.
Wanneer Steiner over handvaardigheid spreekt, gaat het enerzijds om de samenhang tussen het bewegen van de handen, de vingers en de ontwikkeling van het denken, anderzijds over ‘kunstzinnigheid’.
De ‘kunstzinnigheid’ komt in GA 294; 300A; 302; 303; 304; 307 aan de orde
De stoel die wordt gemaakt, zou zo kunstzinnig moeten zijn dat deze tot zitten uitnodigt.
In GA 302 komt zoiets ter sprake voor een kussen om op te slapen.
In GA 303 wordt dit thema weer opnieuw uitgewerkt:
Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens
Gezondmakend onderwijs
Dornach, 14e voordracht, 5 januari 1922
De esthetische opvoeding
Blz. 261 vert. 293-294
Und da, wenn man auf das wirkliche Leben, nicht auf Theorien hinsieht – wenn man sich eben vom Leben leiten läßt, nicht von den abstrakten Ideen -, wird man gerade, wenn man die Tendenz verfolgt, den Menschen praktisch zu machen, dazu geführt, in der Zeit vom Zahnwechsel bis zur Geschlechtsreife möglichst viel vom Schönen, vom wirklich künstlerischen Erfassen des Lebens an den Menschen heranzubringen. Je mehr man dem Menschen Verständnis beibringt für das Schöne, je mehr er sich durchdringt mit innerem Verständnis für das Schöne, desto besser wird er vorbereitet sein, im geschlechtsreifen Alter an das wirklich Praktische heranzutreten, ohne daß ihm für das ganze weitere Leben Schaden zugefügt wird. Man kann erst dann im Grunde genommen ungefährdet an das Verständnis eines Tramwaywagens, an das Verständnis einer Lokomotive herantreten, wenn man im richtigen Lebensalter sich das ästhetische Verständnis für ein Gemälde oder eine Plastik angeeignet hat.
En dan — wanneer we ons laten leiden door het leven en niet door abstracte theorieën – worden we juist als we de neiging volgen de mens praktisch te maken, ertoe gebracht in de tijd van tandenwisseling tot aan geslachtsrijpheid de mens zoveel mogelijk in contact te brengen met het schone, hem echt kunstzinnig begrip van het leven bij te brengen. Hoe meer we de mens begrip bij brengen voor het schone, hoe meer hij zich doordringt met innerlijk begrip voor het schone, des te beter zal hij wanneer hij geslachtsrijp is, voorbereid zijn om het leven werkelijk praktisch te benaderen zonder dat hem voor het hele verdere leven schade wordt berokkend. Je kunt je eigenlijk pas zonder gevaar een begrip vormen van een tram of een locomotief als je je op de juiste leeftijd het esthetische begrip voor een schilderij of een beeldhouwwerk hebt eigen gemaakt.
Das ist es,worauf vor allen Dingen gesehen werden muß. Aber es muß Schönheit als in das Leben hineingehörig betrachtet werden. Es muß überall ein Sinn dafür entwickelt werden, daß die Schönheit nichts für sich Abgeschlossenes, sondern etwas in das Leben Hineingestelltes ist. Und in dieser Beziehung muß unsere heutige Zivilisation gerade für Unterrichts- und Erziehungszwecke manches lernen.
Sie werden an einzelnen Beispielen, die ich möglichst auf das Einfachste reduzieren will, sehen, wie es eigentlich gemeint ist, das Kind in den lebensvollen, lebensgetränkten Schönheitssinn hineinzuführen. Sehen Sie, man kann zu irgendeinem häuslichen, manchmal auch einem schulmäßigen Handarbeitsunterricht hingeführt werden; da sitzen die Mädchen und haben irgendwelche Bänder und sticken auf diese Bänder allerlei Muster drauf, wie man sagt. Sagen wir also, da sticken die Mädchen etwas auf ein Bändchen, etwa dieses (Zeichnung 2) – ich mache es möglichst einfach, nur zur Verdeutlichung. Wenn man dann frägt:
Daar moet vooral op gelet worden. Maar schoonheid moet als onderdeel van het leven beschouwd worden. Overal moet een zin ontwikkeld worden voor het feit dat de schoonheid niet iets is wat op zichzelf staat, maar onderdeel van het leven moet uitmaken. En in dit verband moet onze huidige beschaving juist op het gebied van opvoeding en onderwijs nog veel leren.
U zult aan enkele voorbeelden, die ik zo eenvoudig mogelijk wil houden, zien wat er bedoeld wordt met het kind in de levenskrachtige, van leven doordrenkte schoonheidszin binnen te leiden. Ziet u, je kunt een of andere huiselijke, soms ook een schoolse handwerkles bezoeken; daar zitten de meisjes en hebben een bepaald soort banden en op deze banden borduren zij allerlei patronen, zoals men dat noemt. Laten we zeggen, de meisjes borduren op een band zoiets als dit [tekening 2] — ik doe het zo eenvoudig mogelijk, alleen ter verduidelijking. Als je dan vraagt:
Deel van de originele bordtekening
Blz. 262 vert. 294
Wozu ist das? – dann kann man die Antwort bekommen: Das näht man da um den Halsausschnitt herum, um den Gürtel, und auch unten an die Säume des Kleides an. – Das ist zum Davonlaufen, wenn einem so etwas gesagt wird, denn das zeigt ein völliges Unverständnis für die Wirklichkeit des Lebens im Zusammenhange mit dem Schönheitssinn. Wenn man ein ganz lebendiges Empfinden hat für das, was lebenswirklich ist, und es wird einem ein junges Mädchen oder eine Dame vorgeführt, die solch ein Muster oben, in der Mitte und unten angenäht hat, dann hat man ungefähr dasselbe Gefühl, als wenn sie von oben nach unten zusammengedrückt wäre! Man muß dann die Sache dadurch verbessern, daß man klarmacht, es müssen drei Verteilungen solcher Dinge gestickt werden. Es muß ein Band oben anders gestickt werden, und ein unteres Band wiederum anders.
‘Waar dient dat voor?’, dan kan het antwoord zijn: ‘Dat naaien we bij de jurk rondom de hals uitsnede, op de hoogte van de taille en onder aan de zoom.’ — Het is niet te harden als je zoiets hoort, want het laat zien dat men geen enkel benul heeft van de werkelijkheid van het leven in samenhang met de schoonheidszin. Als men een heel levendig gevoel heeft voor wat levensecht is en men ontmoet een jong meisje of een dame die zo’n patroon boven, in het midden en onder heeft opgebracht, dan heeft men ongeveer hetzelfde gevoel als wanneer zij van boven naar beneden samengedrukt was! Men moet dan de zaak verbeteren door duidelijk te maken dat zulke dingen in drieën ingedeeld geborduurd moeten worden. De band boven moet anders geborduurd worden dan de band onder.
Auf dieses Band (das obere) muß vielleicht dieses Muster gestickt werden (Zeichnung 1), wie gesagt, nur skizziert, und auf dieses Band (das untere), muß dieses Muster gestickt werden (Zeichnung 3). Dann kann diese werteste Persönlichkeit dieses (Zeichnung 1) oben am Hals annähen, denn das besagt, daß drüber der Hals ist, der Kopf. Das (Zeichnung 2) kann dann an den Gürtel genäht werden und das (Zeichnung 3) unten an den Kleidersaum; denn das besagt, daß dies Unten und dies Oben ist. Denn der Mensch hat ein Unten und Oben, und das muß hervortreten, wenn man das künstlerisch Empfundene an das
Op deze band [de bovenste] moet misschien dit patroon geborduurd worden [tekening 1],

zoals gezegd alleen schetsmatig weergegeven en op deze band [de onderste], moet dit patroon geborduurd worden [tekening 3].

Dan kan deze alleraardigste persoonlijkheid dit [tekening 1] boven bij de hals aannaaien, want dat geeft aan dat boven de hals het hoofd zit. Dit [tekening 2]

kan dan op de hoogte van de taille genaaid worden en dit [tekening 3] onder aan de zoom van de jurk. Want dat duidt aan dat dit onder is en dat boven. De mens heeft tenslotte een bovenkant en een onderkant en
Blz. 263 vert.
Lebendige heranbringen will. Ich habe zum Beispiel einmal die Entdeckung gemacht, daß Kopfkissen mit solchen Dingen versehen worden sind (Zeichnung 4), oder so ungefähr. Ja, da kann man sich doch nicht darauflegen mit seinem Kopfe, denn das in der Mitte sticht einen doch! Da kann man doch nicht liegen darauf! Das drückt doch unmöglich dasjenige aus, was wirklich mit dem Ding geschehen soll.
dat moet duidelijk gezien worden wanneer men het kunstzinnig gevoelde in het levende wil brengen. Ik heb bijvoorbeeld eens ontdekt dat hoofdkussens van dergelijke dingen voorzien zijn [tekening 4], of zo ongeveer. Ja daar kun je met je hoofd toch niet op gaan liggen, want dat daar in het midden prikt je toch! Daar kun je toch niet op liggen! Dat drukt toch onmogelijk uit waar zo’n ding echt voor gebruikt moet worden.

Man hat das natürlich so zu machen (Zeichnung 5); und jetzt, jetzt kann man sich auch nur da drauflegen, daß man mit dem Gesicht nach rechts liegt, und man muß eigentlich bei jedem solcher Kissen auf der anderen Seite liegen, und dasselbe muß man auf der linken Seite haben, wenn man es wirklich künstlerisch ausgestalten will (Zeichnungen 5 und 6).
Blz. 263 vert. 295/296
Dat moet je natuurlijk zo doen [tekening 5]. En nu, nu kun je daar ook alleen op gaan liggen als je met je gezicht naar rechts ligt, en je moet eigenlijk bij ieder kussen zoals dit op je andere zij liggen, en hetzelfde moet je aan de linkerkant hebben wanneer je het echt kunstzinnig vorm wil geven [tekeningen 5 en 6].
Tek. 5 boven, 6 onder
Nun, in Wirklichkeit macht man das nicht. Die Kunst enthält aber auch den Schein. Und so muß man eine Empfindung dafür haben, daß eigentlich ein Kopfkissen so gemacht sein müsse, daß es wirklich an die Lage des Menschen nach rechts und links angepaßt ist, daß die Fiktion vorausgesetzt ist, man hat das Kissen umgedreht.
Diese Dinge, die führen eben hinein, ich möchte sagen, in die Wirklichkeit der künstlerischen Scheinwelt. Und nur, wenn man in diese Wirklichkeit entsprechend hineingeführt wird, dann wird in einem der Sinn auch ausgebildet, der, ich möchte sagen, der Gegensinn ist für das bloß Praktische, das dann wirklich in der richtigen Weise erlebt wird, wenn man innerlich in den Schönheitssinn, aber in den lebensvollen Schönheitssinn hineingestellt ist.
Welnu, in werkelijkheid doet men dat niet. Maar de kunst houdt ook de schijn in. En zo moeten we er een gevoel voor krijgen dat een hoofdkussen eigenlijk zo gemaakt moet zijn dat het echt aan de houding van de mens naar rechts en links is aangepast, dat het lijkt alsof men het kussen heeft omgedraaid.
Deze dingen voeren ons binnen, laat ik zeggen, in de werkelijkheid van de kunstzinnige schijnwereld. En alleen als je in deze werkelijkheid goed ingevoerd wordt, dan wordt ook de zin in je ontwikkeld die, laat ik zeggen, de tegenovergestelde zin voor het louter praktische is, die dan echt op de juiste wijze ervaren wordt als je innerlijk de schoonheidszin hebt aangeleerd, maar dan wel de levenskrachtige schoonheidszin.
Blz. 264 vert. 296
Jetzt ist es ja besonders beliebt, Pompadours mit allerlei solchen Ausnähungen zu versehen. Bei einer ganzen Anzahl von solchen Pompadours muß ich fragen: Ja, wo ist denn da oben und unten? – Man muß doch das äußerlich dem, was da als Verzierung dran ist, ansehen, wo etwas hineingesteckt wird, wo unten oder oben ist. Das ist gewöhnlich gar nicht irgendwie berücksichtigt, wie wir es bei unseren Büchern sehr selten so machen, daß man dem Buch ansieht, wo es aufgeschnitten wird. Da wird irgendein Motiv draufgemacht, das eigentlich gebietet, das Buch zuzulassen, es nicht aufzumachen.
Ich will durch diese Beispiele eben, wie gesagt, nur andeuten, wie dasjenige, was Schönheitssinn ist, sich in das Leben wirklich hineinstellen, wie das lebensvoll erfaßt werden muß. Denn nur dann, wenn wir in dieser Weise lebensvoll die Schönheit ausgebildet haben, können wir auch weiter so erzogen werden, daß wir uns in der heute geforderten Weise ins praktische Leben hineinzustellen verstehen.
In deze tijd is het bijzonder populair bepaalde handtassen van allerlei dergelijke borduursels te voorzien. Bij een groot aantal van dergelijke handtassen vraag ik mij wel af waar nu de bovenkant zit en waar de onderkant. We moeten toch bij dingen waar we iets instoppen aan de uiterlijke versiering kunnen zien waar onder en waar boven is. Daar is gewoonlijk helemaal geen rekening mee gehouden, zoals wij ook bij onze boeken zelden aan het boek kunnen zien waar het wordt opengesneden. Daar wordt een of ander motief op gezet dat eigenlijk dwingt het boek dicht te laten, het niet open te slaan.
Zoals gezegd, ik wil met deze voorbeelden juist aanduiden hoe echte schoonheidszin echt in het leven moet worden geplaatst, hoe die levenskrachtig opgepakt moet worden. Want alleen als we op deze manier levenskrachtig de schoonheid hebben ontwikkeld, kunnen we ook daarna zo opgevoed worden dat we ons op de tegenwoordig verlangde manier in het praktische leven kunnen opstellen.
GA 303/261-264
Vertaald/293-296
In dezelfde voordracht gaat Steiner hiermee nog verder, nu over het vormgevoel bij het vormtekenen.
Dat staat hier.
In deze GA 303, voordracht 8 en 12 gaat het ook over ‘handen en intelligentie’.
.
Rudolf Steiner over handvaardigheid
Handvaardigheid: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: [5] Intelligentie (hand en intelligentie)
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3134-2947
.
.
.
.
Pingback: Het is weer niet goed – De grote Rudolf Steiner Citatensite