VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 308 – inhoudsopgave

.

 

RUDOLF STEINER

DE WORDENDE MENS

5 voordrachten gehouden te Stuttgart van 8 april tot en met 11 april 1924 en over een conferentie. [1]

EERSTE VOORDRACHT

Stuttgart, dinsdag 8 april 1924

Opvoedkunst op basis van ware menskunde. Karakteristieke kenmerken van de moderne cultuur: experimenten aan uiterlijke fenomenen en het zich distantiëren van de mens door de mens. — De onderverdeling van de mens in lichaam, ziel en geest als basis voor de op antroposofische geesteswetenschap berustende menskunde. Over de samenwerking van de leraarsziel met de kinderziel. Over de noodzaak dat de opvoeder zijn hele menselijk aardeleven in de hand neemt, en niet alleen een kleine levensfase. Fundamentele zaken omtrent het verband van het ongebreidelde temperament van de leraar met de lichamelijk-psychisch-geestelijke constitutie van het kind en later optredende ziekteverschijnselen. Pedagogische gezichtspunten voor de afzonderlijke ontwikkelingsfasen van het kind: in de eerste zevenjaar is het belangrijkste de mens, in de tweede zevenjaar de in levende levenskunstenaarschap overgaande mens; in de derde zevenjaar vraagt het kind wat men zelf heeft geleerd.

TWEEDE VOORDRACHT

Stuttgart, ff april 1924

Leren lezen in de ontwikkelingvan de mens. Didactiek en de levensvoorwaarden voor de pedagogie Over het probleem van de door de wetenschap steeds geëiste bewijsvoering en de desbetreffende grondhouding van de geesteswetenschap. Het kind als een soort zintui-gorgaan. De erfelijkheidskrachten in relatie tot het totale wezen van het kind. De invloed van de krachten die de mens uit zijn vooraardse leven meebrengt. Het religieuze beleven van het kind en de religieuze gezindheid van de leraar. Opmerkingen in verband met ‘Het grote raadsel’ van Maeterlinck. Het kind in zijn relatie tot zijn omgeving in de periode vóór de tandenwisseling. Het kind als artiest. Over de betekenis van het beeldend vormgegeven onderwijs behandeld aan het voorbeeld van het aanleren van de letters. Het leerplan als een kopie van wat men aan de ontwikkeling van de mens kan aflezen.

DERDE VOORDRACHT

Stuttgart, 10 april 1924, s ochtends

Het leren begrijpen van de wezensdelen door boetseren, muziek en spraak Over het juiste lezen’ in de menselijke natuur, beschreven aan de bewustzijnsontwikkelingvan de mens. Enkele resultaten van ‘innerlijk schouwen’ van het wezen van het kind vóór en na de tandenwisseling; de betekenis van de ademhaling en bloedsomloop voor de ontwikkeling tussen tandenwisseling en geslachtsrijpheid, en de daaruit volgende pedagogische consequenties aan de hand van o.a. het voorbeeld van dikkere en dunnere kinderen. – De kunsten en hun relatie met de wezensdelen van de mens: het zich-inleven in het plastisch vormgeven als voorbereiding op de etherische mens; het begrijpen van het astraal-lichaam door innerlijk beleven van de intervallen; het

VIERDE VOORDRACHT

Stuttgart, 10 april 1924, ’s avonds

De kunstzinnige aanpak van lesgeven Over de betekenis van de door de leraar ‘steeds opnieuw te beleven wereldbeschouwing’ voor het opvoeden en lesgeven. Waarom het leren schrijven aan het leren lezen vooraf moet gaan. Het inrichten van het periodeonderwijs. Het erbij betrekken van de kosmos in het wereldbeeld van de opvoeder, getoond aan de hand van de ontwikkeling van de planten: Goethes metamorfosevisie; uitbreiding en samentrekking als spiegelbeeld van kosmische krachten in de plant; het inwerken van zon en maan op de plantengroei; de aarde als levend wezen; kosmische inzichten als basis voor het kunstzinnig-beeldend vormgeven van de lesstof. – Over de betekenis van de diervormen in hun relatie tot de mens (stier, leeuw, adelaar, mens). Het beleven van de vrijheid en de daarmee verbonden opgaven van de opvoeder.

VIJFDE VOORDRACHT

Stuttgart, 11 april 1924

De morele opvoeding Pedagogie en de volwassen mens De vernieuwing van het enthousiasme uit een in de geest gepakte wereldkennis. In de eerste zevenjaar: het bevorderen van de ‘religieus te noemen overgave’ van het kind door een priesterlijk wijze van opvoeden. In de tweede zevenjaar: het herleven van deze overgave op een hoger psychisch niveau, zodat het natuurlijk kunstzinnig ontvangen van de wereld wordt ontwikkeld. De opvoeder als autoriteit in verband met de morele ontwikkelingvan het kind. Opvoeding als zelfopvoeding, subjectief en objectief De uitwerking van de opvoeding op latere levensfasen. De spreuk ‘In de ban van de stof raken …’.

 

 

[1] GA 308: Die Methodik des Lehrens und die Lebensbedingungen des Erziehens

Steiner: alle pedagogische voordrachten

Steiner: alle artikelen op deze blog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.