuferse spelen gaf Schröer aan Steiner te lezen.

Tientallen jaren later, toen Steiner in Dornach (Zwitserland) een gebouw neerzette, het Goetheanum, om de antroposofie een dak boven het hoofd te bieden, werden deze spelen daar regelmatig opgevoerd. Vanaf het moment dat er overal ter wereld antroposofische instituten opbloeiden, zijn deze Kerstspelen een vast ritueel geworden en vinden er jaarlijks opvoeringen plaats. Ook op alle vrijescholen en nu voor het eerst bij ons, onder de bezielende regie van Julian.

Advent

De weken voor het Kerstfeest staan in het teken van Advent. We kennen het symbool, de groene krans met de vier rode kaarsen en de geur van dennenhout. De donkere winter, de brandende kaarsen, waarvan het aantal met elke zondag groeit, en zo naar vervulling verwijst. Voor wie er gevoelig voor is, verwijst het naar iets waar verwachtingsvol naar wordt uitgekeken. Het wordt omgeven met een zweem van mysterie.

Het woord Advent komt van adventus Domini, hetgeen betekent: ‘de komst van de Heer’ en het is een aansporing ons daarop voor te bereiden. Zodat Kerstmis meer is dan het vooruitzicht op het klassieke kerstdiner (‘Wat doen we met oma dit jaar?’) en de jaarlijkse skivakantie.

Deze groene krans met de vier rode kaarsen staat in elk vrijeschoollokaal. Elke maandag van de Adventstijd vieren we in de ochtend samen met de drie klassen Advent, door een half uur met alle leerlingen samen te luisteren naar musicerende kinderen uit de zevende klas. Op de laatste dag voor de kerstvakantie vindt dan de opvoering plaats van het Kerstspel, waarvoor we elke donderdagmiddag – vanaf de herfstvakantie – hebben gerepeteerd. Het oude Duits is ooit rond 1920 door Sanne Bruinier vertaald in een taal die nog het meest doet denken aan het Middelnederlands. Advent vindt dan zijn vervulling.

Een beeld

Wie het Kerstspel voor de eerste keer ziet, zal zich verbazen. De spelers op het toneel zijn wel vertrouwd: Jozef en Maria om de kribbe met een os, een ezel en een engel. Ook de vertrouwde herders verschijnen in al hun boersheid. Maar die rare taal, die mengelmoes van allerlei dialecten die je meent te herkennen, maar niet plaatsen kunt. Die eindeloze traagheid ook. Er zit geen enkele vaart in het spel. Alles goed en wel: hoezo voer je dit op voor pubers?

We willen als startende vrijeschool in Roermond de opgroeiende kinderen met de jaarlijkse opvoering van het Kerstspel vooral ook een beeld meegeven van de wortels van 2000 jaar beschaving: het Christendom. Daarbij gaat het dus niet om het voortzetten van een traditie in de geest van de Kerk als instituut.

Het gaat erom de kinderen te doordringen van het geboorteverhaal dat onze beschaving voorgoed heeft veranderd.

Voor een zappend kind op de bank dat van het ene programma naar het andere flitst, is het zien van een tergend traag Kerstspel beslist een beproeving. Klopt. Je’kunt zelfs de vraag opwerpen, zoals in menig vrijeschoolcollege ook gebeurt, of het nog wel van deze tijd is.

Op de vrijeschool in Amsterdam, het Geert Groote College, maakte ik vaak mee hoe tegenstribbelende leerlingen na jaren uiteindelijk in de eindexamenklas vrijwillig naar het Kerstspel kwamen kijken, zo dierbaar was het ze geworden.

Het roept dus weerstand op, maar opvoeding vindt niet plaats door kinderen met pleziertjes te paaien. Maar vanwaar toch die drive om ondanks alles die Kerstspelen jaarlijks op te voeren?

Een antwoord schuilt in het begrippenpaar Icefwereld/belevingswereld.

Leefwereld versus belevingswereld

De leefwereld van een puber steekt nogal af bij de grijze Jozef die voortsjokt en een maagdelijke Maria die hemels zingt. Met de uiterlijke wereld van dit Kerstpel heeft de puber inderdaad niets gemeen.

Maar de leefwereld heeft betrekking op de buitenkant, op de omringende wereld van de puber. Het lederen jack, de peuk, het glas bier, de i’pad, het vloeken en tieren – hoe valt dat alles te rijmen met wat je aan heiligheid op de planken zet in dat buitenissige taaltje?

De belevingswereld van een puber gaat over diens binnenkant. Dat is de wereld van zijn ziel, die hongert naar zingeving. Dat zijn hooggestemde woorden die iedere volwassene direct zal onderschrijven, die naar zijn puber kijkt, die zich diep van binnen afvraagt: waartoe dit alles, dit leven, deze pijn en eenzaamheid van het volwassen worden?

Het Kerstspel wil in statische beelden die binnenwereld voeden. Het is voedsel voor de ziel. Inderdaad, het is absoluut niet snel verteerbaar als een BigMac, maar het vraagt juist om gestaag herkauwen. Maar dan voedt het ook echt.

.

De Kerstspelen: alle artikelen

Rudolf Steiner over de Kerstspelen

.

1944

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.