VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie

.

EDELSTENEN

Vier maal C
De waarde van edelstenen van hoge kwaliteit, vooral van diamanten, wordt bepaald aan de hand van vier testproeven.
In het Engels noemt men dit de 4 x c, namelijk clean, carat, colour en cut, dat is: rein, karaat, kleur en slijpsel.

1. Clean of clarity = of ze rein, zuiver zijn, dus zonder foutjes.
2. Carat = hoeveel karaat ze zijn, of hoeveel ze wegen.
3. Colour = de kleur.
4. Cut = de snede of het slijpsel.

1. De reinheid of zuiverheid
Een diamant moet loepzuiver zijn. Dit betekent dat bij tienvoudige vergroting geen scheurtjes, onzuiverheden of insluitsels te zien mogen zijn. Die foutjes kunnen ook kleine holten of luchtblaasjes zijn.
In feite is er geen die bij sterke vergroting absoluut zuiver is. Duidelijke onzuiverheden verminderen het vermogen van de steen, de lichtstralen terug te kaatsen.
Het klinkt wat vreemd wanneer we nu gaan beweren dat insluitsels in talrijke opzichten de waarde van een diamant kunnen vergroten. Toch is dit bij bepaalde insluitsels het geval.
Zo’n edelsteen verschilt erdoor van al zijn broers. Ieder insluitsel is een welsprekend bewijs voor de geheimzinnige vorming van de steen en is uniek in zijn soort.
Een insluitsel kan ook een klein gekristalliseerd exemplaar zijn, dat opgenomen is in een diamant die jonger is en later kristalliseerde.
Dit is een glimp van de geheimzinnige diepten van de aarde.

2. Het gewicht of de grootte
Het gewicht van diamanten wordt uitgedrukt in karaten. Een karaat is 1/5 gram (0,2 gram).
Een karaat wordt weer verdeeld in 100 puntjes, zodat 1 puntje 2 milligram of 0,002 gram is. Stenen van 1 puntje worden nog geslepen en voor sieraden gebruikt.
Karaat komt van het Griekse Karation, het zaad van de Johannesbroodboom.
En dat was het varkensvoer dat de verloren zoon graag wilde eten (Lukas 15).
Wij zouden zeggen: Moet nu zo’n karaat van 1/5 gram nog verdeeld worden in 100 punten? Ja, 1 punt van 2 milligram kan van grote betekenis zijn bij de prijsbepaling.
Een briljant van 1/10 karaat heeft een doorsnee van 3 mm Een briljant van 1 karaat heeft een doorsnee van 6,5 mm. Een briljant van 5 karaat (1 gram) heeft een doorsnee van 11 mm. Bij edelstenen is karaat dus gewicht.
Dit niet te verwisselen met goud. Bij goud geeft karaat het gehalte aan. Zuiver goud = 24 karaat. Dit staat dus geheel los van elkaar.

3. De kleur
Veel kristallen hebben bijzonder mooie kleuren. Geen wonder, dat kleuraanduidingen als smaragdgroen, robijnrood, turkoois (turquoise), amethist-kleur, afgeleid zijn van de mineralenwereld.
Fluoriet (vloeispaat) gaat gloeien wanneer het in een donkere ruimte wordt verwarmd.
Veel mineralen beginnen bij bestraling met ultraviolet licht te fluoresceren: ze stralen met een fantastische gloed. Alexandriet is groen, bij kunstlicht paarsrood.
De kleur van saffier wordt door kunstlicht ongunstig beïnvloed. Robijn en smaragd hebben daarentegen bij kunstlicht een bijzonder stralend uiterlijk.
Diamanten zijn veelal kleurloos. De meest begeerde kleur is wit met een iets blauwe schijn, de zgn. blauwwitte kleur. Verder zijn er gele, rode, blauwe en groengekleurde diamanten en zelfs volkomen zwarte.

4. Het slijpen
Grotere stukken zijn niet altijd geschikt voor bewerking.
De vakman vindt het dan beter, er een aantal kleinere stenen van te maken. Daartoe moeten ze in twee of meer delen gezaagd worden.
Vroeger werden ze gekloofd of gespleten en dat was een moeilijk en gevaarlijk werkje omdat ze daarbij wel in duizend stukjes verbrijzeld konden worden, wanneer met hamer en beitel een verkeerde klap gegeven werd.

Het kloven is langzamerhand vervangen door het zagen. Zagen gaat met kleine schijven, bestreken met diamantpoeder, vermengd met olijfolie, die met een snelheid van 5500 toeren per minuut ronddraaien. Het zagen gaat langzaam. Het duurt bij een één-karaats steen van 6 à 7 mm doorsnee 5 tot 8 uur.

Een werkplaats telt soms 100 machines, in rijen opgesteld. Een arbeider kan er 20 tegelijk bedienen.

Vroeger werden edelstenen ‘ruw’, zoals ze gevonden werden, gebruikt. Later werden ze gepolijst om kleur en glans beter uit te doen komen.
Nu worden ze geslepen. Slijpen is specialistisch vakwerk dat in de loop van de eeuwen telkens verbeterd is. Het slijpen in kleine vlakken of facetten brengt pas de echte kwaliteiten van de edelstenen aan de dag.

Er zijn verschillende vormen van slijpsel, maar de briljant-vorm wordt het meest toegepast.

Deze heeft 57 facetten, die alle zo berekend en op elkaar afgestemd zijn, dat het beste resultaat bereikt wordt. Volgens nauwkeurig berekende hoeken wordt het licht in het inwendige van de steen herhaaldelijk teruggekaatst, waardoor het ten slotte naar boven uittreedt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mineralogiealle artikelen

6e klasalle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s