VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (5)

.

Een periode mineralogie in de zesde klas

De grond waarop wij staan is stevig. Daar zijn we aan gewend en zonder meer vertrouwen wij daarop. De leraar is van plan aan te tonen hoe griezelig het is wanneer wij de grond onder de voeten verliezen. Zonder van te voren de bedoeling te verklappen, vraagt hij een van de kinderen hem te helpen met een “proef”. Zachtjes fluistert hij haar zijn instructies in. Iemand anders uit de klas krijgt een blinddoek omgeknoopt en wordt naar een plank van een meter lengte geleid om erop te gaan staan. Wanneer de leraar en zijn assistente ieder aan een kant de plank voorzichtig optillen, slaakt de geblinddoekte een gil van schrik en maait wild met de armen om haar evenwicht te bewaren. Voor de zekerheid houdt zij de schouders van haar dragers vast. Deze twee gaan nu langzaam door de knieën en bewegen zich omhoog en omlaag zodat het meisje de schouders óp en neer voelt gaan. Op den duur heeft zij echter geen idee hoe hoog zij staat.

De plank zelf hebben ze echter al die tijd op dezelfde hoogte gehouden, ongeveer vijftig centimeter boven de grond. Wanneer de leraar haar vraagt van de plank af te springen, aarzelt ze: “Ik durf niet”. Dan raapt zij alle moed bijeen en waagt de sprong. “Hè, is dat alles!” roept zij verbaasd en rukt de blinddoek af. Zij kijkt van de lage plank naar de lachende klas. ” Ik dacht dat ik heel hoog stond.” Wanneer de leraar vertelt dat de stevigheid van de aarde ons zekerheid geeft, volgt een gesprek over aardbevingen: over de angst van ieder die zoiets meemaakt, over vertrouwen en het gevoel wanneer je vertrouwen beschaamd wordt. Kleine kinderen bijvoorbeeld hebben nog alle vertrouwen. Iedere peuter die van de traptreden heeft gesprongen kon ervan opaan dat vader of moeder hem opving. Hoe zou zo’n kind zich voelen als vader of moeder hem op een dag expres niet opving? Het voorbeeld spreekt de kinderen aan. Opeens weten ze een heleboel voorbeelden uit hun eigen leven te vertellen.

Op het bord is een berglandschap getekend, waarin de zon, een rivier, planten, bomen, vogels en flonkerende kristallen te zien zijn. Het silhouet van de bergen laat een tekening zien, van Mineralogie. Deze tekening komt nu op de kaften van de periodeschriften te staan. Enkele stukjes kristal gaan de klas rond. Elk kristal heeft zes vlakken, maar niet een is hetzelfde. Wanneer je er doorheen kijkt, zie je de kleuren van de regenboog. Vlak voor de pauze verbrandt de leraar een stukje zwavel. Alle kinderen ruiken er even aan. Het stinkt afschuwlijk. De lucht snijdt je de adem af. Wie gesnuffeld heeft, vlucht vanzelf naar buiten de frisse lucht in. Later krijgen de kinderen de opdracht een steen te bestuderen. Iedere dag moeten er een paar vertellen over de vorm, de kleur, de geur, de smaak, het gewicht, de mate van hardheid en eventuele andere bijzonderheden van hun steen. Wanneer je naar je pink kijkt en je denkt aan je vingerkootje, twijfel je er niet aan dat bot leeft. Je kunt pas zeggen dat het dood is wanneer je dat vingerkootje afhakt en los in je hand houdt. Zo is het eigenlijk precies met het gesteente van de aarde. Je zou het gesteente het skelet van de aarde kunnen noemen. Zolang het gesteente nog aan één stuk op zijn ontstaansplaats ligt en temperatuur,vochtigheid, planten, druk en bacteriën er nog op inwerken, is het gesteente een levend organisme. Een stuk dat ervan afgebrokkeld is, is net als het losse vingerkootje levenloos geworden De leraar vertelt over enkele soorten steen die hij heeft meegebracht: Leisteen: “Waarvoor gebruiken we dat?” “Voor dakpannen en leitjes,” weten de kinderen. Zandsteen: Dit zeer harde gesteente ontstaat door op elkaar geperst zand. Steenkool: Hierin zit duizenden jaren zonnewarmte. Eén ontstaat uit ongeveer dertig bomen. Als steenkool langer blijft liggen, kan grafiet (voor potloden) ontstaan of diamant. Dat ontstaan is afhankelijk van de temperatuur en en de druk. “Dus als je er maar lang genoeg op blijft zitten, krijg je een diamant?” is een geijkt grapje.

Graniet: We gebruiken graniet voor trappenhuizen, stoepranden en aanrechten.

Glimmer: (mica) Dit gesteente bestaat uit vele dunne laagjes. Het is terug te vinden als ruitjes in ouderwetse kachels.

De klas maakt een uitstapje naar het IJsbaanpad. Het is ijzig koud en het sneeuwt een beetje, maar de kinderen stappen stevig door over de spoorbaan die in deze tijd van het jaar niet gebruikt wordt. Tussen en langs de rails liggen vele soorten keien en steentjes. Die zullen de kinderen “kraken”. De meeste stenen vertonen van binnen niet meer dan de buitenkant doet vermoeden, maar soms laten zij kleine holtes zien waarin zich een kleur- en glinsterspel laat bewonderen. Sommigen weten niet van ophouden en komen met uitpuilende jaszakken en van de kou verstijfde vingers weer op school. Daar bekijken ze elkaars schatten. De kinderen horen welke invloed de IJstijd (8000 jaar v. Chr.) op ons land heeft gehad. Het oosten van Nederland werd bedekt door een dikke ijslaag. De Noordzee was toen een en al zandwoestijn omdat het water dat verdampte bevroor en niet terug kwam. Zware stormen verplaatsten het zand naar het oosten. Vandaar dat Oost-Nederland zo zanderig is. Vanuit de bergen in het zuidoosten stroomden de rivieren door Nederland en brachten brokken graniet met zich mee. De kinderen krijgen de opdracht de situatie van Nederland in de ijstijd te laten zien. Ze kunnen dit doen door middel van een tekening of door middel van een geschreven tekst. De leraar wil laten zien dat veel landschappen in verband staan met graniet. Hij beschrijft de zee, het strand en de duinen zodanig, dat de kinderen zich op het strand wanen en bijna de zilte zeelucht ruiken. Dat zand eigenlijk fijngeschuurd graniet is dat door de rivieren is meegevoerd vanuit de bergen, wekt hun verbazing.

Dat rachitispatiënten vroeger op het strand moesten kuren omdat de combinatie van kwarts en zonlicht genezend bleek te werken, vindt de klas zeer interessant. Ook het heidelandschap blijkt met graniet te maken te hebben: de hunebedden zijn door het Trechterbekervolk ca. 3000 jaar v. Chr. gebouwd met keien die tijdens de IJstijd naar ons land zijn gevoerd. [1]

De vraag hoe zo’n volk zulke zware stenen heeft kunnen opstapelen, houdt de kinderen lang bezig. Na al deze verhalen van de leraar moeten de kinderen zelf weer aan het werk. De opdracht luidt: maak een tekening of een informatieve tekst over hetgeen je gehoord hebt en schrijf eenverhaal waarin je zelf een hunebedbouwer bent.

Wanneer sommige kinderen hun werk later voorlezen, geeft de klas commentaar. De kritiek is meestal positief, soms echter krijgen de voorlezers te horen wat er ontbreekt aan hun verhaal. Enkelen krijgen de opdracht hun werk nog wat bij te schaven, bijvoorbeeld door het verhaal over de hunebedbouwer serieuzer te maken of al te eigentijdse uitdrukkingen (“Hallo jongens”) te vervangen door minder populaire. De volgende dag beschrijft de leraar een berglandschap. Hij vertelt over bergbeklimmers, over gletsjers, lawines en diepe kloven. Dit gaat gepaard met kleurige details en waargebeurde belevenissen van bergbeklimmers. Een gedicht dat de kinderen enkele dagen reciteren en dan ook in het schrift schrijven, vertelt over de bergbegroeiingsfasen. Een tekening op het bord laat in een oogopslag zien wat in het gedicht beschreven staat. De klas wordt in vier groepen verdeeld. Elke groep krijgt een andere opdracht: schrijf een stukje alsof je 1) een adelaar, 2) een pluk mos, 3) een boer op de alp, 4) een koe op de alp bent. Vertel wat je voelt, denkt en doet. Drie groepen gaan meteen aan de slag, de mosgroep knippert verbaasd met de ogen. “hoe kun je nu in ’s hemelsnaam schrijven hoe mos voelt en denkt?” Ze moeten het toch proberen van de leraar, ook al lijkt het nog zo moeilijk. De een na de ander buigt zich zuchtend over het papier.

De groepjes bespreken onderling hun teksten en kiezen die tekst uit die het meest geschikt is om door een andere groep gespeeld te worden. De groepjes ruilen hun gekozen verhalen nu kan het oefenen van de spelen beginnen. Weer zit er een groep met de handen in het haar. Juist, alweer de mosgroep.

“Je kunt toch geen mos spelen?” Ja, dat kan de leraar zich toch wel voorstellen. Ze mogen iets anders bedenken en na enig beraadslagen hebben ze iets veel leukers gevonden: bergbeklimmers! Triomfantelijk gaan ze naar de gang om te oefenen en komen even later terug met ijsmutsen, dassen en wanten. In het lokaal zijn inmiddels de tafels en stoelen tot drie hoogtes opgestapeld. Wanneer het spel begint, zit de adelaar al gehurkt en met gevouwen vlerken op de hoogste stoel. Na zijn afdaling beleven de klauterende bergbeklimmers menig gevaarlijk moment. Even later praat de boer gemoedelijk met zijn vrouw over hun zieke koe. Ze spreken weliswaar met zogenaamd “Drents” accent, maar à la, ze oogsten er veel gegniffel mee.

De kinderen leren wat de vier bestanddelen zijn van graniet:
Kwarts is een harde onvruchtbare stof met kristallijne vormen, in kristalgroepen gaat het waarheen het wil, al moeten andere stoffen daarvoor opzij. Kwarts is doorzichtig en heeft een heldere lichtkracht ( -vergelijk bijvoorbeeld een kroonluchter ) .

Veldspaat is een zachte, ondoorzichtige stof, in het algemeen niet kristallijn. Het voegt zich naar zijn omgeving en de letterlijke betekenis van het woord veldspaat is vruchtbare akkeraarde.

Glimmer houdt het midden tussen kwarts en veldspaat, ook in vruchtbaarheid.

Hoornblende is van buiten zwart en van binnen prachtig van kleur. Alle eigenschappen die de natuur bij de schepping heeft meegekregen, zijn ook in de mens vertegenwoordigd. Je zou kunnen zeggen dat de kwaliteiten van kwarts en veldspaat bij de mens zijn terug te vinden. Bij sommigen overheersen de kwartskwaliteiten, bij anderen de veldspaat kwaliteiten. De kinderen schrijven een stukje over hoe ze denken dat een “kwarts-mens” zou doen en hoe een “veldspaat-mens” zou doen. Zij zoeken er beroepen bij die zij bij kwarts en veldspaat vinden passen. Wanneer zij later hun teksten voor elkaar voorlezen, ontstaan er spontaan discussies. Wat de een een kwartsberoep vindt, bijvoorbeeld schoolmeester, heeft de ander bij veldspaat staan. Meestal valt voor beide meningen iets te zeggen.

Nu volgen toneelstukjes waarin een kwarts- en een veldspaatmens een rol spelen: generaal en een soldaat, een directeur en een slaafse kantoorbediende; een arrogante restaurantbezoeker en een ober, een autoritaire arts en een verpleegster. Wanneer de rollen worden omgedraaid (de kantoorbediende kwarts en de directeur veldspaat:

“Zou je alsjeblieft een kopje koffie voor mij willen halen… eh, als je daar tijd voor hebt natuurlijk!”) ontstaan de gekste situaties, die hoewel ze niet ondenkbaar zijn, toch wel op de lachspieren werken. De kinderen trekken na de gesprekken en de rollenspelen de conclusie dat de meeste mensen van beide kwaliteiten iets hebben en dus het best met glimmer vergeleken kunnen worden.
Na deze ochtend hoorde je voortdurend kreten als “Niet zo kwarts doen jij, hè!” en “Vind je mij niet veldspaat?”

Tegenover het granietgebergte wordt nu het kalkgebergte geplaatst. Kalkbergen zijn van boven kaal, daar groeit niets. Onderaan het gebergte daarentegen is de plantengroei zeer weelderig. Kalk laat al het water door, zuigt het als het ware op. Vandaar dat er niets wil groeien. Bij granietbergen gebeurt alles buiten, bij kalkbergen is het juist binnen spannend. Daarbinnen vind je grote zalen met pilaren en pegels, onderaardse gangen, rivieren en meren. De onderzoekers (speleologen) zien er heel anders uit dan de bergbeklimmers.

Zij dragen rubber duikerspakken, zuurstofcylinders en zwemvliezen en hebben sterke lantaarns bij zich. Ook hun beroep is gevaarlijk: zij kunnen blijven steken in een nauwe doorgang of ze kunnen hun pak of cylinders openscheuren aan de scherpe uitsteeksels. Wanneer de leraar vertelt over de zalen en de gangen met hun constante temperatuur, de doodse stilte bij de meren en het eeuwig echoënde watergedrup, kun je een speld in de klas horen vallen. Als verwerking van deze leerstof schrijven de kinderen een verhaal dat heet “Ik, speleoloog”. Hoe ontstaan nu de pegels en de daaronder staande pilaren?

Daar moeten de kinderen maar eens zelf over nadenken. Zij komen een heel eind in de goede richting. Het regenwater dringt door het kalk heen en komt in miljoenen druppels aan het plafond te hangen. Door de tocht verdampt een deel van het prater en het meegevoerde kalk blijft zitten., Daaraan komt weer een nieuwe druppel te hangen die verdampt en zo gaat het proces alsmaar door. Op de plaats waar de druppels op de grond terecht komen, kan in enkele duizenden jaren een pilaar ontstaan. Dat is razendsnel als je het vergelijkt met de beweging in granietgebergten. Dit gedicht schrijven de kinderen over in hun
periodeschriften:

Op het kalk

De kammen tekenen grauw.
Een gekerft gelaat ziet grijnzend neer,
geen beekje, geen dauw, geen bloemetje teer.

Alles kaal en dor,
het water gulzig opgezogen,
onder de grond een duistere zaal,
leven is naar binnen getogen.

Maar aan de voet van de bergen,
weelderig gedijt het groen,
waar duizenden dwergen
bomen en planten groeien doen.

Hier is leven, hier is vreugd.
Het kalk wil zijn zelfzucht tomen,
verschijnen in zijn deugd,
de boeren kunnen komen.

Ter afsluiting van de periode worden graniet en kalk met elkaar vergeleken. Een korte samenvatting komt in het schrift te staan.

Geert Grooteschool, ‘heemkunde’, nadere gegevens ontbreken, ‘ergens’uitL blz 80 e.v.

Dit artikel volgt op ‘Over mineralogie in de 6e klas‘ in dezelfde brochure? waaruit ook bovenstaand artikel komt. 
Het artikel moet m.i. vooral gelezen worden als een verslag van die leerkracht, met die klas. (phaw)

Ik heb een wijziging in de tekst aangebracht:
[1] De Hunnen hebben niets te maken met de hunebedden

mineralogie: alle artikelen

1040

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (5)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Mineralogie – 6e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s