.
In het leerplan van de vrijeschool vind je op een unieke manier gerangschikt over de verschillende leerjaren heen een grote schat aan (wereld)verhalen.
Het ‘waarom’ van deze verhalen en het ‘waarom’ van vertellen is op deze blog al in veel artikelen aan de orde gekomen [1]
Het lijkt mij niet overdreven te zeggen dat er op de vrijeschool een verhalencultuur bestaat door cultuurverhalen.
In dat opzicht is een blik op de huidige Afrikaanse verhalencultuur interessant, met name voor klas 7 waarin culturele aspecten van de volkeren aan bod komen.
De Afrikaanse verhaalcultuur is springlevend, de opkomst van moderne communicatiemiddelen verandert daar niets aan. Verhalen bewezen hun kracht opnieuw tijdens de ebolacrisis.
llona Eveleens, Trouw 12-05-2015
Toen God de aarde schiep, stopte hij krokodillen en nijlpaarden samen in de wateren van de wereld. De vraatzuchtige krokodil maakte zich zorgen over het eten. “Jij bent vet en hebt altijd honger. Jij bent in staat alle vissen op te eten. Een van ons moet ergens anders gaan leven”, zei de krokodil tegen het nijlpaard. Het nijlpaard gaapte eens grondig en schudde de kop. “Ik moet overdag onder water blijven anders verbrandt mijn gevoelige huid in de zon. Ik word wel vegetariër en ga ’s nachts de wal op om gras te vreten.” Het dier zakte iets dieper in het water zodat alleen de neusgaten en ogen nog te zien waren. “En ik moet je vertrouwen”, sneerde de krokodil. Het nijlpaard dacht even na. “Je kan toch in mijn poep zien of er visgraten inzitten?” De krokodil haalde zijn neus op: “Dus ik moet ’n beetje in jouw poep roeren om te zien of er graten inzitten. Je bent gek!” Het nijlpaard dook onder water en kwam een paar meter verder weer boven. “Ik heb een idee. Telkens als ik poep, laat ik mijn staart heel snel als een propeller ronddraaien zodat alles wordt verspreid. Dan hoef je er alleen maar naar te kijken om te controleren of ik je bedrogen heb.” En zo gebeurde het en sindsdien poept het nijlpaard op die manier.”
Het verhaal van timmerman David Muriga wordt door zijn collega’s met geklap en gelach beloond. Het is lunchpauze en het personeel van een klein bedrijf even buiten Nairobi heeft de maïsmeelpap met spinaziesaus weggewerkt. De tijd voor het uitbuiken wordt vaak gebruikt om elkaar verhalen te vertellen. Dat gaat
gepaard met gebaren, grimassen en gefloten deuntjes. De toehoorders reageren met opmerkingen en vragen. Als het twee uur is, gaat iedereen naar de werkplek, vaak met een glimlach op het gezicht.
Wat zouden Afrikaanse culturen zijn zonder verhalen? In verhalen wordt de geschiedenis van het continent doorgegeven. Als officieel onderwijs ontbreekt, bevatten ze wijze levenslessen. In verhalen kunnen trauma’s of andere psychische problemen worden geuit. Daders gebruiken ze om zich te verantwoorden voor traditionele rechtbanken. En natuurlijk zijn er ook verhalen ter vermaak.
Bevredigend avontuur
“Verhalen vormen ons bestaan. Wij zijn de verhalen en beheersen bij uitstek de kunst van het vertellen”, mijmert Aghan Odero achter een groot bureau in zijn werkkamer. Buiten klinkt enorme herrie. Het nationale theater waarvan hij directeur is, wordt gerenoveerd. Hij is blij met zijn baan, maar zijn eerste en grootste liefde is de kunst van het verhalen vertellen. “Ik heb dat lang als mijn beroep kunnen doen. Elke dag was een bevredigend avontuur.”
Lange tijd werd ervan uitgegaan dat Afrika geen geschiedenis had omdat slechts in een paar delen van het continent geschreven teksten bestonden. In het Malinese Timboektoe zijn vele duizenden perkamenten geschriften in het Arabisch bewaard uit de dertiende eeuw.
Ook bestaan er overleveringen in het Geez, de taal die wordt gesproken in Ethiopië, waarvan de eerste bewijzen dateren uit 800 voor Christus. Westerse geschiedschrijvers gingen volkomen voorbij aan de orale geschiedenis. De verhalen over koninkrijken, krijgsheren, veroveringen en uitvindingen gingen over van ouder naar kind, generaties lang.
“Juist omdat er lange tijd nauwelijks geschreven teksten waren in grote delen van Afrika was de orale overlevering heel secuur. Hier en daar zal er iets bij zijn verzonnen of weggelaten”, merkt Odero op. “Maar is de schriftelijke geschiedenis ook niet opgetekend door een waarnemer die eveneens door een gekleurde bril keek?”
De liefde voor orale overlevering is Odero bijgebracht door zijn grootmoeder die hem merendeels opvoedde. Zij stond in het dorp bekend als de beste verhalenvertelster in de wijde omtrek. “Het was in de avonduren en op zon- en feestdagen altijd druk bij haar huis. Iedereen kwam om verhalen te horen. Soms waren het overleveringen uit de lokale geschiedenis, soms was het een maatschappelijke boodschap en soms puur vermaak.”
Voor Odero bestaan verhalen uit veertig procent woorden en zestig procent aanwezigheid. Hij herinnert zich hoe de verhalen van zijn grootmoeder nooit alleen bestonden uit woorden. Er werden dansjes gedaan, liedjes gezongen, grimassen getrokken, weidse gebaren gemaakt en veel verschillende stemmen geproduceerd. “Haar hele lichaam vertelde een verhaal.”
Tijdens zijn studie bedrijfskunde was Odero actief als acteur en specialiseerde hij zich in verhalen vertellen. Hij trad niet alleen op maar onderwees ook leerkrachten in de kunst van het vertellen. “Er is toch niets leukers dan naar goed vertelde verhalen te luisteren op school? Leerlingen steken er spelenderwijs iets van op en het stimuleert hun eigen creativiteit.”
Ebolapreventie
Het beste voorbeeld van hoe belangrijk verhalen zijn in de Afrikaanse context is volgens Odero de recente [2015] ebola-epidemie in West-Afrika. Het lukte de overheden van de drie zwaarst getroffen landen niet om burgers te overtuigen weg te blijven van begrafenissen, en vooral niet de lichamen te wassen en aan te raken. Niemand leek te luisteren.
Tot het moment dat de waarschuwingen in verhalen werden verpakt en vertellers de boer opgingen om op die manier de boodschap te verspreiden. De verhalen werden ook via de radio uitgezonden, samen met liedjes gecomponeerd door bekende artiesten. “Toen kwam de boodschap wél aan. Je kunt niet iemand uit de stad naar het platteland sturen om daar te vertellen dat een eeuwenoude traditie per direct in de prullenbak hoort. Je moet zo’n boodschap verpakken in iets wat de bevolking eigen is.”
Vroeger vertelden vooral ouderen verhalen. Zij hadden lang geleefd, veel meegemaakt en hen werd grote wijsheid toegedicht. Tegenwoordig gebruiken steeds meer jongeren vertelkunst om hun boodschap met de wereld te delen. Zij uiten hun ervaringen, toekomstideeën en frustraties met moderne middelen. “In de veelal conservatieve samenlevingen hebben ouderen het voor het zeggen en moeten jongeren hun mond houden. Maar als je het via een verhaal doet, wordt het geaccepteerd omdat het kunst is”, meent Odero.
Het is de vraag of computers, iPads en mobiele telefoons de traditie van verhalen vertellen niet ondermijnen. Odero gelooft van niet. Bloggers zijn volgens hem ook verhalenvertellers, op Facebook worden met foto’s verhalen gedeeld. “In theaters worden verhalen verteld met foto’s of bewegende beelden op de achtergrond. Hoe een verhaal ook wordt gebracht, het gaat erom dat wat je wilt overbrengen ook aankomt. Maakt niet uit welke hulpmiddelen gebruikt worden. Het gaat om interactief communiceren.”
Straatkinderen
De Undugu-vereniging in Kenia lijkt het helemaal eens met die zienswijze. De organisatie laat straatkinderen verhalen vertellen om hun lot onder de aandacht te brengen. Undugu, ooit opgezet door een Nederlandse priester, gebruikt digitale middelen om jongeren hun ervaringen te laten delen. “We hebben een paar iPads want die zijn kindvriendelijk. Daarmee kunnen ze hun verhaal vertellen in woord, beeld en geluid”, vertelt Garnet Maina van Undugu. “Het is een manier om de omgeving van de kinderen, ouders of hulpverleners, te tonen wat de kinderen bezighoudt. Zo kunnen de kinderen communiceren met anderen.”
Op de Undugu-school in de sloppenwijk Maathare Valley bij Nairobi zit Brenda Jeska (17) in de verhalengroep. Samen met Engels is het haar favoriete les. “Ik houd niet alleen van schrijven maar ook van tekenen en foto’s nemen. Eigenlijk alle artistieke dingen vind ik leuk”, vertelt ze. De inhoud van haar verhaal is vooralsnog geheim. Ze liep van huis weg omdat haar moeder het schoolgeld niet kon opbrengen voor een staatsschool. De Undugu-school waar ze nu op zit, is gratis. “Ik wil zo graag wat bereiken in mijn leven en heb onderwijs nodig. Ik kan wel zeggen dat het verhaal gaat over mezelf en mijn familie. Ik denk dat mijn familie er iets van kan opsteken.” Haar klasgenoot Samson Muturi (16) deelt enthousiast de inhoud van zijn verhaal. Het gaat over geld stelen. “Ik heb dat zelf een keer gedaan en dat is niet goed. Met mijn verhaal probeer ik uit te leggen waarom ik het deed en waarom het niet goed is.”
Hij vindt verhalen vertellen net zo leuk als ernaar luisteren. “Mijn vader vertelt ook verhalen. Eentje ging over hoe belangrijk het is om tijdens de rekenles goed op te letten. Mijn vader legde uit dat het me kan helpen als ik op een dag rijk ben en mijn geld moet tellen.” Brenda knikt en voegt er aan toe: “Je kunt iets leren van verhalen maar ik kan er ook bij wegdromen. Dan maak ik de wereld mooi. Zoals ik het wil en daar word ik heel blij van.”
Maasai
Timmerman David Muriga snapt wat de tiener bedoelt. Hij vertelt zijn collega’s graag verhalen omdat het hem blij maakt. Hij, een weduwnaar met zes kinderen, kan even zijn eigen zorgen vergeten. “Mijn vrouw was Maasai, een ander volk dan waar ik toe behoor. Ze maakte mijn leven rijker, vooral ook door verhalen te vertellen van haar volk.”
“Toen God Maasinta, de eerste Maasai, op aarde zette, had hij geen vee. Na een tijdje riep God Maasinta en gaf hem de opdracht een flink stuk land te omheinen. Toen die klus geklaard was, zei God: “Morgenvroeg wil ik dat je tegen de buitenmuur van jouw huis gaat staan en je heel goed vasthoudt. Ik ga je iets geven dat vee heet. Hou je heel stil.” Heel vroeg in de ochtend ging Maasinta bij zijn buitenmuur staan en hield zich vast aan een hoek. Kort daarop klonk een donderend geraas en zag hij hoe God langs een touw vee uit de hemel naar de aarde liet gaan, rechtstreeks in het omheinde stuk land. Maasinta hield zijn adem in. Dorobo, de huisgenoot Van Maasinta, kwam op het geluid af en zodra hij buiten kwam en het spektakel zag, schreeuwde hij: ‘Ayieyieyie!’ God maakte direct een einde aan de stroom vee. Hij zei tegen Maasinta, denkend dat hij degene was die had gegild: ‘Jouw schreeuw betekent blijkbaar dat je genoeg vee hebt. Dit was eenmalig, je krijgt niets meer. Van nu af aan ga je een nomadenbestaan leiden en van dit vee houden op dezelfde manier waarop ik van jou houd.’ Dat verklaart waarom de Maasai heel veel van hun vee houden, meestal meer dan van hun eigen vrouwen.”
.
[1] Vertellen: alle artikelen
.
1832-1718
.
.