VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (5-7)

.
Op deze blog staan artikelen overSociale driegeleding‘. Een vorm van maatschappelijk samenleven op basis van bepaalde inzichten die rudolf Steiner eraan ten grondslag legde.
M.n. in de jaren 1970 en volgend werden er vele gedachten over ontwikkeld.
Daarbij valt de naam van Lex Bos op. 
Van zijn hand vind je (o.a.) hier veel artikelen. Over zijn ‘dynamische oordeelsvorming’ gaat het onderstaande:

Martin van den Broek in Motief,nr. 264, juli-augustus 2022
.

De werkzame kracht van Dynamische Oordeelsvorming
.

Dynamische Oordeelsvorming vindt zijn oorsprong in het proefschrift van Lex Bos:
Oordeelsvorming in groepen. Willens en wetens wikken en wegen. Polariteit en ritme als sleutel tot ontwikkeling van sociale organismen.

Hierin presenteert hij een ideaaltypische beschrijving van het proces dat zich bij oordeelsvorming in groepen afspeelt. Ook toont hij aan dat het een hulpmiddel is om het oordeelsvermogen van individuen en groepen te ontwikkelen. Het model Dynamische Oordeelsvorming representeert die ideaaltypische procesbeschrijving. Hij hoopte ermee een bijdrage te leveren aan een wereld met een menselijke maat en een menselijk gelaat.

Bewuste hantering van het model brengt individuen dichter bij zichzelf en de leden van een groep nader tot elkaar. Een deelnemer aan een training ervoer de werking als een ‘wolf in schaapskleren’, een deelnemer aan een groepsproces als ‘magie’. De werkzame kracht achter deze ervaringen is het impliciete spirituele mensbeeld van het model. Het is een mens waardig model. Het appelleert aan de potentie van ieder mens om een vrij individu te worden en liefde te realiseren. Een appel dat, in de huidige situatie van wereldwijde wederzijdse afhankelijkheid en toenemende polarisatie, hoogst actueel is. Karakteristiek voor het model zijn vijf velden, polariteit, ritme en gevoel.

Figuur 1 Het model Dynamische Oordeelsvorming

Vijf velden

Het model kent vijf velden. Het gevoelsveld (voelen, gevoelens) met in het midden een individu, IK of een GROEP, het feiten-veld (waarnemen), het begrippenveld (denken), het doelenveld (willen) en het middelenveld (handelen). Kortom het beeld van de voelende, waarnemende, denkende, willende en handelende mens.

Polariteit en ritme

Het model bevat drie polariteiten:

• waarnemen (FEITEN) →  ← denken (BEGRIPPEN).
Het ritme hiertussen leidt tot een (voorlopig) INZICHT;
• willen (DOELEN) →  ← handelen (MIDDELEN).
Het ritme hiertussen leidt tot een (voorlopig) BESLUIT;
• verleden (kenweg / INZICHT) →  ← toekomst (keuzeweg /BESLUIT).
Het ritme hiertussen leidt tot een besluit vanuit inzicht.

Het bewust verzorgen van een levend, dynamisch proces tussen deze polariteiten verhoogt de vitaliteit van een oordeels-vormingsproces en daarmee ook de kwaliteit van de oordelen die daaruit voortkomen. Aan dit proces ontleent het concept de naam Dynamische Oordeelsvorming.

In deze drie polariteiten is de antroposofische menskundige fundering van het model zichtbaar. Op de kenweg het zenuw-zintuigsysteem, of bovenpool, op de keuzeweg het stofwisseling-ledematensysteem of onderpool en het ademhaling-bloedsomloopsysteem of ritmische systeem, dat bovenpool en onderpool met elkaar verbindt.

Burger van twee werelden

De bovengenoemde polariteiten impliceren nog drie andere polariteiten en wel die van:
• binnen →  ← buiten
• abstract→  ← concreet
• subjectief →  ← objectief

Op de kenweg (verleden) vorm je je, op basis van (je herinneringen aan) je waarnemingen, een voorstellingsbeeld van (het ontstaan van) de huidige situatie in de buitenwereld. Dit is de buitenpool. Dit beeld tracht je met je denken te interpreteren. Je wilt de buitenwereld begrijpen: dit is de binnenpool.

Op de keuzeweg (toekomst) vorm je je (in gedachten) een beeld van de door jou gewilde toekomstige situatie in de buitenwereld. Dit is de binnenpool. Ook maak je je een voorstelling van hoe je het gewenste beeld zou kunnen realiseren. Je wilt in de buitenwereld ingrijpen. Het is de buitenpool.

De feiten die je waarneemt, behoren tot de buitenwereld. Ze zijn concreet en objectief. De begrippen waarmee je denkend het feitelijke beeld interpreteert en verklaart, leven in jouw binnenwereld. Het zijn begrippen, ideeën. Ze zijn abstract en subjectief.

De doelen die je wilt nastreven leven eveneens in jouw binnenwereld. Ze hebben ideaal-karakter. Ze zijn ook abstract en subjectief. De middelen die je denkt te gaan hanteren, haal je uit de buitenwereld. Ze zijn, net als de feiten, concreet en objectief.

De twee lijnen in figuur 2, de Feiten-Middelenlijn (buiten, concreet, objectief) en de Begrippen-Doelenlijn (binnen, abstract, subjectief), maken de mens ais burger van twee werelden in het model zichtbaar; een geestelijke wereld en een fysieke wereld met daartussen, als middelaar, de ziel en, als stuurman, het Ik. Deze twee lijnen laten ook zien dat het in het oordeelsvormings-proces gaat om een (her)verbinding van geest en materie. Op de kenweg gaat het er uiteindelijk om, in plaats van de intellectuele dode begrippen, de geest, de levende ideeën achter de feiten weer waar te nemen. Op de keuzeweg gaat het erom de geest, de doelvoorstelling of het ideaal, in de materie tot uitdrukking te brengen, in de materie te voeren.

Figuur 2 Feiten-Middelenlijn en Begrippen-Doelenlijn

De Begrippen-Doelenlijn kun je ook zien als de lijn van Lucifer. De Feiten-Middelenlijn als die van Ahriman. In het proces van Dynamische Oordeelsvorming gaat het erom Lucifer en Ahriman op elkaar te betrekken, hen de juiste plaats toe te wijzen. Doemt hier niet het beeld op van de mensheidsrepresentant in het Goetheanum?

Gevoel centraal

Centraal in het model staat het gevoel. Steiner [1] zegt daarover: ‘Gevoel is zowel nog niet geheel uitgekristalliseerde kennis alsnog niet geheel gevormde wil: teruggehouden kennis en teruggehouden wil’. In de dialoog tussen inzicht op de kenweg en besluit op de keuzeweg komen deze teruggehouden kennis en teruggehouden wil tot ontplooiing.

Bewuste oordeelsvorming start met een vraag. Iedere vraag echter ontspringt aan een gevoel. De onzelfzuchtigheid van de vraag wordt bepaald door de onzelfzuchtigheid van het gevoel waaruit de vraag is ontstaan. Op de kenweg is dat onzelfzuchtige gevoel interesse, op de keuzeweg verantwoordelijkheid. Gevoel is de drijvende kracht achter het oordeelsvormingsproces.

Gevoelens manifesteren zich in het heden. Continu toetsje alles watje waarneemt aan je binnenwereld, je referentiekader. Hier manifesteert zich de belevende en oordelende ziel. Met name bij oordeelsvorming in groepen geeft het gevoel je niet alleen continu informatie over jouw verhouding tot de inhoud maar ook over het verloop van het proces; traag, eenzijdig, chaotisch, etc. Door hier wakker voor te zijn kun je het ritme in het proces vitaliseren. Bijvoorbeeld door bij eenzijdigheid op de kenweg over te schakelen naar de keuzeweg of bij lang stil staan bij de Doelen over te schakelen op mogelijke Middelen.

Aan het einde van het proces, als het startgevoel zich heeft ontplooid tot een (voorlopig) inzicht en een (voorlopig) besluit en daarmee de drijvende kracht is verbruikt, is er, zegt Lex Bos [2], een rechter-instantie in ons die zich uitspreekt over de kwaliteit van het resultaat; Klopt het? Kan ik/kunnen wij het verantwoorden? Is het gevonden antwoord op de vraag voor mij/ons (voorlopig) bevredigend?

Individuele oordeelsvorming

Introvisie is de meest basale individuele toepassing van Dynamische Oordeelsvorming. Het is een vorm van zelfreflectie [3]. Je past het toe op situaties die een negatief of positief gevoel bij je hebben opgeroepen. De werking ervaar je het sterkst bij een (heftig) negatief gevoel. Je doet introvisie door de in figuur 3 aangegeven vragen te beantwoorden. Hierdoor breng je de in het gevoel teruggehouden kennis en teruggehouden wil tot ontplooiing. De volgorde is niet belangrijk, als je uiteindelijk maar alle vragen hebt beantwoord.

Figuur 3 Introvisie vragen

Een van de effecten is frustratie reductie. Steiner zegt dat zo: ‘zelfs in de storm van de hartstochten en de emoties kan een zekere rust optreden als het zieleschip het eiland van het denken heeft bereikt’. [4] Ook brengt het je dichter bij waar het jou écht om gaat. Steiner [5] zegt ook dat achter ‘edele’ woede je idealen schuil gaan en dat getransformeerde woede liefde is. Geformuleerd vanuit het model Dynamische Oordeelsvorming kun je zeggen: Een ideaal (Doelenveld) is een idee (Begrippenveld) waaraan IK mij met hart en ziel (Gevoelsveld) heb verbonden om dat in de wereld te realiseren (Middelenveld). Zie de Begrippen-Doelenlijn in figuur 2.

Kortom, introvisie kan je dichter bij jezelf brengen en aanzetten tot het vanuit inzicht en uitzicht, van harte doen wat jij in de gegeven situatie noodzakelijk of zinvol acht.

Introvisie draagt bij aan: Licht in het waarnemen en denken, Warmte in het voelen en Kracht in het willen en handelen.

Oordeelsvorming in groepen

Bij oordeelsvorming in groepen treedt er, naast het inhoudelijke oordeelsvormingsproces ook een sociaal proces van groepsvorming in werking. De uitkomst van het oordeelsvormingsproces in een groep is daardoor afhankelijk van wat er in de gesprekspartners leeft en wat er tussen hen weeft. Wat er als gesprekspartner in je leeft kun je je bewuster maken met een vorm van Introvisie [6]. Wat er tussen de gesprekspartners weeft vraagt, naast het gemeenschappelijk bewust verzorgen van het inhoudelijke proces op de ken- en keuzeweg, om nog een derde bewust te verzorgen weg; de relatieweg. De waarheid en goedheid van een groepsoordeel is mede afhankelijk van de schoonheid, de zuiverheid van de onderlinge relaties. Op de relatieweg moeten een aantal anti-oordeelskrachten worden overwonnen: met name sympathie en antipathie, maar ook macht, groepsbelang en eigenbelang. De mate waarin dit lukt draagt bij aan ont-moeting op de relatieweg. Het onzelfzuchtige gevoel achter de vraag op de relatieweg is medeleven of empathie; de onzelfzuchtige vraag de Parcivalvraag, “Oom wat verwart U?”

Door het bewust verzorgen van de ken-, keuze- en relatieweg wordt het geheel meer dan de som der delen of ‘Waar twee of drie in Mijn naam bijeen zijn, ben Ik in hun midden’.

Groepsleden die zich in een oordeelsvormingsproces op de relatieweg thuis voelen, noemen we verbinders, zij die de nadruk leggen op de Begrippen-Doelenlijn (zie fig. 2) idealisten en zij die dat doen op de Feiten-Middelenlijn pragmatici.

Een individu komt tot een realistisch besluit door alle velden van het model evenwichtig op elkaar te betrekken. Een realistisch besluit is een besluit:

• genomen vanuit inzicht in de situatie,
• waarvan het doel besloten ligt in de situatie en
• de middelen aansluiten bij de situatie.

Om als groep tot een realistisch besluit te komen gaat het erom de eenzijdigheden van de verbinders, idealisten en pragmatici als noodzakelijke kwaliteiten bewust in het oordeelsvormingsproces op elkaar te betrekken.

Een weg naar innerlijke vrijheid

Individuele bewuste hantering van Dynamische Oordeelsvorming helpt je, in tegenstelling tot de gebruikelijke lineaire, zielloze (Ahrimanische) besluitvormingsmodellen, dichter bij je eigen wezenskern te komen. Een deelnemer aan een workshop zei: “Het is een wolf in schaapskleren! In essentie vijf onschuldige vragen, maar wat confronteren die je met jezelf!”

In zo’n confrontatie word je je bewust van je driften, begeerten, sympathieën, antipathieën, vooroordelen en onbewuste drijfveren. Ze staan op de kenweg ware en op de keuzeweg goede, morele oordelen in de weg. Door ze te louteren word je er vrijer van en dat maakt je vrijer tot objectievere oordelen en onzelfzuchtiger handelen. Dit vrij worden speelt zich af in de dialoog tussen kenweg en keuzeweg. Lex Bos [7]: ‘Steiner spreekt over de vrije mens als ‘der aus Erkenntnis Handelnde’ (de uit inzicht handelende). Dat is de kortste formulering van de situatie waarbij kenweg en keuzeweg elkaar volledig dialogisch doordrongen hebben’.
Bij bewuste oordeelsvorming voer je op de kenweg de wil in het denken en op de keuzeweg het denken in de wil.

Terug naar de menselijke maat

In een groep leidt bewuste hantering van Dynamische Oordeelsvorming op zich al tot kwalitatief betere oordelen. Als ook storingen op de relatieweg bewust aandacht krijgen en met behulp van Dynamische Oordeelsvorming worden besproken, dan gaan het sociale intermenselijke proces op de relatieweg en het inhoudelijke proces op de ken- en keuzeweg elkaar wederzijds versterken. Hieronder een voorbeeld hoe in een team met veel onderlinge spanning in deze zin gewerkt is; na gedegen voorbereiding en helderheid over doel en werkwijze én met zeer strakke begeleiding.

De manager van een inhoudelijk autonome afdeling kreeg opdracht drastisch te bezuinigen. In de teambesprekingen bleek al snel dat deze bezuiniging een aanslag zou zijn op de identiteit van de afdeling. Het overleg verliep steeds stroever. Er ontstonden twee kampen: idealisten en pragmatici. De polarisatie nam toe. Men verweet elkaar de afdeling te gronde te richten. De manager zou de strijd met de bestuurder moeten aangaan. Het overleg liep muurvast. De manager riep hulp in.

Tijdens een begeleide bijeenkomst bleken, door de gemeenschappelijke concentratie op het inhoudelijke proces, de gebruikelijke heftige emoties veel minder op te treden. Door de heftigste emoties, via een vorm van Introvisie in de groep het zielenschip van het eiland van het denken te laten bereiken, trad er enige rust op in de relaties en begon men elkaar weer als medemens te zien. Uiteindelijk kwam het team, tot eigen verbazing, tot een bevredigend realistisch besluit. Dit leidde direct na afloop bij een van de teamleden tot de spontane uitspraak: “Hoe kan dit nou? Dit is ons al maanden niet gelukt! Dit is magie!” ||

Noten

1 Antroposofische menskunde als basis voor de pedagogie.
GA 293         vertaald
Op deze blog: vele artikelen over dit pedagogisch basiswerk van Steiner.

2 Oordeelsvorming. Een weg naar innerlijke vrijheid, Uitgeverij Nearchus.

3 Andere praktische toepassingen voor individuen en groepen vind je in het Praktijkboek Dynamische Oordeelsvorming

4 GA 58
Vertaald: Metamorfose van de ziel. De functie van de woede.

5 Aforistische opstellen van Steiner “Over het vertrouwen dat men in het denken kan hebben”. (Of wat hier bedoeld wordt uit GA 36 komt, kan ik niet nagaan)

6 Zie noot 3.

7 Zie noot 2.

Om de vrijescholen dichter bij hun oorsprong te houden, ook wat het besturen betreft, zouden m.i. schoolleiders en (overkoepelende) schoolbesturen hiervan  niet alleen een grondige kennis moeten hebben, maar ook in staat zijn ermee in de praktijk te werken. (Zie noot 3)

.

Sociale driegeledingalle artikelen waaronder vrijeschool en vrijheid van onderwijs

.

3137-2950

.

.

.

.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.