VRIJE SCHOOL – Biografieën – Chagall (4)

.

Eenmaal terug in Parijs heeft Chagall veel succes. Zijn schilderijen worden opgenomen in de collecties van de beroemdste kunstverzamelaars. Gedurende de dertig jaren valt een schaduw over het leven van de familie Chagall. Het gedreun van de laarzen van Hitlers legers klinkt in Europa en ze zijn genoodzaakt via Spanje naar Amerika te vluchten…

De moeilijkheden die hij ondervindt, doen Chagall besluiten terug te keren naar Parijs. Als hij er aankomt, in 1922, vindt hij zijn atelier in de „Ruche” geplunderd. Deze bittere teleurstelling wordt echter goedgemaakt door ’t feit dat bij een kleine groep vrienden, critici en kunsthandelaren zijn werk waardering heeft gevonden. Met een gerust hart kan hij dan ook zijn vrouw Bella en zijn dochter Ida uit Moskou naar Parijs laten overkomen.

De gestolen doeken die door zijn minder scrupuleuze kunstbroeders zijn verkocht, worden teruggevonden in de beroemdste collecties. De bekende criticus Gustave Coquiot, die zich bijzonder interesseerde voor het werk van moderne schilders, had één kamer van zijn huis volgehangen met Chagalls. Vollard, een handelaar die rijk was geworden aan het werk van Cézanne, Van Gogh en Renoir, en het maar moeilijk kon verkroppen dat Modigliani en Utrillo zijn neus voorbij waren gegaan, had deze schilderijen gezien en wilde onmiddellijk met de schilder kennis maken. Chagall was altijd bang geweest voor Vollard. Als hij voor het begin van de Eerste Wereldoorlog langs de beroemde kunsthandel in de Rue Laffitte liep, die volhing met het werk van Cézanne en van Van Gogh, durfde hij er niet naar binnen te gaan. Voor de sombere man, die in het midden van zijn winkel in een stoel zat te dommelen of strak voor zich uitstaarde, ging hij op de vlucht. Hij wist niet, dat Vollard, die een vriendelijk man was, aan een soort slaapziekte leed, waardoor hij overdag vooral na de maaltijden urenlang half verdoofd was. Van hun eerste ontmoeting af had Vollard het erover gehad dat hij Chagall de illustraties wilde laten maken voor de luxe uitgave van een klassiek werk; hij had zich namelijk voorgenomen een uitgeverij te beginnen. Ze kozen „Dode Zielen” van Gogol. Hierna zou de schilder „De Fabels van La Fontaine” en de bijbel illustreren. Behalve „Dode Zielen” werd geen van deze werken tijdens het leven van Vollard uitgegeven. De kopergravures die Chagall voor hem had gemaakt werden pas na zijn dood, dik onder het stof, in de kelder van zijn huis teruggevonden.

„Vollard,” vertelt Chagall, „was bezeten door een, wat sadistische, verzamelwoede. Hij kon er niet tegen als je niet voor hém werkte, maar als je eenmaal voor hem werkte, borg hij alles wat je gemaakt had zorgvuldig op in z’n kelder. De koperplaten die ik stuk voor stuk bij hem bracht, bekéék hij zelfs niet, maar hij stopte ze onmiddellijk achter slot en grendel.

Hij sprak nooit over prijzen met me, maar betaalde gewoon wat ik vroeg. Hij heeft me 500 franks voor elk van de 96 gravures der „Dode Zielen” betaald. Later, voor de Fabels, betaalde hij zonder meer 10.000 franks per stuk. Inmiddels wist ik de prijs die men voor een dergelijk stuk betaalde.”

De vrienden van Chagall

Net zoals de „Ruche” bij Chagalls terugkomst onherkenbaar gebleken was, zo was Montparnasse volkomen veranderd. Het quartier was bezig een metamorfose te ondergaan. De kleine kruidenierszaken en groentewinkeltjes die er voor 1914 nog floreerden waren verdwenen, de intieme buurtkroegjes vervangen door grote, elektrisch verlichte cafés, behangen met spiegels en klatergoud; de eerste nachtclubs openden hun roodpluche gordijnen. Een bontgekleurde menigte, meer ontkleed dan gekleed, slenterde dag en nacht over de tot voor kort zo rustige Boulevard du Montparnasse. Bij de Dôme en de Rotonde wemelde het van de onbekende gezichten, voor het merendeel vluchtelingen uit Rusland en Midden-Europa, die tot diep in de nacht zaten te praten in een verstikkende atmosfeer van alcohol en tabakswalm.

Er heerste een grote geestelijke verwarring. Het kubisme was op een dood punt gekomen; Picasso, de geestelijke vader van het kubisme, had zijn eigen geesteskind de doodsteek toegebracht door met zijn portretten van struise vrouwen, „De Matrones”, terug te keren naar de traditionele figuratieve kunst. Het dadaïsme bezweek onder het gewicht van zijn eigen kolderieke uitingen. En te midden van kreten van afkeer en verheerlijking werd het surrealisme geboren.

Apollinaire en Modigliani waren dood en Chagall kon de vrienden die hem nog restten op de vingers van één hand tellen: Zadkine, Lipchitz, Delaunay en Pougny, die net als hij van de andere kant van het ijzeren gordijn kwam, Supervielle, Paulhan en bovenal de trouwe Cendrars die in de oorlog een arm verloren had. De schrijver en politicus Barrès, sterk onder de indruk van Cendrars heldhaftig gedrag, schonk hem een kunstarm. Maar de dichter geneerde zich voor deze prothese en wist zich ervan te ontdoen, door hem achter te later aan het buffet van het station Saint Lazare.

Chagall, die door de opdrachten van Vollard met één klap uit de zorgen was, ging hard aan het werk. Nu hij het zich financieel kon veroorloven, besloot hij een reis door Frankrijk te gaan maken. Hij hoopte op het hem onbekende Franse platteland nieuwe indrukken op te doen.

Op zijn eerste ontdekkingstocht belandde hij in Bretagne. Daar schilderde hij een van zijn belangrijkste werken: „Fenêtre à l’ile de Bréhat”.

Het daaropvolgende jaar bracht hij een bezoek aan Maillol in Banyuls. Het waren gelukkige en vruchtbare jaren, vol van nieuwe indrukken en ervaringen. Omdat hij de techniek van de schilderkunst nu volkomen beheerste, kon hij in zijn werk tot een ongebonden vrijheid van expressie komen. Van de invloed die het kubisme op hem had gehad, was geen spoor meer te bekennen. Gestimuleerd door zijn grote liefde voor Bella werden zijn schilderijen elke dag blijmoediger en kleurrijker.

Jonge gelieven, waarin men duidelijk de trekken van Bella en Chagall kan herkennen, omarmen elkander, zwevend door de lucht rond een met bloemen versierde Eiffeltoren. Al zijn werk uit die tijd getuigt van een grote tederheid en intense levensvreugde: Chagall had zichzelf eindelijk gevonden.

De vlucht naar Amerika
Gedurende de jaren dertig viel er een schaduw over de uitbundige creatieve sfeer die deze periode aanvankelijk kenmerkte: het gedreun van de laarzen van Hitlers leger werd steeds luider en Chagall begreep dat er dramatische ontwikkelingen op komst waren. In Duitsland werden zijn doeken als „Bolschewismus-kultur” bestempeld. Zij werden uit de musea verwijderd en vernietigd. Door de Spaanse burgeroorlog had zijn werk een dramatisch karakter gekregen, een sfeer die tot 1947 in zijn schilderijen terug te vinden zou zijn.

Picasso, met wie hij gedurende deze periode veel contact had, was op dezelfde manier bewogen door de verschrikkingen van de oorlog.

De twee mannen die elkaar sinds 1923 niet meer hadden ontmoet, konden voor het eerst van hun leven met elkaar opschieten. Terwijl de Spanjaard met zijn „Guernica”, een Baskisch dorp dat door Duitse bommen verwoest werd, schilderde, uit Chagall zijn beklemmende angst in „De Val van de Engel”. De zo gevreesde wereldoorlog kwam onvermijdelijk. In juni 1939 vluchtten Chagall, Bella, Ida en haar man naar Blois. Chagall zag er het nut niet van in om ver weg te gaan. Hoe vaak had hij al niet moeten vluchten, honger geleden en terreur meegemaakt. Hij was het zo beu, dat hij het aanbod van de Amerikaanse ambassade om, zoals men ook voorstelde aan Matisse, Roualt en Dufy, naar de Verenigde Staten te emigreren afsloeg. Maar het zogenaamde vrije Frankrijk raakte steeds vaster bekneld in de ijzeren vuist van nazi-Duitsland en gedurende een bezoek aan Marseille werd hij tijdens een razzia opgepakt. Men zocht buitenlandse joden. Gelukkig wist de Amerikaanse consul hem na enkele uren te bevrijden. Chagall was er echter eindelijk van overtuigd dat hij met zijn familie in groot gevaar verkeerde en hij besloot het aanbod van de Amerikanen te accepteren, op voorwaarde dat hij met zijn hele gezin en al zijn schilderijen kon vertrekken. Dank zij de tussenkomst van Louis Haute-coeur, staatssecretaris van beeldende kunsten van de Vichy-regering, wist hij met zijn gezin naar Spanje te ontkomen. In kisten gepakt verlieten 500 schilderijen het Frankrijk dat Chagall zoveel jaren gastvrijheid verschaft had, en toen de Duitsers er uiteindelijk achter kwamen dat de schilder vertrokken was, visten zij achter het net; Chagall zat inmiddels, op weg naar Amerika, in Madrid!

De Duitse ambassade verzocht onmiddellijk de Spaanse autoriteiten de schilderijen in beslag te nemen. De arbeid van twintig jaar intensief werken stond op het spel! Chagall en Bella reisden door naar Portugal, terwijl Ida in Spanje achterbleef om het gevecht tegen de ambtenaren van het Franco-regime voort te zetten. Hardnekkig volhoudend, wist zij het oeuvre van haar vader eindelijk uit handen van de autoriteiten te krijgen en in triomf kwam zij, twee uur voor het vertrek van de boot naar Amerika, in Lissabon aan. Na dit hachelijke avontuur voltrok zich de reis zonder incidenten. Toen de vluchtelingen in New York aankwamen, vermeldden de kranten met vette koppen de invasie in Rusland; het was 21 juni 1941!

De dood van Bella

Ondanks de warme ontvangst in New York — met exposities in musea, diverse beroemde kunstgalerijen en vele opdrachten — hield Chagall niet van Amerika. Hij voelde zich een volledige vreemde. De onbekendheid met de Engelse taal maakte hem een buitenstaander en het was hem onmogelijk van gedachten te wisselen met de andere kunstenaars.

In zijn appartementen aan de Riverside-Drive, aan de oevers van de Hudson, waar de wind zo sterk doorheen blies dat zijn gasten bijna wegwaaiden, ontving hij slechts enkele vrienden: Pierre Matisse, zoon van de grote „fauve” schilder, die een kunsthandel had in New York, Fernand Leger, zijn oude kameraad uit „La Ruche”, de schilder Ozenfant…

Het contact met het Russische Ballet maakte zijn ballingschap draaglijker. Massine, die balletmeester was geworden, vroeg hem de kostuums en de decors voor „Aleko” te ontwerpen, een ballet naar een vertelling van Poesjkin. De tijd van koortsachtig werken met vele adempauzes vol plezier uit de jaren voor 1914 keerde terug.

De première van het ballet van Massine vindt plaats in 1942 in het Paleis van Schone Kunsten te Mexico City. In de sfeer van een fiësta schildert Chagall zijn decors, geholpen door Mexicaanse kunstenaars, terwijl Bella een atelier opent waar de kostuums en de accessoires worden gemaakt. Ze blijven twee jaar in Mexico.

Weer terug in de Verenigde Staten blijkt dat Bella het slachtoffer van een dodelijke infectieziekte is. Chagall brengt haar naar een ziekenhuis, maar ze worden teruggestuurd omdat het te laat in de avond is om nog opgenomen te worden. De volgende dag sterft Bella. Haar laatste woorden waren: „Laten we snel naar huis gaan, pak de koffers in…” Men had haar net verteld dat Parijs op het punt stond bevrijd te worden.

En zo keerde Chagall eenzaam en gebroken in 1948 terug naar Frankrijk, samen met een getrouwd Engels meisje, Virginia Haggard MacNeil. Chagall werd verliefd op haar. Maar na zeven jaar verliet ze hem plotseling. Gelukkig ontmoette Chagall niet lang na deze pijnlijke emotie in Londen Valentina Brodsky. „Vava”, zoals hij haar noemde, werd Chagalls tweede vrouw. Hij noemt haar intelligent en krachtig. „Ze is mijn procureur-generaal,” zegt Chagall, „want ze heeft orde op zaken gesteld in mijn leven. Als we het samen oneens zijn, roep ik: „Echtscheiding”.” Chagall lacht als Vava antwoordt: „O, wij scheiden vele malen per dag”… Chagall is gelukkig met het werk dat in Frankrijk op hem wacht.

In het pottenbakkersatelier Madoura te Vallauris vindt de wedergeboorte plaats van dit kleine provinciale stadje. Op de lange houten tafels staan honderden borden, schalen, vazen en potten van klei om beschilderd en gevernist te worden. Chagall en Picasso werken,- ieder op hun eigen manier; Picasso die de hele tafel langsloopt houdt zich voortdurend met alle vormen en kleuren tegelijk bezig. Met zijn penseel geeft hij snel een lik hier en een streek daar. Chagall werkt stil en ingespannen aan een hoek van de tafel, hij concentreert zich op één bord, meer dan Picasso worstelend met de techniek van het pottenbakken.

Nerveus en geprikkeld, als hij niet het gewenste resultaat bereikt, staat hij op om een wandeling te maken. Als hij gekalmeerd terugkomt, vindt hij op het bord waar hij zo’n moeite mee had een prachtige haan geschilderd in zijn eigen stijl. Tijdens zijn afwezigheid heeft Picasso voor de grap met enkele snelle penseelstreken een haan a la Chagall geschilderd. „Dit moet werk van de duivel zijn!” roept Chagall uit.

Reeds gedurende enkele jaren wonen de beide kunstenaars naast elkaar aan de Cöte d’Azur. Zij hebben Renoir en Matisse opgevolgd als de „artistieke attracties” van de Midi. Ondanks het feit dat het niet altijd evengoed botert tussen de twee, kunnen ze moeilijk voor lange tijd van elkaar scheiden.

Eindelijk thuis

Chagall, nerveus en gevoelig, begint vaker naar Vence te trekken, waar hij de rust en stilte vindt na een veelbewogen leven. Hij laat een huis bouwen in Saint-Paul-de-Vence en richt daar zijn atelier in.
Tijdens de bouw van het huis zegt Chagall: „Op mijn leeftijd is het absoluut krankzinnig om een nieuw huis te laten bouwen.”
Inmiddels is Marc Chagall 79 jaar oud en woont hij al ruim een jaar in het nieuwe huis, samen met Vava, drie koks, een chauffeur en een dienstmeisje. Hij werkt te midden van tientallen paletten, kunstboeken, schilderijen, een samovar, en grammofoonplaten van Bach, Mozart, Stravinsky en Ravel.
Chagalls dochter Ida is nu getrouwd met de directeur van het Bazel museum, Franz Meyer. Ida zegt over haar vader: „Soms denk ik dat het enige dat ik van mijn vader leerde een verschrikkelijk schuldgevoel is als ik niets doe. Toen ik kind was had ik altijd een kalender boven m’n bed.” Nog steeds schildert Chagall met de kracht van zijn jeugd. Hij heeft ramen ontworpen voor de kathedraal van Metz, hij heeft het plafond van de grote Opéra van Parijs gedecoreerd, hij ontwierp 75 kostuums en 13 decors voor de Metropolitan Opera in New York, hij ontving een ridderorde van het Légion d’Honneur en is al driemaal doctor in de schone kunsten. Chagall heeft zich laten naturaliseren en hij voelt zich nu Fransman in hart en nieren. Hij zegt: „Als ik mijn leven overzie, vervult het mij met verwondering dat een arme jongen uit Vitebsk het zo ver in de wereld heeft geschopt. Ik kan me nauwelijks meer voorstellen dat ik zover van hier ben geboren!”

.

Alle biografieën

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.