.
HOE DE DRIEKONINGEN HUN NAAM KREGEN
Net als met het bepalen van het aantal driekoningen, heeft het geven van een naam veel gesteggel opgeleverd. In de loop der tijden hebben ze onder anderen Magala, Galgalat en Sarachim geheten en Apellinus, Amerus en Damasus. De namen waaronder ze nu optreden aan het slot van het kerstverhaal zijn voor het eerst genoemd eind vijfde eeuw.
De evangelist Mattheüs is de enige die ooit in sobere bewoordingen over het illustere gezelschap heeft geschreven. Maar hij heeft het nooit over koningen gehad, laat staan over een aantal, over kamelen, over grote aantallen helpers en noem maar op.
‘In die dagen’, staat in het Nieuwe Testament, ‘kwamen er wijzen uit het oosten.’ Ondanks deze vaagheid wist de Engelse heilige Beda in de zevende eeuw als eerste enkele biografische gegevens op te lepelen. Aan de hand daarvan kan worden gecontroleerd of de Driekoningen in het thuisstalleke wel goed van kleur zijn.
‘De eerste moet Melchior zijn geweest’, aldus de benedictijn Beda. ‘Een oude man met grijs haar, lange baard en hoofdharen. Met purperrode tunica, korte groene mantel. De tweede was Caspar, een baardeloze jongeling met roodachtig haar, groene tunica, rode korte mantel en purperrode schoenen. De derde met donkere tint en haren en volle baard, Balthasar geheten, had een rode tunica, witte korte mantel en groene schoenen.’
Een legende uit de twaalfde eeuw gaf ze een leeftijd: Caspar 20, Balthasar 40 en Melchior 60. Vanaf het einde van de dertiende eeuw werd een vast schema gehanteerd voor de opstelling: grijsaard Melchior voorop, Balthasar als deugd in het midden en daarachter benjamin Caspar.
(Paul Sapens, nadere gegevens onbekend)
Beda laat Melchior goud geven, Balthasar mirre en Caspar wierook.
In het Oberuferer Driekoningenspel geeft Balthasar wierook, en Caspar mirre. De kleuren van de koningen zijn daarin: Melchior: rood; Balthasar: blauw; Caspar: groen.
.
Driekoningen: alle artikelen
Jaarfeesten: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: Driekoningen
.
425-397
.