VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Maarten (22)

ZAL ONS LICHTJE BLIJVEN BRANDEN?

Ook dit jaar* zullen op 11 november de knollen weer uitgehold worden. We halen er het vruchtvlees uit, dat gerijpt werd door de zomerzon en plaatsen er ons lichtje in, ons eigen zielenlicht. Dit ritueel heeft zoveel waarde als je beseft hoe wezenlijk dit lichtje is.

Als de kinderen in de optocht door de straten lopen, merken ze hoe moeilijk het kan zijn om je lichtje brandende te houden. Vaak waait het, soms regent het, soms ook loop je te hard. Het beste is om dicht bij elkaar te lopen om licht en warmte bij ons te kunnen houden.

Om ons heen zien we de afstervende natuur. Voor veel men­sen is dit niet de makkelijkste tijd van het jaar. Een tijd die er vaak donker, somber, mistig en troosteloos uit kan zien. Velen kennen rond deze tijd het gevoel van: “Mijn licht gaat uit”. We moeten dan zoeken naar het licht, want dat licht dat is er, als we maar goed kijken. Het leven kent ook zijn schaduwkan­ten, maar waar schaduw is, is ook licht. Wij moeten ons lichtje in de gaten houden, het inwendige licht van ons zielenleven dat wij allemaal in ons dragen. Soms is het onzichtbaar door alles wat er van buitenaf in ons komt. Het licht in ons moet blijven branden, daar moeten wij voor waken, zodat het kan gaan stralen en wij anderen kunnen verlichten en verwarmen. 11 November is de dag van St-Maarten. Toen St.-Maarten, toen nog Martinus, als jonge soldaat van 16 jaar aan de stadspoort van Amiëns kwam, zag hij daar een bijna naakte bedelaar. Martinus was te paard en droeg een rode mantel. Toen Marti­nus de man zag, die bijna bevroor van de kou, pakte hij zijn zwaard en sneed de mantel in tweeën. Een deel gaf hij aan de bedelaar en het andere deel was voor hemzelf. Die nacht zag Martinus in zijn droom Christus. Christus was de bedelaar die hij met een deel van zijn mantel omhuld had. De herfstheiligen leiden ons door de tijd naar Kerstmis. Met het zwaard houdt St.-Michaël de draak in toom. Met de kracht die daarbij vrijkomt kunnen wij aan het werk gaan. Met het zwaard snijdt St.-Maarten zijn krijgsmantel in tweeën. De tijd wordt hier gesplitst. De ene helft is het verleden om ons mee te verwarmen, de andere helft is voor ons hoger ik, voor de toekomst en voor onze naasten. Het zwaard is het heden, het ogenblik waarin wij zelf altijd weer moeten handelen. Wij hebben onze tekortkomingen, maar ook veel goeds in ons. Wij kunnen anderen zoveel geven. De kracht komt van binnenuit, uit de ziel en met die zielenkracht kunnen wij op onze beurt de ander helpen.

Hier (in mij) woont een rijk man
die mij hewel veel geven kan
Lang zal hij (in mij) leven
veel zal hij geven
Zalig zal hij sterven
de hemel zal hij erven
God zal hem lonen
met honderd duizend kronen
met honderd duizend lichten! aan
hier komt Sinte Maarten aan.

Het is ook de tijd dat wij naar binnen trekken. Het is het laat­ste feest, dat we nog even buiten zijn. Zo is dat ook met ons­zelf. We moeten van deze tijd gebruik maken om ook bij ons­zelf naar binnen te gaan. Dat is niet altijd zo gemakkelijk, want je komt jezelf tegen en je ziet ook je tekortkomingen. Maar het is de enige manier om aan jezelf te kunnen werken. Dan komt St-Nicolaas als derde herfstheilige bij ons aan. “St.- Nicolaas wil helpen een beter mens te zijn, opdat het kerstlicht strale in onze harten rein”. Het sinterklaasfeest staat eigenlijk bol van symbolen. De Sint die over de daken rijdt is de verbin­ding tussen hemel en aarde. Zijn baard is de wijsheid en zijn ouderdom het eind van het jaar. Hij komt met zijn knecht, die ons nog eens op onze tekortkomingen wijst. Zoals wij dat doen met onze surpises. Dan de geschenken in de schoen, de schoen het symbool van onze levensweg. En zo zijn er nog veel meer op te noemen. De Sint leert ons blij te zijn met dat­gene dat je geschonken wordt om dan op jouw beurt te leren een ander iets te schenken. Het is dus niet alleen maar een kinderfeest, het heeft ons veel meer te zeggen. Dit feest staat aan het begin van de advent. Een tijd van stilte. De stilte waar­aan we ons meer zouden moeten overgeven. Het zijn de laat­ste weken van voorbereiding op het Kerstfeest.

Stil nu, stil nu,
maak nu geen gerucht.
Stil nu, stil nu,
het ruist al door de lucht.
Het wonder komt heel zachtjes aan,
’t kerstkind wil naar binnen gaan.

Het feest van de geboorte van Christus, de geboorte van het ­licht dat wij ieder jaar weer mogen ontvangen, zijn licht. Wij staan nu nog voor het feest van Sint-Maarten. We maken ons klaar om de weg verder te gaan, de weg die we na de zomer met St.-Michaël zijn begonnen. Zal ons lichtje blijven branden? Om mijn lichtje brandende te houden en te laten stralen, zodat het kan verlichten daar waar het op dat moment het hardst nodig is, kies ik er voor om wat langzamer te gaan lopen.

Een goede herfsttijd wens ik U allen toe.

(José Berlage-Veldhuizen, schoolkrant Vrijeschool Brabant, okt.*1996)

St.-Maarten: alle artikelen

887

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.