Tagarchief: Dik Trom

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (66)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

.

Dat een boek dat voor het eerst verscheen in 1891 een plaats krijgt in mijn verzameling kinderboeken, vraagt om een kleine persoonlijke toelichting.
Om te beginnen: toen ik op de basisschool zat – die toen nog lagere school heette – zo in de jaren 1950, las onze meester (Maarten Roeper) voor uit dit boek. Ik vond het een kostelijk verhaal en op zeker ogenblik hadden wij de verschillende delen ook in huis, zodat ik ze zelf kon lezen.
Ik las – toen ik eenmaal onderwijzer was geworden – ze ook voor in de klassen waar ik lesgaf en altijd werden de verhalen door de kinderen met veel vermaak aangehoord. Op de een of andere manier is de schrijver in staat gebleken iets te verwoorden wat kinderen – ook lang na het verschijnen van de eerste druk – prachtig vinden. Ook las ik ze thuis voor aan onze kinderen.
Toen ik in 2009 een langere tijd in een 3e klas verving en een voorleesboek zocht, besloot ik – uit een soort nieuwsgierigheid ‘hoe zouden kinderen uit het begin van 21e eeuw dit nu vinden’ het voor te lezen. Veel van dat dagelijkse leven in die tijd was voor deze kinderen vreemd: wat is een ‘veldwachter’ bv. en de totaal andere leefomstandigheden uit die tijd – de illustraties met bv. de toen gangbare kleding – is met niet veel uit onze tijd te vergelijken. Dit hoeft helemaal geen bezwaar te zijn: het is juist erg boeiend om daarover met de kinderen te praten: een soort geschiedenisles. Deze klas had daarvoor veel belangstelling: de tijd van ‘vroeger’, van hun overgrootouders.
Maar afgezien daarvan: de streken van Dik, de avonturen: ook deze klas uit 2009 smulde ervan.
De achterkant vermeldt:

UIT HET LEVEN VAN DIK TROM

Dik Trom kent ieder kind, want Dik is een nationale figuur geworden, zoals er slechts weinigen in de kinderliteratuur zijn aan te wijzen. Er is praktisch niemand in Nederland bij wie de naam „Dik Trom” niet onmiddellijk de voorstelling oproept van een gezellige, dikke jongen. Een jongen vol kwajongensstreken, maar met een hart van goud, zoals wij het al onze kinderen zouden toewensen.
Onze jeugd lacht graag en houdt van dit alleraardigste kinderboek, dat vol staat met echte, kinderlijke, ongedwongen pret. Rondom de figuur van Dik is een hele stoet van personen gegroepeerd, zoals Piet van Dril, Jan Vos en Bruin Boon, die te samen een kenmerkend beeld geven van het dorpsleven, dat zo fris en weldadig aandoet. De veldwachter Flipsen vergeten wij niet, evenmin als vader Trom met zijn: „’t Is een bijzonder kind, dat is-ie”.

Onze Nederlandse Dik Trom is een bijzonder kind en dat moet hij voor altijd blijven.

C.Joh.Kieviet
Ill. Joh Braakensiek

Uitgeverij Kluitman

Boek

.

Leeftijd v.a. 10 jr.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2682-2512

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Vertellen – Is het echt gebeurd? (4)

.

Inleiding
.

G.Blankensteijn, Vacature, precieze datum onbekend, maar uit 1977
.

„IS DAT NU ECHT GEBEURD?”

.

Dik Trom

Echt gebeurd – Dik Trom? Ja. Dat wil zeggen: de hoofdpersonen in dat beroemde jongensboek hebben werkelijk geleefd. En veel van het kattenkwaad en van de goede streken – waarover de auteur, Johan Kieviet (1858-1931) rapporteert, zal ook wel in werkelijkheid hebben plaatsgevonden. Door de jongere Johan destijds van dichtbij meebeleefd. En zo ontstond later een boek, naar het leven geschreven.

Johans vader was als timmerman-aannemer een van de pioniers van de in 1853 droogverklaarde Haarlemmermeerpolder. En de in Hoofddorp geboren schrijver – nummer tien in de rij van elf kinderen – heeft van jongsaf daar dus wel de nodige indrukken kunnen opdoen.

Johan, hoewel eerst bestemd voor de bloembollenhandel, werd onderwijzer. Hij werkte in Delft, Hoofddorp(l), Lisse, Den Haag, Etersheim en Zaandam, waar hij hoofd van een school was.

Het boek „Dik Trom” werd in 1892 te Etersheim, ten zuiden van Hoorn, aan de Zuiderzeekust, geboren. Een voorspoedige jeugd had het niet. Tot zesmaal toe stuurde een uitgever het manuscript aan Kieviet terug. Pas de zevende nam het in zijn fonds op, en dan nog alleen na veel aarzeling en op voorspraak van een vriend.

Waarvan deze zevende uitgever, Kluitman, vermoedelijk eerst nog spijt genoeg heeft gehad. Het boek „wilde” namelijk niet. De eerste oplage had acht jaar nodig voordat de planken leeg waren. Geen wonder dat de uitgever zich tegenover Kieviet weinig royaal betoonde: hij beloonde hem met een honorarium van ƒ 75,—!! En voor de tweede druk had hij maar ƒ 37,50! over.

In het uiteindelijk toch doorgebroken succes heeft de illustrator een groot aandeel gehad. Dat was niemand minder dan de grote Johan Braakensiek, die ten tijde van Kluitmans bezoek juist door een gebroken been aan huis gebonden was. De lezing van het manuscript gaf hem zoveel plezier, dat hij met evenveel genoegen de onder ons bekende tekeningen op papier bracht.

Geleidelijk viel het verhaal over de dikke jongen meer in de smaak bij het lezend publiek. Zozeer dat er op het ogenblik meer dan een miljoen „Dik Troms” in kinderhanden zijn overgegaan. En van de 40 boeken die Johan Kieviet in zijn leven op de markt bracht, zijn er niet minder dan zes aan Dik Trom en zijn omgeving gewijd geweest.

Maar nu de vraag over de hoofdpersonen.

Voor de oubollige Dik heeft waarschijnlijk een gezellige krullenjongen uit de werkplaats van Kieviet Sr. model gestaan. Hij heette in werkelijkheid Dirk David Buurman. De families Kieviet en Buurman waren onderling bevriend bovendien.

Ook de vriendenschaar is vermoedelijk uit het leven gegrepen. Er komt in het boek bijv. een Piet van Dril voor, zoontje van de dorpssmid. En Hoofddorp kende later een familie Van Driel, die daar een garage en autowerkplaats bezat. Enz.

In 1973 is op het Marktplein van Hoofddorp een beeldhouwwerk onthuld als eerbewijs aan de auteur Johan Kieviet. Het stelt Dik Trom voor, achterstevoren op een ezel gezeten (een bekende episode uit het boek).

De onthulling werd verricht door een kleinzoon van de schrijver, die óók de naam Johan Kieviet draagt (maar geen kinderboekenschrijver is geworden. Hij is tandarts in Slikkerveer).

Bij die onthulling waren bovendien nog aanwezig vier dochters van de reeds genoemde Dirk David Buurman. En als extra een „Bromsnor” (Lou Geels), om veldwachter Flipsen te vertegenwoordigen – al was dat dan alleen maar als collega, niet als familielid. Toch een pracht van een feestnummer voor de ongeveer duizend schoolkinderen, die de onthulling bijwoonden!

Veel van de hierboven gebruikte gegevens werden me al in 1968 verschaft door de heer P. Maaskant te Amstelveen. Hij vestigde mijn aandacht op het feit, dat zoveel – hij schreef: de meeste – jongensboekenauteurs uit kringen van het onderwijs zijn voortgekomen: Kieviet, De Vletter, Kuijk, Louwerse, Van Abcoude …. En dat daarnaast nog zo ontzaglijk veel anderen bij het onderwijs zijn begonnen die in alle geledingen van de maatschappij een vooraanstaande en eervolle plaats hebben ingenomen. (Men vraagt zich af: hoe is het mogelijk: uit dat verstarde en verouderde onderwijs? – naar nu wat denigrerend wordt gezegd). Ook over al degenen die uit het onderwijsgelid in het grote leven naar voren gestapt en gehaald zijn, zou een boek te schrijven zijn. Maar dan wel anders dan „Dik Trom”. „Van meestershuis naar. . . .”bijvoorbeeld.

.

Vertelstofalle artikelen

.

1953-1837

.