VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 308 – bericht

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

GA 308: vertaling
inhoudsopgave; voordracht [1]  [2]  [3]  [4]  [5]

RUDOLF STEINER:

DE ONDERWIJSMETHODE EN DE EXISTENTIËLE VOORWAARDEN VOOR HET OPVOEDEN

5 voordrachten gehouden te Stuttgart van 8 april t/m 11 april 1924 en een conferentie op de vrijeschool in Stuttgart. Bericht van Rudolf Steiner. (1)

Een conferentie over opvoeding op de vrijeschool in Stuttgart

Bericht van Rudolf Steiner over de voorafgaande voordrachten (2)

blz. 90

Vom 7. bis 13. April konnten wir eine zahlreiche Besucherschaft in Stuttgart vereinigen. Der Vorstand am Goetheanum und das Lehrerkollegium der Waldorfschule hatten eine Einladung ergehen lassen zur Behandlung der Fragen über «Die Stellung der Erziehung im persönlichen und im Kulturleben der Gegenwart». Das Thema schien uns wichtig. Denn die Zeit bedingt Selbstbesinnung darüber, wie die Kultur der Gegenwart, die Hervorragendes nur auf dem Gebiete des Naturerkeniiens und der Naturbeherrschung geleistet hat, wieder so in das Innere des Menschen dringen könne, daß die Sprache der Seele erklingen kann, die für den Erziehenden und Lehrenden notwendig ;st. Mit der Naturerkenntnis erfaßt man in Wirklichkeit nur, was außerhalb des Menschen liegt. Man glaubt wohl in der Hochblüte der naturwissenschaftlichen Weltauffassung, daß man mit deren Methoden den Menschen erforschen und auch bilden könne; aber in Wahrheit bleibt der Mensch für den Menschen ein unbekanntes Gebiet, wenn es keine Einsicht gibt, daß innerhalb des Menschen als ausserhalb desselben.

Van 7 tot 13 april* konden wij talrijke bezoekers in Stuttgart bijeenbrengen. Het bestuur van het Goetheanum en het lerarencollege van de vrijeschool hebben een uitnodiging gestuurd om vragen te behandelen over ‘de plaats van de opvoeding in het persoonlijke en culturele leven van nu’.
Dat thema leek ons belangrijk. Want de tijd vergt van ons om bezinning hoe de huidige cultuur die alleen op het gebied van de natuurwetenschap en het beheersen van de natuur prachtige prestaties heeft geleverd, weer zo’n diepe plaats in het innerlijk van de mens kan innemen, dat de taal van de ziel kan klinken die voor de opvoeder en de leraar noodzakelijk is. Met de natuurwetenschap begrijp je in werkelijkheid alleen wat buiten de mens ligt. Men gelooft wel in de grote opbloei van de natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing en dat men met haar methoden de mens kan onderzoeken en kan ontwikkelen; in waarheid echter blijft de mens voor de mens een onbekend terrein wanneer men niet inziet dat er binnenin de mens iets heel anders gaande is dan buiten hem.

*Het verslag van Rudolf Steiner over de pedagogische conferentie in Stuttgart verscheen in een bijlage bij het weekblad ‘Das Goetheanum’: wat in de antroposofische beweging plaatsvindt. Mededelingen voor de leden’ 20 april 1924. Zie ook Rudolf Steiner ‘Die Konstitution der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft und der Freien Hochschule für Geisteswissenschaft. Der Wiederaufbau des Goetheanum 1924-1925’, GA 260a, Dornach 1966

Wahre Menschen-Erkenntnis, die so sicher auf Grundlagen ruht wie die Naturerkenntnis, die aber nicht bloß Menschen-Erkenntnis dadurch sein will, daß sie den Menschen wie ein Naturwesen behandelt, ist notwendig, um der Erziehung und dem Unterricht das Leben zuzuführen, das so viele in ihnen heute vermissen, ohne daß sie von den Wegen etwas wissen wollen, auf denen ein solches zu erlangen ist. Wahre Menschen-Erkenntnis muß den Menschen nach Leib, Seele und Geist erforschen. Denn der Menschenleib ist ein Werk des Geistes und eine Offenbarung der Seele. Will der Erzieher den Leib bilden, so muß er sich an die Kräfte des Geistes wenden, um fortzusetzen, was dieser aus dem vorirdischen Leben in diesen Leib an Bildekräften hereinschickt und im irdischen noch weiter fortwirken läßt. Will er die Seele bilden, so muß er den Leib kennen, um zu verstehen,

Echte menskunde die net zo’n vaste basis heeft als de natuurwetenschap, maar niet alleen maar menskunde wil zijn om de mens als een natuurwezen te behandelen, is nodig om de opvoeding en het onderwijs dat leven aan te reiken dat zovelen vandaag de dag missen, zonder dat zij van de weg iets willen weten waarlangs zoiets te bereiken valt. Echte menskunde moet de mens naar lichaam, ziel en geest onderzoeken. Want het lichaam van de mens is het werk van de geest en een openbaring van de ziel. Wanneer de opvoeder het lichaam wil ontwikkelen, dan moet hij zich richten op de kracht van de geest om verder te brengen wat vanuit het voorgeboortelijke leven in dit lichaam aan vormkrachten meegegeven is en wat op aarde nog verder doorwerkt. Wil hij de ziel ontwikkelen, dan moet hij het lichaam kennen om te begrijpen

blz. 91

wie das Seelische, das der Geist in diesen Leib verborgen hat, aus demselben herausgeholt werden kann. Körperliche Erziehung bloß durch Einfluß auf den Körper leisten zu wollen, ist ein Unding. Denn, was im kindlichen Alter in die Seele aufgenommen wird, das erscheint im Erwachsenen als gesunde oder kranke Körperverfassung. Man verbilde im Kinde das Seelische, so wird diese Verbildung in die körperliche Beschaffenheit überspringen. Denn im Kinde überträgt sich jeder seelische Impuls in gesunde oder kranke Atmung, in gesunde oder kranke Zirkulation, in gesunde oder kranke Verdauungstätigkeit. Was da Krankes entsteht, fällt oft am Kinde noch nicht auf. Es ist erst keimhaft vorhanden. Aber der Keim wächst mit dem Menschen heran. Und manche chronische Krankheit der Vierziger Jahre des Menschen ist das Ergebnis der Seelenverbildung im ersten oder zweiten Lebensjahrzehnt.
Die Denkart, die sich seit dem fünfzehnten Jahrhundert entwickelt und die in unserer Zeit ihren Höhepunkt erreicht hat, kann sich in die angedeuteten Wahrheiten so wenig finden, daß diese ihr sogar absurd erscheinen können. Deshalb dringt diese Denkart nicht durch zu einer lebendigen, den ganzen Menschen und das ganze Menschenleben, von der Geburt bis zum Tode, erfassenden pädagogischen Kunst.

hoe de ziel die de geest in het lichaam een onzichtbare plaats heeft gegeven, daaruit zichtbaar gemaakt kan worden. Lichamelijke opvoeding alleen door invloed op het lichaam te willen uitoefenen, is waardeloos. Want wat in de kindertijd door de ziel opgenomen wordt, komt op de volwassen leeftijd tevoorschijn als een gezonde of ongezonde constitutie. Wanneer je bij het kind de ziel niet goed vormt, dan gaat deze mis-vorming over op de lichamelijke gesteldheid. Want bij een kind gaat iedere zielenimpuls over in een gezonde of ongezonde ademhaling, in een gezonde of ongezonde bloedsomloop, in een gezonde of ongezonde stofwisseling. Wat aan ziekte ontstaat, is vaak aan het kind nog niet te zien. Er is pas een kiem aanwezig. Maar die kiem groeit met de mens mee. En veel chronische ziekten bij de mens van in de veertig zijn het gevolg van een verkeerde vorming van de ziel in de eerste of tweede levensfase.
De manier van denken die zich sedert de vijftiende eeuw ontwikkeld heeft en in onze tijd een hoogtepunt heeft bereikt, kan zich in de genoemde waarheden zo weinig terugvinden, dat deze zich zelfs aan haar voordoen als absurd. Daarom dringt deze manier van denken niet door tot een levende, de hele mens en het hele mensenleven van geboorte tot dood omvattende pedagogische kunst.

Wie in der Gegenwart die Menschheit innerlich nach den Grundlagen unbewußt verlangt, die sie äußerlich bewußt ablehnen möchte, das sollte auf unserer Erziehungstagung dargestellt werden. Daß viele Menschen heute das Bedürfnis empfinden, sich auf die Stellung der Er- ziehung im Kulturleben zu besinnen, das zeigt sich wohl darin, daß wir die Besucher der Vorträge in dem immerhin nicht kleinen Sieglehaus kaum unterbringen konnten. Daß die Art, wie da über diese Stellung gesprochen wurde, manchem einleuchtet, ging aus der Stimmung der Zuhörerschaft hervor. Und auch das andere erwies diese Stimmung, daß gefühlt wurde, wie die anthroposophische Pädagogik der Erziehung und dem Lehren eine Stellung zum Leben des Menschen gibt, die dem von der Menschennatur selbst Geforderten entspricht.
Es war mir sehr schmerzlich, daß ich selbst nur für die Zeit meiner Vorträge, vom Dienstag abend bis Freitag früh bei der Tagung sein konnte; und auch während dieser Zeit konnte ich, da anderes mir oblag, nicht teilnehmen an den Vorträgen unserer hingebungsvollen,

Hoe tegenwoordig de mensheid innerlijk onbewust verlangt naar de grondslagen die ze uiterlijk zou willen afwijzen, moest op onze opvoedingsconferentie aan de orde komen. Dat veel mensen er tegenwoordig behoefte aan hebben zich te bezinnen waar de opvoeding in het culturele leven staat, blijkt wel, daar wij de bezoekers van de voordrachten in het toch zeker niet kleine Sieglehaus nauwelijks een plaats konden geven. Dat de manier waarop toen over deze plaats gesproken werd, velen duidelijk is, bleek wel uit de stemming onder de toehoorders. En daaruit bleek ook het andere, dat gevoeld wordt hoe de antroposofische pedagogie de opvoeding en het onderwijs een plaats in het leven van de mens kan geven die overeenkomt met wat de natuur van de mens zelf eist.
Ik vond het heel jammer dat ik zelf alleen maar de tijd van mijn voordrachten, van dinsdag tot vrijdag vroeg bij de conferentie aanwezig kon zijn en ook tijdens deze tijd kon ik, omdat er ook nog andere zaken waren, niet bij de voordrachten zijn van onze toegewijde

blz. 92

opferwilligen, unermüdlichen Lehrerschaft. Aber ich konnte aus Berichten entnehmen, wie schöne Früchte diese Hingabe, Opferwilligkeit und Unermüdlichkeit auch bei dieser Tagung in der öffentlichen Vertretung der Waldorfschulpädagogik gezeitigt haben.
Außer den Vorträgen fanden Führungen durch die Räume der Waldorfschule statt, bei denen die Leistungen der Schüler veranschaulicht werden sollten. Man hatte Eurythmieaufführungen der Kinder, und künstlerische Eurythmiedarbietungen, die das Wesen und den pädagogisch-didaktischen Wert der Eurythmie offenbaren sollten.
In Diskussionen und. Aussprachen war eine Erweiterung und Verdeutlichung des Gehörten und Gesehenen angestrebt.
Unsere jungen Anthroposophen hielten eine Jugendversammlung ab, bei der besprochen wurde, was Anthroposophie dem jungen Menschen der Gegenwart für sein Suchen werden kann. An den Gesichtern dieser jungen Freunde konnte man lesen, wie bei ihnen Jugendempfindung mit Gefühl für die Anthroposophie zusammenfällt` Mit tiefster Befriedigung schaue ich auf diesen Teil der Erziehungstagung zurück.

opofferingsgezinde, onvermoeibare lerarengroep. Maar ik kon uit de berichten opmaken welke mooie vruchten deze aandacht, offerbereidheid en onvermoeibaarheid juist bij deze conferentie die de vrijeschoolpedagogie naar buiten brengt, afwerpen.
Naast de voordrachten vonden nog rondleidingen plaats door het vrijeschoolgebouw waarbij gekeken kon worden naar wat de leerlingen presteren. Er waren euritmie-opvoeringen van de kinderen en kunstzinnige euritmievoorstellingen die moesten laten zien wat euritmie is en de pedagogisch-didactische waarde daarvan.
In discussies en gesprekken werd gestreefd naar nadere uitleg en verduidelijking van wat er gehoord en gezien was.
En jonge antroposofen hielden een jongerenbijeenkomst waar besproken werd wat antroposofie de jonge mens van nu, voor zijn zoeken kan betekenen. Aan de gezichten van deze jonge vrienden kon je aflezen hoe bij hen het jeugdige elan met gevoel voor de antroposofie samenvalt.
Met de grootste voldoening kijk ik op dit deel van de opvoedingsconferentie terug.

.

(1) GA 308: Die Methodik des Lehrens und die Lebensbedingungen des Erziehens

(2) Bericht van Rudolf Steiner  (Duits)

 

 

Steiner: alle pedagogische voordrachten

Steiner: alle artikelen op deze blog

 

1183

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

7 Reacties op “VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 308 – bericht

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 308 – inhoudsopgave | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 1 | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 2 | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 3 | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 4 | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 5 | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – vindplaatsen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s