VRIJESCHOOL – Euritmie

.
Voor haar studie euritmiedocente schreef Philia de Vries deze scriptie.

Deze zal in hoofdstukken op deze blog verschijnen.

HOE KAN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND EN DE DAARMEE SAMENHANGENDE HERSENONTWIKKELING DOOR BEWEGING GESTIMULEERD WORDEN?

– Welke oefeningen helpen het kind tijdens de euritmielessen tot een gezonde verhouding van de driedimensionaliteit in zijn gestalte te komen, die ook ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de hersenen en daarmee een bodem vormen voor het leren en denken. 

Inhoud

Gedicht van Ida Gerhardt: “Het volmaakte”.

1.Inleiding, kader, vraag, doel, inspiratie en materiaalgebruik voor het werk                                                                                                                                       1
1.1. Inleiding                                                                                                                         1  1.2. Inleiding tot het thema                                                                                               2
1.3. Onderzoeksmateriaal                                                                                                  3

HET VOLMAAKTE

Ik gaf mijn kind een zilveren bal.
Het werd zijn één, het werd zijn al;
en hij die steeds met ieder deelt,
hij schreit als iemand er mee speelt.
Ik sprak tot hem met zacht vermaan;
hij zag mij lang verwonderd aan
en liet toen stil zijn tranen gaan.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal:
bracht ík zijn onschuld nu ten val?
Of ben ik blind? – Het goddelijk kind
hield in zijn handjes het heelal.

Ida Gerhardt
uit: Zomen van het licht

1.Inleiding, kader, vraag, doel, inspiratie en materiaalgebruik voor het werk 

1.1. Inleiding

We leven in een tijd waarin de leercurve/ontwikkeling van kinderen wordt gemeten en beoordeeld door middel van testen. Men gaat uit van een stijgende lijn in de ontwikkelingscurve. Wat hierbij vergeten wordt, is dat de leerontwikkeling een dynamisch proces is en dat een kind pas dan ‘leerstof’ kan opnemen, wanneer het daar (lichamelijk en innerlijk) voor klaar is.

Een voorbeeld is de zwemles [1], waarvan we inmiddels weten dat het kind eerst over bepaalde motorische vaardigheden moet beschikken om de beweging tijdens de schoolslag uit te kunnen voeren. Het is bekend dat een kind heel snel leert zwemmen als hij er klaar voor is, terwijl voor kinderen die op vierjarige leeftijd beginnen de leerweg veel langer en zwaarder is.
Bij leren is het eigenlijk net zo, maar toch worden kleine kinderen in het reguliere onderwijs in Nederland nu al gedwongen om toetsen af te leggen, ook al zijn ze daar cognitief nog niet rijp voor. [2] Hun denken is a.h.w. nog binnen bepaalde kaders begrensd. Dit staat in contrast met veel onderzoeken die aantonen [3] dat de hersenontwikkeling pas rond de leeftijd van acht jaar voldoende rijp is om de leervaardigheden te ontwikkelen [4] die op school nodig zijn om echt te kunnen leren. De motorische ontwikkeling [5] (die aan de reflex-integratie ten grondslag ligt) en de rijping van de zintuigen gaat daaraan vooraf.
Ook zien we de tendens van hyperactieve kinderen die zich moeilijk kunnen concentreren, wat soms samenhangt met een nog niet voltooide integratie van de reflexen, waardoor er ‘motorische onrust’ ontstaat, soms ook bepaald door nog onvoldoende lateralisatie, of het driedimensionaal kunnen zien. De vraag is: hoe kunnen we het kind helpen zich zo gezond mogelijk te ontwikkelen, zodanig dat deze basis ook zijn denkvermogen stimuleert?

Deze scriptie richt zich op het vak (pedagogische) euritmie en hoe dit bewegingsvak een essentiële plaats inneemt in het vrijeschoolonderwijs. Wat is het belang van dit extra bewegingsvak, naast gymnastiek en een onderwijsvorm die al veel beweging in de leerstof verwerkt?
In de vrijeschool wordt de ontwikkeling van het kind met name vanuit bewegingsonderwijs gestimuleerd om zijn leermogelijkheden te ontplooien en een gezonde ontwikkeling te bevorderen, die past bij het kind.

De ‘ontwikkeling van het denken’ is een kwaliteit binnen de vrijeschoolpedagogie die gebaseerd op het antroposofische mensbeeld, en ontwikkeling van het kind tot volwassene-, tot doel stelt, dat de lesstof zo ingericht is dat de leerling uiteindelijk een onafhankelijk ‘vrij denkend’ mens kan worden : “[…] dat we tot op zekere hoogte ons denken zo ontwikkelen dat het totaal doorstraald wordt door de wil, en (we in ons denken) niet van buitenaf gestimuleerd worden (om te denken), maar dat het denken in de wil leeft’ [10]

Sinds de oprichting van de eerste Waldorf/vrijeschool (Stuttgart, september 1919) bestaat de pedagogische euritmie als leervak en kreeg om het verschil met de kunstzinnige euritmie aan te geven, de term

 
[1] Als kinderen kunnen huppelen, dan kunnen ze de schoolslag:
(http://www.allesinbeweging.net/motorische-ontwikkeling-zwemles) (20-7-2017).
[2] Brein, Leren & Educatie: (http://www.hersenenenleren.nl/centrum-brein-leren/) (20-7-2017).
Versus  “Kennisplatform voor het onderwijs” (http://wij-leren.nl/ontwikkeling-hersenen.php)(20-7-2017).
[3] Nunen, Peter van 2 -1-2010. Van kind tot volwassenen: De rol van de neurologische en effecten van neurologische rijpingsachterstand. (2 -1-2010) (www.epi-groep.nl/wp/wp-content/uloads/rijping_1_2art.pdf) (15-7-2107).
[4] http://www.ergoml.nl/ergotherapie/kinderen/schoolse-vaardigheden (zie ook n.8 ) (20-07-2017).
[5] “De motoriek en de zintuigen zijn niet meer in evenwicht” – uit: Voorwoord van Ewald Vervaet.
Boek: Vuure Marijke van. Dyslexie en touwtje springen. (Akasha 2013, p. 7).

1

pedagogische euritmie, waarbij de euritmische vaardigheden extra kunnen konden worden beoefend als bewegingsvak. De pedagogische euritmie als vak, is dus vanaf het begin van de Waldorfschool (in Nederland de vrijeschool genoemd) ingezet als leerstof bij het ontplooien van het kind tot een vrij denkend mens die met 18 jaar (12e klas) de school verlaat. 

Een vak dat in het het leerplan naast gymnastiek een eigen leerroute heeft. Tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw, was dit heel vanzelfsprekend en werd het als een vast en gewaardeerd onderdeel van het leerplan ingezet. Helaas worden, sinds de toename van vrijescholen in de jaren ’80 de kwaliteiten die de pedagogische euritmie kinderen kan bieden, niet altijd begrepen door mensen van buiten de vrijeschool, of door hen die zich niet in het wezen van dit vak op de vrijeschool verdiept hebben en begrip hebben voor de wezenlijke kwaliteit ervan, zodat het de afgelopen jaren op veel vrijescholen ten prooi is gevallen aan bezuinigingen. Zoiets als een ‘versiering’ die niet direct zinvol lijkt voor het leren.

Deze scriptie wil dan ook een pleidooi zijn voor dit vak op de scholen en onderbouwen dat dit juist bijdraagt aan een gezonde denk-leerontwikkeling, naast dat het leerplan van de vrijeschool ‘al bewegende kunstzinnig’ verdiept wordt en ook de individuele en sociale-emotionele ontwikkeling van de leerling sterkt.

Euritmie is juist heel concreet in de oefeningen, maar – zoals elk vak op de vrijeschool zou moeten zijn – er ook een dat het kind ruimte geeft tussen zijn spirituele afkomst en de persoon die hij nu op aarde wil worden. Hierdoor lijkt de inhoud soms wat ongrijpbaar, maar die is wel degelijk werkzaam en heeft zoals gezegd ook zijn weerspiegeling op de andere vakken en het leren van het kind. [6]

Dit brengt ons bij de titel van deze scriptie:

1.2. Titel

HOE KAN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND EN DE DAARMEE SAMENHANGENDE HERSENONTWIKKELING DOOR BEWEGING GESTIMULEERD WORDEN

Welke oefeningen helpen het kind tijdens de euritmielessen tot een gezonde verhouding van de driedimensionaliteit in zijn gestalte te  komen, die ook ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de hersenen en daarmee een bodem vormen voor het leren en denken.

Inleiding tot het onderwerp:

De ondertitel

Deze werpt de vraag op: Wat kan pedagogische euritmie als bewegingsvak betekenen voor een gezonde ontwikkeling van het kind en vervolgens ook voor de ontwikkeling van zijn denken als ondersteuning bij het leren?

Kader

De focus van dit werk ligt op de ‘hersenontwikkeling’ van kinderen van nul tot en met de wisseling van het melkgebit (0-7 jaar) [7], ook wel de ‘periode van de eerste zeven jaar’ genoemd en hoe deze zich verder kan ontwikkelen in de tweede ‘periode van zeven jaar’(van 7-12 jaar), als het kind ‘leerrijp is’.
In Nederland gaat het op de vrijeschool om klas 1 t/m 6, ook wel de onderbouw genoemd, waar de middelbare school ‘bovenbouw’ genoemd wordt), of groep 3 t/m 8 in het reguliere onderwijs).
Op de vrijeschool begint het feitelijke leren pas vanaf klas 1 (groep 3) als het kind rijp is voor
het abstracte leren van de leerstof van taal, rekenen en vreemde talen. Daarvoor is de leerstof gericht op een gezonde ontwikkeling, met spel, bewegings- en kringspelen die met ambachtelijke bewegingsvaardigheden samenhangen en het kind in zijn wil, gevoel en begripsvorming van de wereld om hem heen aanspreken d.m.v. de zintuigen!

Toelichting op de titel en ondertitel

Bij de titel wordt uitgegaan van een gezonde ontwikkeling en een gezond denkvermogen van het kind. Als de ontwikkeling stagneert, ontstaan er ook problemen in het rijpingsproces met het mogelijk ontstaan van leer- en gedragsproblemen. [8]
Een cruciaal moment is de overgang van de kleuterschool naar het eerste leerjaar (klas 1). Daar gaat de ontwikkeling van het jonge kind dat nu ‘klaar is voor school’ (schoolrijp) aan vooraf: heeft het kind genoeg  

[6]  Steiner, Rudolf. De opvoeding van het kind blz. 10). Vert. uit GA 34, blz. 309 e.v.
[7]  Over de zevenjaarsperioden: Steiner, Rudolf. Idem 7-22.
Schoorel, Edmond. De eerste zevenjaar– kinderfysiologie. Uitgeverij Christofoor-Zeist. 2014. (p. 19  32).
[8] Nunen, Peter van Van kind tot volwassenen: De rol van de neurologische en effecten van neurologische rijpingsachterstand. (2 -1-2010) (www.epi-groep.nl/wp/wp-content/uloads/rijping_1_2art.pdf.). (p. 10). 15-7-2017

2

motorische en fijn-motorische, maar ook sociaal- emotionele vaardigheden ontwikkeld om te kunnen gaan leren? [9] Als er stagnatie optreedt, kunnen de fysieke ontwikkeling van het kind en zijn cognitieve ontwikkeling niet meer parallel lopen – dan is hulp nodig.

Soms loopt de ontwikkeling van een kind cognitief vooruit op zijn leeftijd, maar blijven andere vaardigheden op motorische of sociaal-emotionele ontwikkeling achter. Soms heeft een vroegrijp kind later behoefte om ‘even pas op de plaats’ te maken, omdat het soms nog te ‘jong’ is voor een volgende fase. Zo heeft elk kind zijn eigen unieke ‘leerroute’ binnen wat een school kan bieden.

De auteurs van de boeken die in dit werk worden besproken, hebben voor kinderen met een hulpvraag materiaal en kennis verzameld om hen weer op het goede spoor te helpen in hun ontwikkeling. Door verdieping in deze boeken kunnen inzichten gevonden worden die nodig zijn om de pedagogische euritmie te onderbouwen.
Het boek ‘Dyslexie en touwtjespringen’ van Marijke van Vuure vormt voor dit werk een soort springplank voor het idee dat een bewegingsvak als euritmie niet alleen voor het kind mogelijkheden kan bieden om de neurologische, sensomotorische ontwikkeling te ondersteunen, maar ook het denken (en de daarmee samenhangende cognitieve ontwikkeling) te stimuleren.

‘The extra lesson’ van Audrey McAllen biedt voor Remedial-teaching (RT) praktische oefeningen om kinderen met een hulpvraag in hun leren of ontwikkeling te ondersteunen. Wat kunnen ze daarin voor de euritmie betekenen?

Doel

Het doel van de voorliggende scriptie is: het onderwerp verdiepen als inhoudelijke verrijking en reflectie op het lesgeven als euritmiedocent. De vraag is: welke oefeningen worden al gebruikt in de euritmielessen om de ontwikkeling van het kind te ondersteunen en hoe helpen de inzichten – verkregen uit de boeken en wat over de euritmie als pedagogisch vak door Rudolf Steiner gezegd is [14] en zijn essay over ‘De opvoeding van het kind’. [6]

De opgedane inzichten ondersteunen de onderliggende vraag: wat is de rol van de pedagogische euritmie in relatie tot de ontwikkeling van het kind? Hoe kan het onderwerp van deze scriptie de betekenis van de pedagogische euritmie op de vrijescholen in Nederland ondersteunen.

De titel van deze scriptie is dan ook zo gekozen dat dit het vak pedagogische euritmie zichtbaar wil maken als een actueel vak, een vak dat ook voor de toekomst in de vrijeschool van grote waarde zal kunnen zijn en niet iets wat ‘uit de tijd’ of onnodig ‘extra’ is op leergebied.

Ook biedt de scriptie niet alleen scholen en organisaties en de leerkrachten, maar ook de ouders, pedagogie- en euritmiestudenten en euritmisten inzicht in wat het kind door dit vak kan leren.

De eigen inzichten en ervaringen (als leerkracht en euritmiedocent) mogen naast de verdieping van het onderzoeksmateriaal duidelijk maken wat een prachtig vak dit is en wat je de kinderen op hun weg daarin kan meegeven!

Ik hoop dan ook dat deze scriptie de pedagogische euritmie als vak verduidelijkt in zijn mogelijkheid voor de ontwikkeling van het kind in het algemeen en de ontwikkeling die het denken stimuleert, als hulp bij de leerweg van het kind, in het bijzonder.

Deze scriptie wil het belang van het vak pedagogische euritmie op de vrijeschool onderstrepen als een zeer essentieel vak voor de kwaliteit en identiteit van een vrijeschool. 

1.3. Onderzoeksmateriaal als uitgangspunt voor deze scriptie

Voor deze onderzoeken heb ik twee boeken gebruikt als leidraad om het onderwerp te verdiepen. De inzichten daarvan worden in het werk besproken, gereflecteerd en toegepast op de vrijeschool en de pedagogische euritmie.

[9] McAllen, Audrey. De extra les: “Rond het zevende jaar […] beschikking moeten staan” (Vertaald: McAllen 2004, p. 31).
[10] Steiner, Rudolf GA 202/202   Niet vertaald

3

Boek 1: Marijke van Vuure: ” Dyslexie en touwtje springen” (Akasha, Uitgave (3) 2013). -Een praktisch boek voor ouders van kinderen die lezen lastig vinden.[11]

Boek 2: Audrey McAllen: “De extra les” – Bewegings-, teken- en schilderoefeningen. – Mogelijkheden voor ondersteuning van kinderen met leer- en ontwikkelingsproblemen. Uitgeverij Christofoor Zeist 2004.

Bovenstaande boeken vormen de basis van mijn onderzoek, naast de literatuur in de voetnoten genoemd.

De inzichten voortvloeiend uit de boeken en voordrachten, worden in dit werk besproken, gereflecteerd en toegepast op de vrijeschool en de pedagogische euritmie, aangevuld met mijn eigen ervaringen met pedagogische euritmie over een periode van meer dan tien jaar en meer dan 25 jaar als leerkracht. 

 

Verder onderzoeksmateriaal:

1) De nodige achtergrondinformatie over de verschillende onderwerpen en de bronnen zijn in de voetnoten te vinden en worden in de literatuur- en websitelijst als verwijzingen genoemd.
Het betreft hier verwijzingen over de ontwikkeling van de hersenen, neurologische en motorische ontwikkeling, reflexen en zintuigen.
2) De genoemde voordrachten van Rudolf Steiner, waarin hij aanwijzingen geeft over pedagogie en menskunde zouden echter als materiaal nog verder verdiept kunnen worden.

[11] Zie hoofdstuk 4, 5 en bijlage 1.
[12] Zie hoofdstuk 6, 7 en bijlage 2.
[13] Gebruikt werd de Nederlandse vertaling “De extra les” (McAllen 2004, p. ).

4

Inhoudsopgave van de scriptie (nog niet oproepbaar)

[14] Rudolf Steiner over euritmie: alle artikelen

Euritmie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: klankfiguren

.

3418-3216

.

.

.

.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.