VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (6)

.

Wie in een 6e klas met de kinderen stenen wil slijpen, haalt zich wel wat op de hals. Je moet het grondig voorbereiden en zelf hebben gedaan. Hier volgen alvast wat voorbereidende gedachten:( het is nog geen cursus)

 

 

lapidarie, voor mollen en eksters

(lapis « lat. voor steen, dare * lat. voor doen, bewerken)

Wie kent niet deze ervaring: je bent buiten, loopt te genieten in de natuur. In gedachten raap je een steentje op (voor de leesbaarheid gebruik ik in dit artikel alleen het woord steen, dit kan zowel een homogeen mineraalbrok zijn, als een kristal of een stuk gesteente); je voelt, kijkt, stopt het in je zak. En steeds weer kom je in die zak dat trouwe ding tegen als een stille metgezel. Maar vaak blijft het daar niet bij, want keer op keer wordt je oog getrokken door een heldere kleur, een treffende vorm, een glinstering, daar bij je voeten op de grond; je kunt het niet laten.

Voor reisgenoten en gesprekspartners word je onmogelijk: je raakt de draad van het gesprek kwijt, je bukt, raapt op, veegt schoon en hup, in je zak,

Zo gebeurt dat, de mineralenwereld heeft je te pakken. Tenslotte loop je ver achter de op z’n minst wat geïrriteerde metgezellen: bestoft, met overbelaste zakken, maar intens tevreden en opgewonden.

‘Het is net of ik gedroomd heb,’ zei m’n jongste dochter (die toen 10 jaar was) nadat we een paar uur gebukt over het Noord-Franse strand hadden gezworven op zoek naar fossielen en marcasieten. Die ervaring herkende ik: bij het stenen zoeken richt je je blik, concentreer je je op bepaalde afwijkende vormen of kleuren op de grond of in de wanden om je heen, De rest van de werkelijkheid treedt even terug; waarnemen en verwondering over al dat moois»

Thuisgekomen haal je je zakken leeg, spoelt de spullen schoon, keurt opnieuw, nog meer verwonderd. Want door het spoelen met water worden de stenen niet alleen schoon, maar door het vocht heldert de kleur op en zie je de structuur beter.

Vandaar dat het voor de hand ligt, dat je je vondsten bewaart in een glazen pot, gevuld met gedestilleerd water. Zo komen ze fraai tot hun recht. Het teleurstellende is alleen, dat na enige tijd het water toch vertroebelt en op pot en stenen een groenbruine aanslag ontstaat, die vaak niet meer te verwijderen is. En zo verdwijnen je vondsten dan na een tijdje toch in een bloembak of in de tuin…… en dat gaat je soms aan je hart.

Nu komen we eindelijk bij de lapidarie:
Het effect van water op stenen, is, dat door het waterlaagje oneffenheden op het oppervlak van de steen vereffend worden (vgl. vernis op hout) Het gevolg is, dat het opvallend licht niet verstrooid wordt vanaf het ruwe oppervlak, maar naar binnen kan vallen of helder teruggekaatst wordt, (dus zijn er mensen die hun stenen vernissen om dit effect te bereiken, maar dit krast snel en bovendien voelt een stenenliefhebber hoe onnatuurlijk afsluitend en “dodend” die glimmende laklaag op stenen is).

Veel mensen weten, dat je hout tot leven kunt brengen door zorgvuldig te zagen en te schuren met steeds fijner carborundum schuurpapier.

Ditzelfde procédé volg je als lapidarist met stenen. Wij noemen dit alleen niet schuren, maar slijpen en polijsten, het effect is, dat je na bewerking met carborundumpoeder en -schijven uiteindelijk een diepglanzend oppervlak hebt, waarin kleur en structuur blijvend helder zichtbaar zijn.

Een ander aspect is, dat je al slijpend, de steen ook kunt vormen. Iedereen kent wel de tot biljart geslepen ruwe diamant, de granaten kettingen, of de schitterende aquamarijn in een ring. Deze stenen zijn heel zorgvuldig geselecteerd en daarna bewerkt tot ze een bepaalde vorm hebben.

In alle tijden hebben overal ter wereld goud- en zilversmeden zulke geslepen stenen verwerkt. Altijd weer en overal zijn mensen getroffen door de verrassende schatten die de donkere aarde blijkt te herbergen. Zij ontdekken, rapen of hakken, spoelen schoon en slijpen en poetsen dan vele uren om de schoonheid van de steen optimaal zichtbaar te maken.

Bij het vormen van een steen kun je dus van te voren de vorm bepalen en koste wat kost de steen zo trachten te maken.

Soms is dat nodig wanneer je in opdracht van een smid werkt, of in een bestaand sieraad een nieuwe steen moet slijpen. Maar over het algemeen blijkt het, ook voor cursisten, minstens even boeiend om de steen zelf de vorm te laten bepalen. Je openstellend voor wat deze steen te bieden heeft, door ervaring en studie de mogelijkheden en beperkingen van juist dat mineraal kennend, laat je al slijpend een vorm ontstaan.

Soms dwingt een breuk of poreuze plek je van richting te veranderen, of is de hoek van de lichtglans moeilijk te ontdekken. Dit kan veel van je aanpassingsvermogen vergen; want vaak blijkt dan dat je al werkend toch een vast plan in je hoofd had gezet.

Het slijpen kan zo een heel proces zijn van samenspel tussen de steen vol beloftes en verrassingen en de slijper: aandachtig, woedend soms even, of machteloos, maar vaak ook verbluft en geïnspireerd door wat er zichtbaar en voelbaar wordt.

Dit brengt ons bij een volgend aspect van het vak: tijdens de concentratie op en het bewerken van een steen kun je soms ervaren hoe helder en verkwikt je je gaat voelen; of een andere keer, getroost. Maar soms ook gespannen of uitgeput.

Associaties, gedachten, herinneringen, gevoelens komen bij je op.

Door je hiervan bewust te zijn, door je zintuigen, je intuïtie en je verstand evenwichtig te laten samenwerken, kun je in het omgaan met stenen veel over jezelf en je situatie leren.

Na het voorgaande zal duidelijk zijn, dat door bezig te zijn met stenen, verwondering gewekt wordt; en vanuit die verwondering nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid naar het hoe en het waarom. Hieruit komt belangstelling voort voor natuurwetenschappen als b.v. geologie, mineralogie, scheikunde, kosmologie, maar ook voor bijv, filosofie. Hierdoor worden boeken over deze vakgebieden aantrekkelijker en toegankelijker. En, zoals bekend, door je vakkennis te verdiepen wordt de nieuwsgierigheid alleen maar des te groter. Samengevat: of je nu begint als een snuffelende, zoekende, in de aarde wroetende mol, of als een naar glimmende en kleurige kristallen speurende ekster; het resultaat zal in beide gevallen groeiende vreugde en verwondering zijn over de ons omgevende wereld.
.

Mies van Hoogstraten-Dorsman, nadere gegevens onbekend

 

6e klas – mineralogie: alle artikelen

6e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 6e klas mineralogie

 

1177

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (6)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Mineralogie – 6e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.