VRIJESCHOOL – Vertellen – is het echt gebeurd? (2)

.
Inleiding
.

G. Blankesteijn, Vacature, precieze datum onbekend, maar uit 1977
.

„Is dat nu echt gebeurd?” 

Jan Klaassen

In elk geval heeft het poppenspel – in meer veredelde taal: het marionettentheater – al heel lang bestaan. In het oude Griekenland en Rome heeft het zijn humor en vrolijkheid, zijn spot en kritiek gespuid. Spelemannen, die met de Romeinse legers meetrokken, hebben deze vorm van vermaak en volksbeïnvloeding naar onze streken overgebracht.

In het Rijksarchief in Den Haag liggen nog rekeningen uit de Middeleeuwen als stille getuigen van de bedragen, die bijvoorbeeld graaf Jan van Bloys in het midden van de 14de eeuw daarvoor heeft uitbetaald. Prof. dr. G. Kalff gaat in zijn „Bijdragen tot de geschiedenis van ons middeleeuws drama” dieper daarop in. Eén zo’n rekening, uit 1363/’64, zegt: „Item Tordrecht, daer men een dockenspul speelde, dat mijn here was gaen sien, voir minen here ende voir syn ghesinde, 18 s. 6 d.”

Maar nu – Jan Klaassen. Volgens een laat 18de-eeuwse overlevering was deze Jan eenmaal trompetter bij de lijfwacht van stadhouder Willem II. In 1650 werd het stadhouderschap in Holland en Zeeland afgeschaft en zodoende kwam onze Jan zonder middel van bestaan. Om daarin te voorzien is hij toen met zijn vrouw Katrijn en met wat poppen de straat opgegaan om vertoningen te geven. Verder wordt dan ook Amsterdam vermeld als terrein van zijn werkzaamheid.

Daarbij sluit een bericht aan uit een heel andere hoek. In 1706 is een zekere Jan Claasz. met zijn vrouw Trijn voor de Amsterdamse kerkeraad gedaagd wegens openbare dronkenschap en overspel. (Maar dan moeten beiden al wel uitgesproken bejaard geweest zijn, als we deze twee tips combineren).

En dan speelt me nog een derde verhaaltje door het hoofd, dat deze in 1650 ontslagen Jan later moeilijkheden met de overheid heeft gehad, omdat hij zijn poppen dingen liet zeggen en doen, die als pro-Oranje propaganda uitgelegd konden worden.

Tenslotte: in 1969 is bij De Bussy in Amsterdam een boek verschenen van de hand van Wim Meilink, zelf poppenspeler. Het heette „Doopceel van Jan Claes-zen” en kostte ƒ 19,50. De auteur geeft daarin een kroniek van het traditionele poppenspel in Nederland.

Ook hij zoekt de naamgever van dit spel in de 17de eeuw, zij het meer in het begin daarvan. Om dan tenslotte terecht te komen bij Janus Cabalt, die meer dan veertig jaar Jan Claeszen en Katrijn in zijn poppenkast op de Amsterdamse Dam leven heeft ingeblazen. Die zo, wie weet, in hoeveel jonge – en oude? – harten vreugde heeft gebracht. Voor de oorlog, een traditie: Jan Klaassen op de Dam.

In elk geval zijn er wel wat aanwijzingen die doen vermoeden, dat Jan Klaassen in Nederland een historisch persoonlijke verschijning is geweest.

Daarnaast is het spel internationaal gebleven. Frankrijk heeft zijn „Guignol”, Engeland zijn „Punch” en Duitsland zijn „Hanswurst” (ook wel „Kasperl”). En wie weet, hoe ver dit spelen-met-poppen is verbreid? Waar het verschenen is, daar zal het ingeslagen hebben. Omdat elk mensenhart dat voor humor vatbaar is, ook voor zulk spelen een gevoelig plekje heeft. Zolang een ouder wordend mens nog iets van het kind in zich bewaard heeft.

Hans Brinker

Hier hebben we een voorbeeld van een volkomen gefantaseerde figuur. Nog wel – ondanks het toch zeer reële beeldje aan de Harlinger haven bij de afvaartplaats van de veerboten. En ondanks – als mijn inlichtingen juist zijn – een soortgelijk monumentje aan het Spaarne bij Spaarndam.

Deze Hans Brinker nu – speelt een hoofdrol in een kinderboek, dat in Amerika grote opgang heeft gemaakt.
Het werd in 1865 gepubliceerd door een autrice van gedeeltelijk Nederlandse afkomst en heette: „Hans Brinker or the Silver skates”. In 1867 werd het door de toen heel bekende kinderschrijver P. J. Andriesen in het Nederlands vertaald.

In dat boek komt een knaapje voor, onze Hans dus, dat bij een tocht langs de dijk bemerkt dat het water in deze waterkering een gaatje heeft geboord. Er komt eerst nog een miniem klein straaltje door, maar dat wordt al maar groter doordat er telkens opnieuw grond wegspoelt. Hans weet niet beter te doen dan zijn vinger in de gevaarlijke opening te stoppen. Later zijn vuist, zijn hele arm, en wie weet wat nog meer. Al zijn geroep om hulp is vergeefs. Pas uren later wordt Hans door zijn ongerust geworden familie gevonden. Juist nog op tijd ook om het grote gat in de dijk te dichten.

Hans Brinker heeft de polder gered…..

Het Amerikaanse publiek heeft dit boek prachtig gevonden. En toen het Amerikaanse toerisme zich ook op Nederland richtte, toen hebben talrijke Amerikanen de plek willen zien waar hun held Hans, waarover ze met rode konen en rode oren vroeger gelezen hadden, zijn grote daad eenmaal had bedreven.

Om aan die behoefte tegemoet te komen hebben de beelden in Harlingen en in Spaarndam(?) hun plaats gekregen.

.

Vertelstofalle artikelen

.

1852

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.