VRIJESCHOOL – 3e klas – kind en leerplan

.

VAN ARK, BIEZENKIST EN KRIBBE

Leerplan en kinderen van de 3e klas

Zonnige blik in de ogen, en de mond letterlijk, niet figuurlijk, vol tanden. Flink uit de kluiten gewassen, goed gevormd, een echt mensje, dat opgewekt naar zwembad en gymles gaat. Kortom, de grootste van de kleine kinderen.

Dat is de derdeklasser!

Hoewel er nog veel van het stromende, ritmisch vloeiende uit de eerste klas en veel van de luchtige bokkensprongen, het borrelende en lawaaiige uit de tweede klas gebleven is, kwam er duidelijk iets bij. Iets warms en krachtigs iets vurigs, wat vocht en lucht doordringt en wat zich wil verinnerlijken.

Er komt meer regelmaat, het kind begrijpt meer, wil meer overzicht, een groots beeld, een richting. De regenboog van het bewustzijn hangt hoopvol boven de woelige wateren. In de warmtekracht komt een glimp van het wezenlijke tevoorschijn. Het persoonlijke gaat zich aankondigen door het bekijken van de wereld. Niet van de omgeving uit, maar van zich uit. Nog is het kind geheel vanzelfsprekend met alles uit de omgeving verbonden, maar het vlies is al dun. De spreuk voor de kleintjes, die begint: “het liefdelicht der zon” zal spoedig plaats moeten maken voor het: “Ik zie rond in de wereld” van de spreuk voor de groten. Deze omkering van buitenwereld tot binnenwereld brengt mee, dat het kind de dingen meer van zich uit gaat beleven. In dit proces van verinnerlijking kan een leidende, sturende stem van binnen gaan klinken. Geweten hangt samen met weten, het geeft vertrouwen en zekerheid. De wereld is mooi en doelmatig ingericht.

Het leven is praktisch. Dat wekt de belangstelling, dat zien ze en dat beleven ze. De kinderen kunnen nog juist op tijd een totaal beeld van een zinvol geheel opnemen: ontstaan en samenhang van de zichtbare wereld. Twee jaar lang werd bij het kind regelmatig bewustzijn gewekt voor de omgeving van mens, dier en plant, van steen en aarde, van zon, maan en sterren. Maar in de derde klas verlangt het kind ook te horen – als beeld, niet begripmatig!- hoe de samenhang van alles is, hoe alles gekomen is en hoe alles behoort tot één wereld, die uit één conceptie, één schepping is ontstaan.

Het verlangt ook te horen, hoe je met dit alles als mens kunt leven. Wat doet de mens met de dingen? Hoe stelt hij zich in de wereld? Het kind wil iets mee beleven van de oeractiviteiten van het menselijk ras. Hoe voed je je?-Hoe kleed je je? Hoe woon je?

Het leerplan sluit aan op deze vragen: behandeling van granen, landbouw, boerenbedrijf, koeien met hun melk, boter, kaas. Ploegen, zaaien, oogsten, dorsen, malen, brood bakken; hoe lok je groenten en fruit te voorschijn uit de aarde, en wat dies meer zij!
Hoe krijg je goed timmerhout? Hakken, vellen, slepen, zagen, timmeren, schaven! Hoe maak je klompen, schoenen?
Hoe kleding van leer, wol, linnen, katoen? Hoe bouw je een huis?

Een wonderlijke samenhang is er in da wereld, waarin de plant de aarde, het dier de plant, de mens het dier, en de aarde de mens nodig heeft. En alles heeft behoefte aan de hemelkrachten. Bebouwen, voeden, verzorgen, eren werd in menig taal door één werkwoord aangegeven, zoals “cultura” in het Latijn. Dus zowel de landbouw als datgene wat wij cultuur noemen.

Nu, er moet natuurlijk ook alles opgeschreven en genoteerd worden, wat er nodig is. Ook wat er teveel is en wat verkocht kan worden. Rekenen met geld dus. Een beetje handel mag ook wel. Het gaat dus echt om elementaire dingen. Niet om angst te wekken over milieuvervuiling, tekort aan grondstoffen, overbevolking of om begrip te wekken voor zonder twijfel belangrijke beroepen als referendaris, surnumerair, belastingconsulent. Dat is alles “niet des kinds”. Dat komt later nog vroeg genoeg.

Al de oeractiviteiten van de mens komen voor het eerst samen in de historisch zo bekende culturen van Egypte en Babylon: landbouw, veeteelt, handel, sterrenkunde, rekenen, scheepvaart, huizen-en stedenbouw, en niet te vergeten het schrift.

Egypte en Babylon (Sumer-Akkad-Chaldea) waren tweelingculturen, waarvan de bloeitijd tussen 3000 v.Chr. en 800 v. Chr. ligt.

Diep verbonden met beide was het kleine volk van Israël, dat evenwel een geheel eigen bijdrage tot de cultuur van de mensheid leverde. De verhalen uit de bron van Israël, het Oude Testament, zijn vervuld van warmte, vuurkracht, IK-kracht. Daarom zijn zij zo geschikt voor de derdeklasser.

Vanaf de gloedwolk van de geest Gods over de wateren, de vuurregen van Sodom, de vuurzuil bij de uittocht uit Egypte, de rook- en vlammenzee van de Sinai tot en met de warmte van de harten der herders bij de kribbe van Bethlehem, overal warmte, gloed, vuur. Zelfs op de letters van het Hebreeuwse alfabet branden grote en kleine vlammen!

Aan de slavernij in Egypte komt een einde door de opdracht aan Mozes vanuit het brandende braambos, aan de Babylonische ballingschap komt een eind door het vlammenschrift aan de wand. Daartussen ligt de weg van het volk van Israël dat zichzelf in de woestijn als volk-van-God vond.

In de huidige tijd kan men vaak de mening aantreffen, dat de verhalen uit het Oude Testament uit een te eenzijdig Joodse traditie zouden zijn voortgekomen. In de eerste plaats zou dit aan de grootse beelden geen afbreuk kunnen doen! Maar het is nog onjuist ook. Men leze de Bijbel eens nauwkeurig, al gaan we hier geen theologie bedrijven. Dan blijkt het volgende.

Van Adam tot Noach heeft men met algemene mensheidsgeschiedenis te maken. Na Noach vindt men pas rassen. Door de Ark wordt het zaad voor de rassen bewaard. Na Abraham, gekomen uit de omgeving van de toren van Babel, vindt men pas volkeren. Na Mozes ontstaat het volk van Israël pas.

De biezenkist van Mozes bewaart de ziel van het volk van Israël. Na de Christus ontstaat pas de ik-bewuste, individuele mens, die tot innerlijke vrijheid kan komen. De kribbe van Bethlehem bewaart het geesteszaad van de vrije ik-mens. Nu, dit alles geeft de kinderen richting en kracht door het beeld.

Wat een goede voorbereiding voor het wankele evenwicht van de kinderziel omstreeks het tiende jaar, wanneer het kind zich wel een ik-mens voelt, maar het nog niet is! Wanneer het kind heen en weer geslingerd wordt tussen twijfel, angst, onzekerheid en overmoed, kritikasterigheid en blufferij, dan is de verbondenheid gebroken, verscheurd.

Het leerplan van de derde klas is niet alleen een verdichting, samenvatting en afsluiting van de drie leerjaren, maar ook een voorbereiding op de toekomst In beeldentaal wordt de kinderen gezegd: uit het kinderparadijs kom je, de woestijn ga je in, maar eens zul je jezelf vinden!

.

P.C.Veltman, schoolkrant vrijeschool Leiden, datum onbekend

.

3e klas: alle artikelen

.

VRIJESCHOOL in beeld:  3e klas

.

1237
Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – 3e klas – kind en leerplan

  1. Pingback: VRIJESCHOOL- 3e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s